Eindelijk erkenning

Meer vriendschap dan waarheid. Dat was de kritiek op de Commissie van Waarheid en Vriendschap, die Indonesië en Oost-Timor in 2005 instelden. De commissie begon toen aan een onderzoek naar de gewelddadigheden die in september 1999 uitbraken in Oost-Timor, nadat de bevolking zich daar had uitgesproken voor onafhankelijkheid van Indonesië. Naar schatting 1.400 burgers werden gedood. Ook gingen milities, gesteund door het Indonesische leger, over tot verkrachting, plundering en brandstichting. Een deel van de bevolking werd gedeporteerd en de infrastructuur van de voormalige Portugese kolonie, die in 1975 door Indonesië was geannexeerd, werd grotendeels verwoest.

Het goede nieuws is dat de commissie deze week concludeert dat het Indonesische leger, de politie en ambtenarij verantwoordelijk waren voor grove en systematische schendingen van de mensenrechten in Oost-Timor. Bovendien aanvaardde de Indonesische president Yudhoyono dinsdag op Bali de conclusies en verklaarde hij „spijt” te hebben over het gebeurde. Omdat Indonesische autoriteiten tot deze week steeds iedere verantwoordelijkheid voor mensenrechtenschendingen in Oost-Timor ontkenden, is dit een stap in de goede richting. Maar niet voldoende. Zoals de krant The Jakarta Post vandaag opmerkte: Yudhoyono heeft wel spijt, maar biedt geen excuses aan. Laat staan dat hij spreekt over het berechten van verantwoordelijken voor de wandaden.

De Verenigde Naties hadden aanvankelijk weinig vertrouwen in de commissie. Haar mandaat was te beperkt. De toenmalige Oost-Timorese president Xanana Gusmao (nu premier) was er vooral veel aan gelegen om de betrekkingen met het grote buurland te repareren. Dus zou de commissie alleen kijken naar „institutionele verantwoordelijkheid”. Het mandaat sprak bovendien niet over berechting maar van verzoening en van „vernieuwende manieren om verhoudingen van volk tot volk te verbeteren”.

Terecht verwees VN-secretaris-generaal Ban Ki Moon deze humbug gisteren indirect naar de prullenmand door Indonesië op te roepen een einde te maken aan de onschendbaarheid van de verantwoordelijken. Daarbij doelde hij onder meer op de toenmalige chef-staf Wiranto, die op dit moment een kandidaat is voor de presidentsverkiezingen volgend jaar. Niet valt uit te sluiten dat Yudhoyono’s verrassende koerswijziging jegens Oost-Timor daaruit te verklaren is: het uitschakelen van een politieke rivaal. Zonder risico voor ex-generaal Yudhoyono zelf is dat echter niet omdat hij destijds Wiranto’s tweede man was. Dat verklaart ook waarom de president erop hamerde „naar de toekomst te kijken om onze dromen waar te maken en niet steeds te blijven hangen bij het verleden”.

Maar nu de Commissie voor Waarheid en Vriendschap de Indonesische verantwoordelijkheid voor de wandaden in Oost-Timor erkent, komt de volgende stap naar berechting in zicht. Het is aan de internationale gemeenschap om de onontkoombaarheid daarvan duidelijk te maken aan Jakarta.