Duivel past haar levensloop aan

Hoe razendsnel evolutie kan verlopen, blijkt uit nieuw onderzoek naar de Tasmaanse duivels, buideldieren van het Australische eiland Tasmanië. Sinds twaalf jaar heerst onder de dieren een dodelijke, besmettelijke kanker waardoor uitsterving dreigt: op sommige plaatsen is al 90 procent van de populatie uitgeroeid. De ziekte maakt dat de levenscyclus van de dieren dramatisch veranderd is.

Veel meer vrouwtjes werpen al in hun eerste jaar jongen. Zo kunnen ze hun genen doorgeven, voor ze overlijden – vaak al terwijl de jongen van het eerste nest opgroeien. Een biologisch onderzoek dat dat aantoont bij vijf groepen Tasmaanse duivels staat deze week in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences (online).

De Tasmaanse duivel (Sarcophilus harrisii), die uiterlijk wel wat wegheeft van een grote marter, wordt ernstig bedreigd. Over twintig tot vijfentwintig jaar zou de soort in het wild uitgestorven kunnen zijn als de ziekte, die in 1996 werd ontdekt, zich op dezelfde manier blijft verspreiden.

Dieren die eraan lijden, hebben grote tumoren op hun kop. Doordat mannetjes en vrouwtjes elkaar bijten in het paarseizoen, verspreidt de kanker zich. Het immuunsysteem van Tasmaanse duivels is genetisch zo eenvormig dat dieren nauwelijks weerstand ontwikkelen.

Nu blijkt dat een andere eigenschap van Tasmaanse duivels de dieren wel kan redden – in ieder geval tijdelijk. Een klein deel van de vrouwtjes wordt van nature al in het eerste levensjaar vruchtbaar. Dat biedt nu zo veel voordelen dat inmiddels 30 tot 60 procent van de vrouwtjes zich zo snel ontwikkelt, in de meeste populaties.

Dat evolutie zo snel kan gaan, wordt steeds vaker beschreven. Bij kabeljauw is bijvoorbeeld gezien dat de vis eerder vruchtbaar wordt onder druk van de visvangst.