Deze actiefilm zou echt kunnen bestaan

Pieter Verhoeff heeft na sociale en psychologische drama’s als Nynke nu een actiefilm gemaakt.

Het grootste gevaar daarbij: „Dat het er niet echt uitziet.”

Daags na de première van Brief voor de koning is Pieter Verhoeff ’s ochtends „niet helemaal fris”, zegt hijzelf in de tuin van zijn huis in Amsterdam. Hij is nog vol van het enthousiasme dat zijn eerste publiek tentoonspreidde, en zeker van de hartelijkheid van schrijfster Tonke Dragt. „Na afloop werden we aan de zaal voorgesteld. Zij was de eerste die op het podium kwam, ik de laatste. Ineens kwam ze op me af en ze omhelsde me. Dat zou ze niet doen als ze het niet meende hoor, zei haar zuster later.”

Nu heeft Verhoeff dus een geslaagde actiefilm gemaakt – hij moet er nog aan wennen. De maker van een sociaal drama als De dream, van psychologische drama’s als Van geluk gesproken en Nynke, heeft het afgelopen jaar zijn talent gewijd aan zwaardgevechten, galopperende paarden en andere halsbrekende toeren.

Wat is het grootste gevaar dat een regisseur bij zo’n film tegenkomt?

„Dat het er niet echt uitziet. Je moet twee dingen bereiken: dat de kijker met de hoofdpersoon mee wil gaan en dat-ie de wereld gelooft waarin die hoofdpersoon zich beweegt. Dit is geen Lord of the Rings of Harry Potter. De wereld van de jonge Tiuri is geen fantasy-wereld, maar een wereld die echt zou hebben kunnen bestaan, ergens in de late Middeleeuwen.”

Dus daarom de camera die over het landschap zweeft en de grote totalen waarin je veel van de omgeving ziet.

„Die helicoptershots waren een idee van producent Reinout Oerlemans. ‘Man, ik wil de grootsheid zien van dat landschap met die verloren jongen erin’, zei hij. Toen hebben we een locatie gevonden in Schotland, met een van de helicopteroperators van Harry Potter. Alleen: daar maken ze dan een week opnamen, wij deden het in een dag. Maar het werkt wel hè?”

Net als de camerabeweging waarbij je óver het hoofd van Tiuri heen een complete stad ziet. Zou je de tram zien rijden als de camera nog tien centimeter omhoog ging?

„Nou, daar in Rothenburg niet. Maar zelfs in dit beeld is heel veel digitaal weggehaald aan moderne daken, reclameborden en zo.”

Ook nieuw voor u: digitale effecten.

„Ja, de scène in de bergkloof, waar Tiuri boven het ravijn hangt om Jaro te redden, die is helemaal in de studio opgenomen met de acteurs aan touwen en overal groene doeken waar de effectenmakers dan later digitaal de omgeving in ‘tekenen’.”

Dat is vast niet eenvoudig regisseren.

„Het is heel moeilijk om je op de acteurs te blijven concentreren. Overal om je heen is techniek, maar ik moet alleen proberen te zien wat de acteurs doen. Zij zijn essentieel voor dat gevoel van echtheid. Daarom wilde ik dat ze echt zouden zwaardvechten. Niet zoals Richard Gere die alleen een gevest in zijn handen krijgt en er wat mee rond zwaait, waar de kling dan later digitaal aan getekend wordt.

„Het was allemaal heel erg krap. Op 4 juni vorig jaar zei ik tegen de producenten dat ik de film wel wilde maken. Er lag al een script, maar dat stond volgens mij veel te ver van het boek af. Piak was in een monnik veranderd en Lavinia ging de halve reis met Tiuri mee. Kluizenaar Menaures was een soort Gandalf uit The Lord of the Rings, die met zijn staf onweer stond op te wekken. Dat moest allemaal anders, vond ik. Nu zitten we weer heel dicht bij het boek.”

De keuze voor de hoofdrol is essentieel geweest: alle lezers van het boek houden van Tiuri, dat is een belofte die de acteur moet inlossen.

„Yannick van de Velde was mijn eerste keuze. Ik vond hem heel goed in In Oranje. Maar ik schrok toen ik hem er voor het eerst over sprak. Ik zag een slungelige, slome puber, die half over de tafel hing te gapen en de hele tijd honger had. ’s Avonds belde ik zijn vader, Jean, die ik goed ken. Die legde uit dat Yannick net voor zijn eindexamen was geslaagd en elke avond feest vierde. Dat-ie bovendien in één jaar tijd twaalf centimeter was gegroeid – logisch dat-ie gaapte en honger had.”

Maar een verklaring is nog geen geruststelling.

„Nee, en in het begin was het ook echt een beetje moeizaam. Ik had het gevoel dat ik steeds zijn motor moest aantrappen, omdat het anders vlak bleef wat hij liet zien. Van een acteur wil je voelen dat er nog een heel leven onder zit. Dat daarbinnen een geheim schuilgaat. Dat er een vulkaan borrelt. In het begin vroeg ik me dat bij Yannick wel af: hééft hij wel een geheim, hééft hij wel een vulkaan? Die jongen zit zo goed in elkaar. Hij komt uit een aardig gezin, kan heel goed leren, heeft al in een paar films gespeeld. Alles is hem goed gegaan.”

Dat geldt voor Tiuri in zekere zin ook.

„Dat is ook zo. En ze zijn allebei gegroeid tijdens hun reis. Tiuri is een ridder geworden – méér dan zomaar een ridder zelfs. En Yannick is een acteur geworden.”