Debat over Internationaal Strafhof

[...] De genocide-aanklacht is het sterkste wapen van het Internationale Strafhof. Het is een krachtig en noodzakelijk signaal van de internationale gemeenschap om despotisme, massaslachtingen en misdaden tegen de menselijkheid overal ter wereld sterk aan te pakken. [...]

Maar deze aanklacht tegen Arabieren in Soedan moet worden gewogen tegen drie andere gebeurtenissen: misdaden op grote schaal tegen Arabieren door hun eigen leiders in andere landen; misdaden begaan door Israël; het massale lijden, de dood, ellende, vluchtelingenstromen en andere gevolgen van buitenlandse invasiemachten – zeker de Amerikaanse invasie in Irak.

Zullen alle misdaden door Arabische, Israëlische of Amerikaanse leiders gelijkelijk onderzocht worden? [...] Ik suggereer twee uitgangspunten voor een Arabisch antwoord op de aanklacht van het Strafhof: criminele activiteiten moeten overal en altijd onderzocht en bestraft worden, en, overal ter wereld, moeten dezelfde moraal en aansprakelijkheid gelden.

De morele kracht en de politieke legitimiteit van het recht komen voort uit het universele karakter ervan. Het aanklagen van Soedanese leiders terwijl de misdaden van Arabieren, Israëliërs en Amerikanen worden genegeerd, is een ziek voorbeeld van een dubbele standaard die neigt naar kolonialisme en racisme.

Dat betekent niet dat we de misdaden gepleegd door Soedanezen in Soedan moeten negeren met het argument dat anderen in de regio er wel mee wegkomen.

(Rami G. Khouri op Aljazeera.com, 16 juli )

Advocaten en mensenrechtenorganisaties die applaudisseren voor de aanklacht van het Internationale Strafhof tegen de Soedanese president Omar al-Bashir, zouden hun enthousiasme eens moeten overdenken. [...]

Zonder een politieke oplossing kan Soedan hetzelfde lot beschoren zijn als Somalië, Rwanda vóór 1994 of de Democratische Republiek Congo: een risico op gruweldaden en bloedbaden wanneer de leiders hun macht ten koste van alles willen behouden.

Een aanklacht tegen al-Bashir kan het voor elk land of internationale organisatie moeilijk maken om te onderhandelen met de Soedanese regering over een politieke uitweg. [...] Het regime zal nu elk compromis of alles wat zijn al aangetaste machtspositie verzwakt willen negeren, omdat als het uit zijn machtspositie is verdreven, het de rechtsgang voor het Strafhof wacht. [...] Vrije en eerlijke verkiezingen zijn nu verder weg dan ooit. Deze aanklacht zou weleens de laatste hoop op een vreedzame oplossing voor het land de das om kunnen doen.

(Andrew Natsios op www.ssrc.org, 12 juli)