De rebellen willen óók een villa boven Bujumbura

Na 15 jaar burgeroorlog tekende de Burundese regering de vrede met de laatste rebellengroepering. De bevolking koestert weinig verwachtingen. ‘De rebellen willen ook een stuk van de taart.’

De kanonnen boven in de bergen van Burundi zijn verstomd. Hoe lang dat mag duren, ligt in de handen van degenen die op de flanken van diezelfde heuvels wonen. De elite van dit kleine Centraal-Afrikaanse land houdt zich op in protserige villa’s met weelderige tuinen en tot aan de rand gevulde zwembaden met een panoramisch uitzicht over het Meer van Tanganyika en de hoofdstad Bujumbura.

Macht en bezit gaan in Burundi hand in hand, al decennialang. Het waren ook de belangrijkste factoren van de burgeroorlog die in 1993 begon. Naar schatting ruim een half miljoen burgers kwamen om het leven en ruim twee miljoen mensen sloegen op de vlucht, op een bevolking van ruim zes miljoen.

Eind mei werd een vredesakkoord getekend tussen de regering en de laatst overgebleven rebellenbeweging FNL (Forces Nationales de Libération). Het heet een historische overeenkomst te zijn, de FNL heeft een plek gekregen in het parlement, ministersposten liggen in het verschiet, er is officieel een einde gekomen aan vijftien jaar bloedig conflict. Het was in ieder geval een opmerkelijke bijeenkomst, omdat de regering van Pierre Nkurunziza gedomineerd wordt door Hutu’s, en de FNL een rebellenbeweging is die eveneens bestaat uit Hutu’s – en niet uit Tutsi’s, zoals de regering waartegen Nkurunziza eerder jarenlang streed, tot hij en zijn CNDD-FDD (Conseil Nationale pour la Défense de Démocratie-Forces pour la Défense de la Démocratie) in 2005 zelf aan de macht kwamen.

De rebellen van de FNL vochten na 2005 door, ook nadat onder druk van de internationale gemeenschap een precieze verdeling van de macht tussen Hutu’s en Tutsi’s was bereikt. Want, zo maakte FNL-leider Agathon Rwasa duidelijk, in Burundi gaat het niet om Hutu contra Tutsi, zoals in buurland Rwanda waar in 1994 Hutu-extremisten 800.000 Tutsi’s en gematigde Hutu’s vermoordden. Het gaat om degenen die de macht hebben tegen degenen die de macht willen. Circa 85 procent van de Burundezen is Hutu.

Pascasie Kana heeft de burgeroorlog doorstaan zoals de meeste Burundezen dat hebben gedaan: „Doorgaan met leven, van dag tot dag”, zegt deze pronte dame, directeur van een grote vrouwenorganisatie. De organisatie heeft in de aan de hoofdstad grenzende provincie Bujumbura-Rural het sociale netwerk overeind gehouden door scholen en gezondheidscentra te bouwen. „We gingen ook door als de gebouwen weer in puin waren geschoten. Of die explosieven nu van de regering kwamen of de rebellen, maakte ons niet uit. We bouwden door. Omdat we onze kameraden in de heuvels niet in de steek konden laten”, aldus Kana.

Op nog geen kwartier rijden van de villapracht boven Bujumbura zeulen honderden mannen, vrouwen en kinderen de hellingen op. In dit land van duizend heuvels is de fiets het meest gebruikte vervoermiddel. „Het is het goedkoopst: de Chinese tweewieler kost 50 dollar”, verduidelijkt George Bikorimana, administrateur bij een gemeente. Niemand fietst ermee: berg op is het duwen en kreunen, berg af in glijvlucht, achterop tientallen kilo’s bananen, houtskool, tomaten of cassave.

„De mensen in de bergen staan elke ochtend om half vijf op, laden hun koopwaar op de fiets, sjokken drie uur naar de markt, staan de hele dag in de brandende zon en hebben ’s avonds vijftig eurocent verdiend. Dan mogen ze weer terug, drie uur berg op, berg af, naar huis”, vertelt Bikorimana. Hij zegt het laconiek: zo is het altijd gegaan, zo zal het altijd gaan.

„De CNDD-FDD van de president had mooie verhalen toen ze nog in de bush zat en tegen de Tutsi-regering vocht”, merkt André Makamba op, een staflid van een hulporganisatie die in vluchtelingenkampen werkt. „Er zou rechtvaardigheid komen, democratie en het was afgelopen met de corruptie.” Hij schudt meewarig zijn hoofd. „Weet u wat er is veranderd? Het is alleen maar nog erger geworden. De CNDD-FDD bepaalt wat er gebeurt, ze heeft altijd het gelijk aan haar zijde, en rechtvaardigt dat met de dooddoener dat ze immers de verkiezingen heeft gewonnen.”

Binnen de CNDD-FDD woedt een machtsstrijd, die vooral draait om de vraag wie het meest uit de staatskas mag halen. „Onder de vorige regering was er corruptie”, zegt directeur Pascasie Kana. „Nu is dat tot beleid verheven. En er is niemand die er tegen optreedt. We hadden gedacht dat de president zou laten zien dat hij wat waard was. Maar Nkurunziza heeft geen visie, geen gezag en dus geen macht. Zijn partij vecht rollend over straat, het land glijdt steeds verder af in de armoede. De president voetbalt, fietst en rent en zondags houdt hij een preek. Maar niemand van de regering houdt zich met de bevolking bezig. Iedereen vraagt zich af: Houden die mensen wel van hun land?”

Pascasie heeft de hoop op een beter Burundi verloren. Ze wijst op de gierende armoede in het land, waar de bevolking het de afgelopen drie jaar nog slechter heeft gekregen: het inkomen is gezakt onder de 1 euro per persoon per dag. Buiten de hoofdstad zijn lompen de dagelijkse kledij en bruine bonen het voornaamste menu. Drie jaar wanbeleid voedde de woede en rancune van veel mensen. Daarvan profiteerde de rebellenbeweging FNL van Rwasa. Hij wist in de voorbije maanden de ontevreden achterban van de CNDD-FDD te mobiliseren en voor een deel naar zijn kamp te halen. Gesterkt door de nieuwe aanwas liet hij de kanonnen bulderen boven Bujumbura. Met als resultaat dat ook hij nu mag aanschuiven in het centrum van de macht.

„Wat de Burundezen maar niet willen begrijpen, is dat ook de FNL hun problemen niet zal en ook niet wil oplossen”, legt George Bikorimana uit. „Het enige wat Rwasa en de zijnen voor ogen hebben is ook een stuk van de taart. Dat betekent: ook een villa met een zwembad en uitzicht op het Meer van Tanganyika.” Hij zucht, herneemt zich en zegt dan met een zure glimlach: „Het wordt gewoon een beetje inschikken daar op de heuvels boven Bujumbura.”