Bolsjoi’s Zwanen slepen de kijker mee

Dans Bolsjoi Ballet met Het Zwanenmeer. Gezien: 16 juli, Amsterdam. Herhalingen t/m 20 juli; daarna Bright Stream (22, 23/7) en Spartacus (25 t/m 27/7). Informatie en kaarten: 0900-2525255, www.theatercarre.nl

Het zijn er een paar per generatie: ballerina’s die zich in een andere dimensie lijken te bevinden dan hun collega-danseressen. Tot die buitencategorie behoort Svetlana Zakharova. Gisteren kon het publiek in het Amsterdamse Carré dat constateren na haar vertolking van de dubbelrol Odette/Odile in Het Zwanenmeer van het Bolsjoi Ballet.

In feite is de voorstelling een triomf voor het gehele gezelschap uit Moskou, dat na de ineenstorting van de Sovjet-Unie moeilijke jaren doormaakte, maar sinds enige tijd weer uit de as is herrezen. Helemaal stofvrij is dit Zwanenmeer uit 1969 niet – wie gewend is aan de weelderige vormgeving van hedendaagse ensceneringen, zou wel eens kunnen schrikken van de ooit moderne decor- en kostuumontwerpen van Simon Virsaladze. Het sprookjesballet van Marius Petipa en Lev Ivanov werd door choreograaf Joeri Grigorovitsj tot twee bedrijven ingekort en vertoont, zeker na de herziening in 2001, niet altijd even geslaagde neigingen tot psychologische verdieping. Soms komen die in aanvaring met anachronismen als consequent te traag (schijn-)trompetterende herauten, of edelen die, nadat het noodlot zich heeft voltrokken, met getrokken zwaard vol overtuiging de verkeerde kant op lopen.

Hier is zoiets geen bezwaar – het heeft zelfs iets authentieks – want dit is écht klassiek ballet, het product van een lange traditie en een uitstekende school. Zakharova verenigt de twee belangrijkste Russische scholen, Kirov en Bolsjoi, in haar danskunst. Bovendien heeft zij de gedroomde balletfysiek, met lange, elegante ledematen en een slanke torso, zodat ze elk detail, elke nuance van een beweging zichtbaar kan maken. Haar armvoering heeft de typisch Russische, zangerige kwaliteit, een minieme neiging van haar hoofd is een expressief statement en haar solistische variaties zijn bijna bizar door de vanzelfsprekendheid van die totaal gecontroleerde virtuositeit. Zowel in haar witte als in haar zwarte gedaante is zij adembenemend. Zakharova’s Odette is geen betoverde vrouw, maar een onstoffelijk, koel en waarlijk klassiek ideaalbeeld, terwijl haar aardse, zwarte evenbeeld Odile griezelig exact haar kwade bedoelingen naar dansbewegingen vertaalt.

Bij al die meeslepende schoonheid valt tegenspeler Alexander Volchkov (Siegfried) ondanks zijn lyrische stijl en zachte, veerkrachtige sprongen enigszins in het niet. Licht en vrij zijn de ensembledansen in de hofscènes, met voorbeeldig muzikale optredens in de pas de trois van, naast Volchkov, Ekaterina Krysanova en Anna Nikulina. De Nar, meestal een onleuk en onromantisch element in traditionele Zwanenmeren, is dankzij de overdonderende sprong- en draaicombinaties van Vyacheslav Lopatin een aantrekkelijk extraatje. Maar het belangrijkst zijn, als altijd, de zwanen en het corps de ballet van het Bolsjoi is een droom: in de witte aktes stijgen en dalen de armen als door lucht gedragen en is de frasering werkelijk als van één lichaam. Zoals het hoort.