Ahhh, wat lief

Pixar zorgt ervoor dat we verliefd worden op monsters, insecten en nu een robotje.

Het geheim is dat de tekenaars objecten tot leven weten te wekken.

Het moet zowat de lucratiefste zakenlunch uit de geschiedenis zijn geweest. De dag in 1994 dat de creatieve geesten van Pixar Studio’s bijeenkwamen om eens wat ideeën over en weer te gooien. Ze waren bijna klaar met hun eerste avondvullende animatiefilm, Toy Story, en vroegen zich af wat ze daarna zouden doen. Over tafel vlogen de ideeën die de kiem zouden vormen van achtereenvolgens A Bug’s Life, Monsters, Inc. , Finding Nemo en WALL-E.

De eerste drie van die ideeën zijn intussen verfilmd en hebben alleen al aan de kassa wereldwijd gezamenlijk ruim 1,7 miljard dollar (1,1 miljard euro tegen de huidige, lage koers) opgebracht. En dan moet WALL-E nog uitkomen buiten de Verenigde Staten. Gisteravond was alvast de galapremière in Tuschinski, Amsterdam. Vanaf 30 juli is het eenzame vuilnisrobotje in tal van bioscopen te zien en verovert het ongetwijfeld ook de harten van het Nederlandse publiek.

Hoe doen ze dat toch, bij Pixar? Hoe slagen ze er keer op keer in de wereld te verslaven aan op het eerste gezicht onaandoenlijke hoofdfiguren als mieren, monsters, vissen, ratten en nu weer een roestig robotje? En alles wat ze verzinnen, blijkt niet alleen overal ter wereld lekker te smaken, maar ook nog eens de fijnproevers te behagen.

Maanden geleden doken er al plukjes van de film WALL-E op, her en der op het internet. Dat doen filmproducenten vaak, dan creëren ze opwinding, buzz, rond hun film zodat ze in elk geval het eerste weekend na de première verzekerd zijn van bezoekerspieken. Het gaat niet altijd goed. De rampenfilm Cloverfield had vooraf heel spannende filmpjes rondgestrooid en iedereen zat zich op het internet al te verheugen op de film zelf. Die was een grote tegenvaller en de film is er misschien wel des te harder om geflopt.

Bij Pixar hebben ze daar nooit last van gehad. Hun films lossen de belofte van de trailer altijd feilloos in, al was Cars, de Pixar-film vóór Ratatouille niet zo’n knaller. Maar kijk maar naar wat willekeurige filmpjes van WALL-E, via de filmsite imdb.com of youtube: je raakt meteen verslingerd aan het vierkante robotje met de fijne motoriek en de droevige verrekijkerogen. Hij lijkt op het eerste gezicht even roerend lief als E.T. of het maanfornuisje van Wallace en Gromits A Grand Day Out. Hij worstelt ook met hetzelfde probleem als zij: eenzaamheid.

WALL-E is een vuilnisopruimer die de mensen hebben aangezet toen zij de vervuilde aarde verlieten en die zevenhonderd jaar later nog altijd, moederziel alleen, zijn taken vervult. Maar dat staat op het punt te veranderen, zoals de trailer belooft: ‘After 700 years of doing what he was built for, he’ll discover what he was meant for.’

Typisch Pixarse premisse. In het jubileumboek To infinity and beyond! (2007) van Karen Paik, legt John Lasseter, Pixar-animator van het eerste uur, uit dat daar de kern van animatie in zit. Hij wilde altijd liever door mensenhanden gemaakte objecten tot leven wekken in zijn films, dan menselijke figuren tekenen. De fysiek en de mimiek, dat is een kwestie van tekentalent. Maar het gaat volgens Lasseter om de psyche van zo’n apparaat. Anders is er geen verhaal, en zonder verhaal geen film.

„De sleutel tot het begrijpen van een apparaat”, zegt Lasseter, is dat het met een bedoeling is gemaakt. Dus, als het apparaat levend was, zou het vóór alles, zijn doel willen dienen. Een glas is bedoeld om vloeistof te bewaren, dus dat is op zijn gelukkigst als het vol is. Hoe meer je ervan drinkt, hoe droeviger het wordt.”

Iemand die zich op dat niveau kan inleven in de denkwereld van een glas, die zich een glas blij of droevig voorstelt en wéét waarom het zich zo voelt, en iemand die dan ook nog het animatietalent bezit dat glas er blij en droevig te laten uitzien – zo iemand verdient ook dat de wereld aan zijn voeten ligt. John Lasseter was een van Pixars oprichters en de regisseur van Toy Story (1995).

Voor Lasseter moeten we zelfs een stapje eerder beginnen. Hij is de man die een bureaulamp de filmgeschiedenis in animeerde met het filmpje Luxo jr. Dat was in 1986, de tijd dat de computer nog niet in elk huis stond en dat computeranimatie iets was voor nerds, die er meestal roterende kubussen mee maakten. Lasseter zat met drie collega’s achter in de gang van het bedrijf dat toen nog een computerfirma met een handvol tekenhobbyisten was.

Op een congres voor de branche van computergraphics presenteerde Pixar zichzelf dat jaar met Luxo jr. Na een hele sessie vol met vliegende logo’s en draaiende 3D-objecten kwam ineens een bedrieglijk menselijke bureaulamp in beeld, wiens rust werd verstoord door een opgewonden lampje met een grote bal. Nog voor het filmpje uit was, en het duurt maar twee minuten, stond de zaal al op voor een staande ovatie.

Na afloop kwam een computergrootheid op Lasseter af, een raketgeleerde die voor de NASA animaties maakte. „John”, vroeg hij aan de bloednerveuze Lasseter, „was de grote lamp de moeder of de vader van het kleintje”? Op dat moment, vertelt Lasseter, „wist ik dat het was gelukt. Voor de eerste keer waren het verhaal en het personage belangrijker dan de computertechniek.”

Dat is het geheim van Pixar gebleven, ook toen het bedrijf zich ontwikkelde van een bijkantoor van een computerfirma tot ’s werelds meest vooraanstaande animatiefilmstudio nu. In het verhaal en de personages gaat de creativiteit zitten, het niveau van de animatie is al bijna vanzelfsprekend hoog. Die combinatie en werkwijze hebben geleid tot het beste wat de animatiefilm de afgelopen tien jaar heeft voortgebracht, met voorop Monsters, Inc. en Finding Nemo, waarvan de eerste door WALL-E-regisseur Andrew Stanton mede werd geschreven, en de tweede werd geregisseerd.

Zo heeft Pixar het stokje overgenomen van Disney, de studio die van Sneeuwwitje (1937) tot De leeuwenkoning (1994) onbetwist de beste animatiefilms ter wereld maakte, vernieuwend, technisch hoogstaand, maar ook warm en geestig. Vanaf de late jaren negentig toen het bij Disney allemaal wat vlakker werd, met Pocahontas, Hercules, Tarzan, Keizer Kuzco, Atlantis, Lilo en Stitch, lijkt de creatieve geest ineens te zijn overgewaaid naar Pixar. Bij Disney moeten ze dat ook hebben gedacht. Twee jaar geleden hebben ze Pixar gekocht.

WALL-E is vanaf 30 juli te zien in de Nederlandse bioscopen.

Bekijk het eerste Pixar-filmpje Luxo jr. (1986) op nrcnext.nl/links