Vrees dat Openbaar Ministerie mensen blijft achtervolgen

Veroordeelden kunnen hun zaak makkelijker laten herzien. En wie is vrijgesproken van een zwaar misdrijf kan toch weer vervolgd worden. Aan dat laatste kleven risico’s.

Er moeten blijkbaar verschrikkelijke dingen gebeuren, zegt strafrechtadvocaat Geert-Jan Knoops, voordat „mensen in de hogere regionen” beseffen dat er iets moet veranderen.

Gisteren maakte minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) bekend dat mensen die denken onterecht veroordeeld te zijn makkelijker een nieuwe behandeling van hun strafzaak kunnen krijgen. Straks kunnen nieuwe inzichten van deskundigen daarvoor voldoende reden zijn. Onterecht gebleken veroordelingen, zoals in de Schiedamse parkmoord (2000) en de Puttense moordzaak (1994), waarin justitie en de rechterlijke macht grote fouten begingen, maakt deze verruiming volgens de minister nodig.

Knoops is blij dat het nu eindelijk zover is, maar hij heeft zaken waarin al jarenlang grote twijfels zijn over de juistheid van de veroordeling, cliënten die jarenlang onterecht hebben vastgezeten. Voor hen komt de nieuwe regeling „veel te laat”.

Dat deskundigeninzichten een rol mogen spelen bij heropening is een goed idee zegt Knoops – hij had het zes jaar geleden al tevergeefs aan de voorganger van Hirsch Ballin voorgesteld. De advocaat twijfelt wel of nu juist de Hoge Raad moet bepalen welke zaken opnieuw behandeld worden. „Het is natuurlijk geen onafhankelijke instantie.” De Hoge Raad moet namelijk herzieningen toestaan in zaken waarin ze eerder de veroordeling onderschreven heeft.

In Hirsch Ballins voorstel zat ook een andere maatregel. Een verdachte van een misdaad waar levenslang op staat kan na onherroepelijke vrijspraak opnieuw worden vervolgd bij nieuw bewijs.

Een zeer slecht plan, vindt de Amsterdamse hoogleraar rechtspsychologie Peter van Koppen: „Politie en OM mogen van alles met je doen: afluisteren, vastzetten, verhoren, je huis doorzoeken. Dan zegt de rechter op een gegeven moment: het is afgelopen. En straks mag het OM weer gewoon van voren af aan beginnen?”

Vijf jaar geleden vond de wetgever het nog onnodig om dubbele vervolging mogelijk te maken. Het besluit was gebaseerd op onderzoek van onder meer de Rotterdamse hoogleraar strafrecht Paul Mevis. De risico’s werden te groot gevonden, en de noodzaak was niet aangetoond.

Tijden veranderen, zegt Mevis. In Duitsland is de mogelijkheid vrijgesprokenen opnieuw te berechten onlangs verruimd. Ook Engeland en Wales hebben die mogelijkheid nu. „De maatschappij is heel nadrukkelijk met het strafrecht bezig, en deze regelingen komt daaraan tegemoet.”

Van Koppen vreest een hellend vlak: „Nu mag je alleen nog zaken heropenen waarop levenslang staat, maar straks zal de roep ontstaan om ook bij iets waar vier jaar op staat nog een keer te vervolgen. Dan kan het OM mensen blijven pesten.”

Mevis: „Er zal zeker druk ontstaan om de regeling te verruimen.” Dat zie je bij alle nieuwe bevoegdheden die de staat zichzelf geeft, zegt de hoogleraar.

Hirsch Ballin lijkt die risico’s ook te zien, denkt Mevis. Hij heeft de mogelijkheden voor heropening van een zaak sterk beperkt. Volgens de minister is de regeling zo opgesteld dat mensen niet „keer op keer worden blootgesteld aan zogeheten ‘fishing expeditions’, en mag de regeling „geen herkansing zijn voor het OM bij zaken die het minder goed en zorgvuldig heeft voorbereid”.

Wat Mevis niet begrijpt is dat het OM straks bepaalt wanneer iemand die vrijgesproken is opnieuw vervolgd kan worden. „Daar heb ik een principieel bezwaar tegen, juist omdat het OM een partij is in de zaak. Je zou die bevoegdheid bij de Hoge Raad moeten neerleggen.”

De opgelegde beperking dat er „zeer sterk nieuw bewijs” moet zijn, kan misbruik van het OM niet uitsluiten, zegt Knoops. „Ook met forensisch bewijs zoals DNA kan geknoeid worden, als het OM gebrand is op vervolging en de normen niet zo nauw neemt.”

Knoops vraagt zich af wat de noodzaak van een tweede vervolgingsronde is „nadat de Staat al drie kansen heeft gehad iemand te veroordelen”. Natuurlijk is het „onverteerbaar” als bij evidente schuld een zaak niet heropend kan worden. Maar het zijn onterechte veroordelingen waardoor „het vertrouwen in de rechtsstaat ernstig is afgenomen”. Dat de minister dubbele vervolging „verpakt” in maatregelen om onterechte veroordelingen te herstellen vindt de advocaat opmerkelijk. „Het lijkt wel of hij het parlement zand in de ogen wil strooien.”

Commentaar: pagina 7