Vertedering en gêne over tv-serie uit 1975

‘Zomaar een gewone dag’, heette de aflevering waarin Riek Schagen debuteerde als Saartje. Het draait om een schijnbaar onbeheerde koektrommel in haar keuken. Dat denken althans Swiebertje, veldwachter Bromsnor en mijnheer de burgemeester, ook een deugniet als het er op aankomt. Hoe loopt dat af?

Gisteren werd bekend dat dienstbode Saartje op 94-jarige leeftijd is overleden. Ze was het hart van tv-serie over de zwerver Swiebertje, tussen 1961 en 1975 maandelijks op de beeldbuis en winnaar van de Signaalprijs voor de beste serie van de vorige eeuw. Riek Schagen was eigenlijk Saartje zes. Vier eerdere Saartjes zijn overleden, één Saartje leeft nog: actrice Conny Stuart. Toen Schagen op 16 oktober 1965 als nieuwe dienstbode tot de cast toetrad, heette ze nog Coba. Maar ja, het hele dorp fluisterde dat mijnheer de burgemeester ‘een nieuwe Saartje’ had. En als iedereen haar dan toch zo noemde, werd Coba maar Saartje. Zo meegaand was ze: meer een seriemodel dan een persoon.

Saartje was een pronte vrouw van middelbare leeftijd die in dienstbode-uniform heerste over de keuken van de burgemeester, de plaats waar alles samenkwam. Daar beslechtte ze ruzies met koffie, háár vredespijp. Was ze een oerhuisvrouw? Ik trof op internet drie studenten die in het kader van ‘historische receptieanalyse’ zoeken naar échte Swiebertjefans. Studente Lisanne van Dijk, lees ik, „zal onderzoek doen naar het begrip ‘identiteit’ in relatie tot de fans van Swiebertje.… waren het vooral huisvrouwen die zich identificeerden met Saartje?'' Ik weet niet hoe het met de receptieanalyse is afgelopen, maar geloof dat niet. Saartje was juist de zorgzame oma die huisvrouwen in de jaren 60 en 70 beslist niet wilden zijn. Vrijheid, weet je wel. Vakanties in Frankrijk, sapcentrifuges. Er was zoveel meer te doen dan in de keuken over de koektrommel waken.

Toen Swiebertje er in 1975 mee ophield, liet fabrikant Sorbo Saartje nog tot haar zeventigste huishoudelijke artikelen aanprijzen: ‘Een wonderzeem van Sorbo is een wonder van een zeem’. Maar anno 2008 zoekt Sorbo op haar website naar ‘de schoonmaakdiva van Nederland’. Niet Saartje, maar de schril krijsende huishoudster Mien Dobbelsteen uit tv-serie Zeg eens A is nu het historische ijkpunt, Saartje is passé.

Toch is ze me dierbaar. (Full disclosure: ik gebruik ‘Swiebertje’ soms als schuilnaam op internet) Fijn dat Nederland 1 gistermiddag Riek Schagen eerde met de op één na laatste aflevering van Swiebertje. Ik kreeg het warm van vertedering, én van gêne over hoe slecht televisie toen kon zijn. Er gebeurt namelijk niets. Swiebertje maakt een onhandige fiets voor Saartje, bij het fietsen in het bos botst Saartje op Bromsnor en verzwikt haar enkel, Swiebertje en Bromsnor gaan bijna op de vuist, mijnheer burgemeester sust de zaak en koop een echte fiets, waarna Swiebertje en Bromsnor samen Saartjes keuken witten. ‘Zo, en nu zitten voor een kopje koffie met lekker vers zandgebak, want jullie zijn twee grote schatten.’

Keek ik echt elke maand hiernaar uit? Jazeker. Toch zie je wel degelijk dat het 1975 is, want de seksuele revolutie is niet aan Swiebertje voorbijgegaan. Zo doet hij op de boerderij een nichtenact in travestie en maakt hij bedenkelijke woordspelingen bij het bord ‘terug in een wip’ op de winkel van Malle Pietje. Een aflevering later vertrok Swiebertje voorgoed naar Canada. Verstandig, want hij leek op weg zich onmogelijk te maken in het dorp.

Ik las ergens dat Swiebertje het benepen Nederland van de jaren ’50en ’60 weerspiegelde, dat is onzin. Swiebertje stond voor heimwee naar een onbedorven, niet-hectisch Nederland van voor de oorlog, wederopbouw of nozems. Het dorp waar iedereen elkaar kent, waar de vrijbuiter met ingedeukte hoed en uitgestreken snoet soms worstelt met de stramme ambtenarenlogica van veldwachter Bromsnor. Maar het naamloze gezag van ‘mijnheer de burgemeester’ past daar altijd een redelijke mouw aan. En aan het eind wachten de warme, ruwe handen van Saartje om koffie te schenken.