Ruil begint tussen Israël en Hezbollah

Vanochtend begonnen Israël en het shi’itische Hezbollah doden en gevangenen te ruilen. „Libanon huilt uit vreugde, Israël van verdriet.”

Volgens afspraak staan om negen uur lokale tijd de vrachtwagens klaar bij het grensplaatsje Rosh Hanikra. Aan de Israëlische zijde van de grens met Libanon staat een truck van het Rode Kruis, die de lichamen bevat van 200 Libanezen en Palestijnen. In een nabij gebouwtje zitten de vijf Libanese gevangenen die vrij zullen komen.

Israëlische én Arabische televisiestations doen deze ochtend allemaal rechtstreeks verslag van de ruil tussen Israël en de shi’itische beweging Hezbollah. Na maanden wikken en wegen besloot het kabinet-Olmert ermee akkoord te gaan om de ontvoerde soldaten Eldad Regev en Ehud Goldwasser via deze ruil terug te krijgen. Zij werden in de zomer van 2006 ontvoerd aan de Libanese grens. Dat leidde tot een oorlog tussen Israël en Libanon. Er sneuvelden ruim duizend Libanezen en tientallen Israëliërs, maar Regev en Goldwasser werden niet mee teruggebracht.

Onder de vrijgekomen gevangenen bevindt zich Samir Qantar, in Israël bijgenaamd ‘Het Monster’, een van de meest besproken gevangenen die het land had. Hij is veroordeeld tot levenslang wegens de moord op een man en zijn vierjarige dochtertje, in 1979. Op Israëlische televisiebeelden was te zien hoe hij, gespannen en met wallen onder de ogen, de gevangenis werd uitgeleid.

Hezbollah TV laat om tien over half tien zien hoe mannen twee zwarte kisten op de grond zetten. Iedere Israëliër weet nu wat al maanden gevreesd werd: Regev en Goldwasser leven niet meer. Hierna neemt het Rode Kruis de lichamen over voor identificatie.

De Israëlische televisie doet bedrukt verslag. De presentator van Israël 10 valt stil als de kisten in beeld komen en komt even later met betraande ogen in beeld. De familieleden van Eldad Regev geven commentaar. Vader Zvi Regev zegt dat hij opgelucht is dat hij de verdwijning van zijn zoon kan afsluiten. Hij heeft niet gekeken, zegt hij, dat kon hij niet aanzien.

Aan de Libanese kant van de grens is de stemming bijna feestelijk. De rode loper is uitgelegd, waarover Qantar en de andere bevrijde gevangenen zullen lopen. Een blaaskapel staat klaar, de straten zijn versierd met vlaggetjes. Er hangen spandoeken, die de televisiekijker moeten laten zien dat vandaag de overwinning aan Hezbollah is: ‘Libanon huilt van vreugde, Israël huilt van verdriet’. En: ‘Olmert garandeert vernedering, Nasrallah (Hezbollah-leider, red.) garandeert vrijheid.’

Van Israëlische zijde gaat men er tegenin. Kolonel Miri Eisen geeft langdurig commentaar bij de Arabische televisiezender Al-Jazeera. „Als moeder ben ik verdrietig”, zegt ze. „Maar als burger ben ik trots op Israël, dat er alles aan doet om haar zonen en dochters terug te krijgen.” Het zegt alles over Hezbollah, zegt ze, dat Qantar als held wordt binnengehaald. „Zij vieren de vrijlating van een bloeddorstige kindermoordenaar.”