Moet ik een relatie met een collega opbiechten?

Je collega’s zie je vaker dan je vrienden. Maar wat moet je doen als je liefde vindt op je werkplek? „Altijd vertellen, en eerst aan je chef.”

„Verliefd? Gefeliciteerd”, zegt Dr. Wim Elving, onderzoeker interne bedrijfscommunicatie aan de Universiteit van Amsterdam. „Maar het kan wel problemen opleveren binnen een organisatie. Denk bijvoorbeeld aan iemand die zijn partner moet beoordelen, dat is heel lastig.” Elving adviseert om open en eerlijk te zijn over een relatie, als die tenminste serieus is. „Als je zaterdagavond samen aan het stappen bent, kun je een collega tegenkomen. Het komt altijd uit. Je moet roddels voorkomen.”

„Als je het niet vertelt, voelen je collega’s zich rot als ze erachter koment”, zegt Willeke Bezemer van adviesbureau Bezemer-Kuiper, dat adviseert over omgangsvormen op de werkvloer. „Dan denken ze: ‘wat heb ik allemaal gezegd tegen die over die?’ en spinnen ze er van alles omheen.”

Vertellen dus. Oké, maar hoe pak je zoiets aan?

Elving: „Vertel het eerst aan je chef, dan kan die actie ondernemen. Daarna kun je het beste je directe collega’s inlichten. Liefst één-op-één of bij de koffieautomaat.”

Bezemer: „Maak er geen grote zaak van, maar vertel low profile aan je baas en een paar collega’s dat het met die ene collega toch wel heel gezellig is en dat er iets moois is ontstaan.”

Ze wijst erop dat sommige bedrijven regels hebben over relaties op de werkvloer. „Daarin staat dat je transparant moet zijn en dat je je chef moet inlichten of soms ronduit dat relaties niet gewenst zijn.” Elving: „Dat maakt het een stuk lastiger om openheid van zaken te geven, maar ik zou het toch doen. Je moet keuzes maken.” Elving is een tegenstander van liefdesregels. „Een leidinggevende kan toch niet voorkomen dat mensen verliefd worden? Bovendien heb je meer aan een collega die goed in zijn vel steekt, dan een single die elke avond in de kroeg zit.”

Deirdre Das

Deze zomer beantwoordt nrc.next elke week een vraag over werk. Zelf een vraag? Mail naar vraag@nrc.nl