‘Mijn renners zullen vliegen’

Halverwege de Tour profileert CSC zich als de sterkste ploeg van het peloton. Op de rustdag reconstrueerde manager Bjarne Riis z’n meesterplan voor de rit naar Hautacam, en keek hij vol vertrouwen naar de komende dagen.

De felblauwe ogen van Bjarne Riis stralen als de CSC-manager aan het zwembad van het hotel terugkijkt op de prachtige aanval van zijn renners een dag eerder in de Pyreneeënrit naar Hautacam. „Het ideale plan, precies zoals we vooraf hadden besproken.” Dat Frank Schleck de rit niet won en de gele leiderstrui met één seconde verschil aan Cadel Evans moest laten, deed minder terzake. „De motivatie en de trots zijn veel groter dan de teleurstelling dat we niet het geel of de ritzege behaalden. Het is belangrijk om te weten dat we het sterkste team in de race zijn. Mijn renners hebben gezien wat ze hebben aangericht. Dat zal ze de rest van de Tour laten vliegen.”

In de zonovergoten tuin van het hotel staan de CSC-renners op de rustdag ontspannen de media te woord. Zelfs de Luxemburgse broers Frank en Andy Schleck, die bedolven worden onder cameraploegen, blijven naar iedereen lachen. Hun vader, oud-renner Johnny Schleck, ziet het geamuseerd aan. „Het was weer een mooie dag voor de familie, net zoals eerder dit jaar Luik-Bastenaken-Luik, toen ze als derde en vierde eindigden.” Dat Andy moest lossen toen Frank op Hautacam demarreerde? „Ach, Andy is nog jong.” Dat Frank het geel op een seconde miste? „Er komen nog kansen in de Alpen. Met de ploeg die CSC hier heeft, kunnen ze misschien een val zetten voor Evans.”

Even later sluipt Carlos Sastre, die op 1.28 minuut zesde staat, tussen twee bomen bijna ongezien de achterdeur van het hotel binnen. „Laat mij maar in de schaduw blijven, lekker rustig”, zegt de Spanjaard. „Volgens mij is Denis Mentsjov tot nu toe de sterkste man in de race, sterker dan Evans. Maar wij zijn de enige ploeg met twee man in de top van het klassement.” Jens Voigt, de uitblinker op Tourmalet en Hautacam, valt zijn Spaanse kopman bij. „Evans en Mentsjov zaten vrij snel geïsoleerd, zij hebben een minder goede ploeg in het hooggebergte. Wij kunnen met twee kopmannen aanvallen. Dat is onze kracht.”

Intussen reconstrueert Bjarne Riis zijn tactische plan voor de tiende etappe, tot nu toe het sterkste staaltje topsport in deze Ronde van Frankrijk. ’s Ochtends voor de start sprak hij in de teammeeting speciaal in op Voigt. „Hij verwachtte dat ik zou zeggen dat hij moest meegaan in een vroege ontsnapping. Maar ik zei: ‘Jens blijf kalm.’ Hij keek me vragend aan. ‘Bjarne?’ Ik zeg: ‘Jij blijft kalm. Op de Tourmalet kom je op kop en geef je gas tot op de top. Zo hard als je kan. You can do it!’ Jens is een van de beste renners van de wereld. Hij verraste me niet. Op zijn topdagen kan hij dit soort dingen.”

Voordat de 76 kilo zware Duitser aan zijn imponerende klimwerk begon, had CSC nog een doel. „We moesten zorgen Fabian Cancellara mee voorin te krijgen. Als we hem voorin mee hadden na de Tourmalet, zou dat geweldig zijn.” Ook dat deel van het plan slaagde, en samen met Voigt reed de Zwitserse wereldkampioen tijdrijden favorieten als Alejandro Valverde en Damiano Cunego al vóór de slotklim op grote achterstand. „Fabian is sterk, op dergelijke mannen kun je bouwen. Zo zijn er niet veel in het peloton.”

Riis is een man van weinig woorden, maar halverwege de Tour kan hij zijn enthousiasme niet verhullen. Vorig jaar was de Deen niet welkom in Frankrijk, nadat hij had bekend tijdens zijn Tourzege van 1996 het verboden middel epo te hebben genomen. Zijn naam werd zelfs geschrapt uit het boek met rondewinnaars, maar staat er nu weer in. „Het is belangrijk om terug te zijn in de Tour. Dit is mijn baan, het team is mijn team. Ik ben blij dat ik hier ben. Goed voor het team, goed voor mij.”

Hoe groot zijn invloed is op het wedstrijdverloop? „Ik fiets niet, probeer alleen de hersens te zijn vanuit de auto. Soms denk ik dat mijn invloed groot is, soms juist niet. Dat maakt dit werk leuk. Ik ben hier omdat ik geloof dat ik het verschil kan maken. Zolang ik dat denk, zit ik in de auto. Ik heb wat ervaring qua tactiek. Die wil ik gebruiken.”

Volgens Riis is meesterknecht Voigt een cruciale factor in deze Tour. „Ik heb hem expres ingetoomd in de eerste week. Steeds gezegd: ‘Jens, we hebben je nodig in de bergen, daar hebben we een plan, met jou.’ Als de etappe naar Hautacam 300 kilometer had geduurd, had hij ook tot het eind op kop gereden.” Een verklaring? „Je laat hem dingen doen waarvan hij zelf niet gelooft dat hij het kan. Als hij dan eenmaal ziet dat het lukt, is hij niet meer te stoppen. Ik heb tijdens de race constant tegen hem gepraat door zijn oortje. ‘Nu is Cunego gelost, nu is Valverde eraf.’ Toen was hij niet meer te stoppen.”

Dat Frank Schleck uiteindelijk een seconde tekort kwam om het meesterplan te bekronen met de gele trui ziet Riis niet als een probleem. „Twee minuten winnen op Evans in een klim is veel. Frank realiseert zich niet wat hij heeft gepresteerd. Dat moeten we hem uitleggen. Hij heeft nog niet door dat hij een kanshebber is voor de eindzege in de Tour. Als je zo hard bergop rijdt, dan moet je toch toegeven dat je goed bent? We moeten hem mentaal helpen. Ik ga nog met hem praten.”

En dan in de Alpen het volgende meesterplan? „Ik denk nog niet aan de Alpen, dat is ver weg. Zoveel tijd heb ik niet nodig voor een plan, hooguit een ochtend. Je moet plan A hebben, en plan B en C. Maar het belangrijkste is: je moet je snel aanpassen aan de situatie in de race. In een fractie van een seconde beslissingen nemen. Zo’n plan als naar Hautacam, dat lukt me niet elke dag.” Lachend: „Dat beloof ik.”