Mijn cappuccino keurt ze af

Arnon Grunberg werkt undercover als cateraar bij het Zwitserse spoor en doet verslag. Deel 3.

Het is mijn tweede dag op dit traject en vandaag werk ik samen met Milena uit Servië. Ze heeft de vijf kinderen van wie de jongste elf is. De kinderen wonen nog in Servië.

„Missen je kinderen hun moeder niet?”

„Ik bel ze toch vaak”, zegt Milena. Ze vond mijn vraag dom, zoveel is duidelijk.

Met een doekje wrijft ze over de vensterbanken. „Heb je gisteren met Cyril gewerkt?”, vraagt ze.

Ik zwijg.

Haar Duits is verre van volmaakt. „Er gar nicht sauber machen”, roept ze vanaf het andere eind van de restauratiewagen.

Het regent, de bergen zijn onzichtbaar door de wolken.

Er zijn geen gasten in onze restauratiewagen.

„Nu wordt het tenminste ook niet vies”, zegt Milena.

We gaan met het karretje door de trein.

De espressomachine op het karretje is kapot. Er is alleen cappuccino in poedervorm.

Nadat we de eerste klas hebben gehad, zegt ze: „Nu doe jij het.”

Het voorttrekken van het karretje is zwaarder dan ik had gedacht.

„Je moet roepen dat je er bent”, sist Milena.

Niet alleen schoonmaken, ook het inwerken van beginnelingen neemt ze serieus.

„De minibar”, roep ik.

Veel passagiers doen alsof ik onzichtbaar ben. Een Arabische familie reageert gretig op mijn komst. Ze willen cappuccino en chocolademelk.

„Eerst de servetjes, de suiker en de melk neerleggen”, sist Milena.

Mijn eerste cappuccino keurt ze af.

„Hij is nieuw”, zegt ze tegen de Arabisch familie. „Sorry, maar ik moet hem alles leren.”

Je moet de cappuccino niet vlak onder de thermoskan houden, want dan schuimt het niet.

Ik probeer een tweede cappuccino. De trein maakt een plotselinge bocht. Het kokende water komt op mijn hand. Van schrik laat ik het bekertje vallen.

„Elvetino zal nooit veel aan je hebben”, verklaart Milena.

Terug in de restauratiewagen zijn er nog altijd geen gasten.

Milena zet een bordje ‘gereserveerd’ op een tafel. Ze pakt een krant, een klein rood potlood en een gum. Ze begint een sudokupuzzel op te lossen.

„Kom hier zitten”, zegt ze.

Ik ga tegenover haar zitten.

Iedereen heeft het recht zich nog eens jong en begeerd te voelen. Milena ziet eruit alsof die illusie voor haar te laat komt.

Ze gumt driftig.

Het zou mijn plicht zijn haar te begeren, maar het lukt niet.

„Cyril gar nicht sauber machen”, zegt ze.

De restauratiewagen blijft leeg. Alleen Milena en ik aan een tafeltje, wachtend op een klant die alles vies komt maken.