Kleffe spreuken

Op mijn negende ontwikkelde ik een hevige allergie voor de Bond Zonder Naam. In opdracht van een welmenende onderwijzer deed ik een plichtsbewuste poging om tijdens een onweer suikerwafels te verkopen voor een goed doel. De voordeuren in het wijkje hadden zich enkele keren voor mij geopend, maar mijn lading onverkochte wafels was nog zwaar genoeg om zich door het natte karton te boren. Terwijl ik mijn koopwaar met één te korte arm trachtte te omklemmen, liet ik mijn verkleumde vinger op een bel neerkomen waarboven een stickertje was geplakt met de boodschap ‘weer of geen weer, altijd welkom’.

Dat leek aanvankelijk mooi uit te komen. Binnen zaten mensen bij een haardvuur. Een gordijn werd een decimeter geopend en weer gesloten. Niemand kwam. Ik belde nog eens. Wanneer ik mijn ogen dichter bij de sticker bracht kon ik de kleine letters aan de zijkant lezen: Bond Zonder Naam. Na vijf minuten werd er van binnenuit op het raam getikt en maakte een vrouw een wuivende beweging naar mij. Ik zwaaide terug tot ik begreep dat ik weggestuurd werd.

Een traumatische ervaring zou ik het niet noemen, een inzicht wel. Bij het zien van kaarsen met ‘Van Harte...’ en kopjes met ‘even uitblazen’, word ik overvallen door het vermoeden dat er iets grondig mis is met hun eigenaars. ‘Geef eens een compliment op een onverwacht moment’, plakte op de brooddoos van een jongen uit mijn klas. Die brooddoos was de oude van zijn vader. Die vader mikte regelmatig meubilair naar het hoofd van de jongen. Waarschijnlijk gaf de vader hem tijdens het gooien complimenten.

‘Noten mag je kraken, mensen niet’, las de kampbeul. Het stickertje op de elektrocutiemachine was hem nooit eerder opgevallen. Schuldbewust bevrijdde hij de gemartelden en hakte hij zijn notenspeeltuin tot spaanders.

Al vijftig jaar verzint de Bond Zonder Naam ondraaglijk kleffe, leugenachtige, slecht geschreven spreuken. In Vlaanderen word je er noodgedwongen mee geconfronteerd op je treinkaartje, je vindt ze in houten kadertjes aan muren van parochiezalen en op ovenhandschoenen van overspannen huisvrouwen. ‘De glimlach die je geeft, KRIJG JE ALTIJD TERUG.’ (De ‘a’ in glimlach is vanzelfsprekend een lachend clowntje.) Dat is gewoon niet waar. Wat heeft het voor zin om mensen daarvan te trachten te overtuigen? Waarom niet: ‘De glimlach die je geeft, krijg je meestal niet terug. Zo is het leven?’ Van zo’n slogan zou ik een stuk rustiger worden.

Ter gelegenheid van de zeshonderdste BZN-spreuk wordt nu een wedstrijd georganiseerd. Bedenk een nieuwe aanvulling voor ‘Een betere wereld begint bij...’ Vijftig jaar geleden begon die bij jezelf. Ik denk dat hij nu met een geldprijs van start zal gaan. De gelieerde organisatie Boodschap Zonder Naam organiseerde in mei van dit jaar de ‘Week van de Goeiedag’. Om de verzuring tegen te gaan, werden mensen aangespoord om iedereen (!) te groeten op straat. Tussen de schijnbaar alledaagse voorbijgangers kon immers een BZN-missionaris zitten die je liet weten dat je vijfentwintig euro had gewonnen met je afgedwongen begroeting. Wie zich echt bovenmenselijk vriendelijk gedroeg, kon zelfs kans maken op de hoofdprijs van 25.000 euro.

Het was de enige week uit mijn leven waarin ik uitsluitend met op elkaar geklemde lippen en een volstrekt ongeïnteresseerde blik door de stad heb gelopen. Een betere wereld begint elders.