In Mexico-Stad heeft omrijden geen zin

Na de invoering van het nieuwe tariefsysteem voor taxi’s in Nederland, heb ik de taxiritten in Amsterdam nooit meer als positief ervaren. Taxichauffeurs in de hoofdstad presteerden het namelijk om voor een ritje van het centraal station naar het hotel waar ik een tijdje geleden nog werkte – slechts een paar kilometer verderop – maar liefst 45 euro te rekenen.

Dat is een hoop geld. Sommige gasten kwamen zelfs huilend aan de balie na het horen van deze bedragen. Geen goede reclame voor de stad, zeker niet als je bedenkt dat de burgemeester van Amsterdam Job Cohen jaren geleden nog een campagne is gestart om de stad vriendelijker te maken voor toeristen.

Nu was ik vorig jaar op vakantie in Mexico-Stad, waar ze ook een reputatie op het gebied van taxi’s hebben. Het was mijn eerste bezoek aan de stad. Van het hotel kreeg ik, bij de bevestiging van mijn kamerreservering, eerst een schriftelijke uitleg over de taxitarifering en wat ik maximaal voor een rit moest betalen.

Op het vliegveld liep ik naar een balie, zoals dat in de uitleg van mijn hotel was aangegeven. Daar stond een bord met een plattegrond van Mexico-Stad, waarop voor elk deel van de stad stond vermeld welke tariefzone daar gold, en hoeveel het transport vanaf het vliegveld er naar toe zou kosten.

Een kaartje voor de taxirit kon je ter plekke bij die balie kopen. Met dat kaartje ging je naar de taxi, waardoor de taxichauffeur geen enkele kans kreeg om je op te lichten. Gelukkig maar, want het tarievensysteem van de taxi’s is doorgaans het eerste waar je bij aankomst in iedere wereldstad wordt opgelicht.

Maar Mexico heeft, door haar duidelijke en goed verifieerbare tariferingssysteem, duidelijk een streepje voor op Amsterdam. Kan zoiets niet ook eens in Nederland worden ingevoerd?