‘Het grootste gevaar is dat het er niet echt uitziet’

Zondag ging de ridderfilm De brief voor de koning in première. Het is Pieter Verhoeff(70) zijn eerste actiefilm, na drama’s als Nynke en De dream. „Maar het werkt wel hè?”

Daags na de première van De brief voor de koning is Pieter Verhoeff ’s ochtends „niet helemaal fris”, zegt hijzelf in de tuin van zijn huis in Amsterdam. Hij is nog vol van het enthousiasme van het publiek, en zeker van de hartelijkheid van schrijfster Tonke Dragt. „Na afloop was zij de eerste die het podium op mocht, ik de laatste. Ineens kwam ze als een schicht op me af, op haar slippers met blauwe sokken en ze omhelsde me. Dat zou ze niet doen als ze het niet meende, zei haar zuster tegen me.”

Nu heeft Verhoeff dus een actiefilm gemaakt – hij moet er nog aan wennen. De maker van sociale drama’s als De dream en Het teken van het beest, van psychologische drama’s als Van geluk gesproken en Nynke, heeft het afgelopen jaar zijn talent gewijd aan zwaardvechten, galopperende paarden en andere halsbrekende toeren.

Wat is het grootste gevaar dat een regisseur bij zo’n film tegenkomt?

„Dat het er niet echt uitziet. Je moet twee dingen bereiken: dat de kijker met de hoofdpersoon mee wil gaan en dat-ie de wereld gelooft waarin die hoofdpersoon zich beweegt. Dit is geen Lord of the Rings of Harry Potter. De wereld van de jonge Tiuri is geen fantasy-wereld, maar een wereld die echt had kunnen bestaan, ergens in de late Middeleeuwen.”

Dus daarom de camera die over het landschap zweeft en de grote totalen.

„Die helikoptershots waren een idee van producent Reinout Oerlemans. ‘Ik wil de grootsheid zien van dat landschap met die verloren jongen erin’, zei hij tegen me. Toen hebben we een locatie gevonden in Schotland, met een van de helikopteroperators van Harry Potter. Alleen: daar maken ze dan een week opnamen, wij deden het in een dag. Maar het werkt wel hè?”

Ook nieuw voor u: digitale effecten.

„De scène in de bergkloof, waar Tiuri boven het ravijn hangt om Jaro te redden is helemaal in de studio opgenomen, met de acteurs aan touwen en overal groene doeken waar effectenmakers later digitaal de omgeving in ‘tekenen’.”

Dat is niet eenvoudig regisseren.

„Het is moeilijk om je op de acteurs te concentreren. Overal om je heen is techniek, maar ik moet zien wat de acteurs doen. Zij zijn essentieel voor dat gevoel van echtheid. Daarom wilde ik dat ze echt zwaardvechten. Niet zoals Richard Gere die alleen een gevest in zijn handen krijgt en daar wat mee rond zwaait, waar de kling later digitaal aan getekend wordt.”

Alle lezers van het boek houden van Tiuri, dat is een belofte die de acteur moet inlossen.

„Yannick van de Velde was mijn eerste keus. Ik vond hem heel goed in In Oranje. Maar ik schrok toen ik hem voor het eerst sprak: een slungelige, slome puber, die half over de tafel hing te gapen en de hele tijd honger had. ’s Avonds belde ik zijn vader, Jean. Die legde uit dat Yannick net zijn eindexamen had gehaald en elke avond feest vierde. En dat hij in één jaar tijd twaalf centimeter was gegroeid – logisch dat die jongen gaapte en honger had.”

Maar een verklaring is nog geen geruststelling.

„Nee, en in het begin was het ook echt een beetje moeizaam. Ik had het gevoel dat ik steeds zijn motor moest aantrappen, omdat het anders vlak bleef wat hij liet zien. Van een acteur wil je voelen dat van binnen een geheim schuilt. Dat er een vulkaan borrelt. In het begin vroeg ik me bij Yannick af, hééft hij wel een geheim? Hééft hij wel een vulkaan? Die jongen zit zo goed in elkaar. Hij komt uit een aardig gezin, kan heel goed leren, heeft al in een paar films gespeeld. Alles is hem goed gegaan.”

Dat geldt voor zijn personage Tiuri in feite ook.

„Dat is zo. Ze zijn allebei gegroeid tijdens de reis. Tiuri is een ridder geworden en Yannick een acteur.”