Het granieten bestand moet nu echt worden aangepakt

Rotterdam doet pogingen de harde kern van werklozen weer aan de slag te helpen. Werkgevers moeten minder hoge eisen gaan stellen. „We werpen een laddertje uit.”

Het aantal vacatures neemt nog altijd toe in Rotterdam, vooral als gevolg van de vergrijzing. Maar de stad blijkt niet langer aan de vraag naar arbeid te kunnen voldoen, ondanks een groep van bijna 20.000 mensen die langer dan drie jaar werkloos thuis zit. „We zijn door onze ‘makkelijk bemiddelbaren’ heen”, zegt wethouder Dominic Schrijer (Werk en Sociale Zaken, PvdA). Bovendien stellen werkgevers te hoge eisen, ook als het om laaggeschoolde arbeid gaat.

Daarom kondigde het stadsbestuur vanmorgen een nieuw middel aan om de uitstroom uit de bijstand te bevorderen: de ‘arbeidsmarktmeester’. Directeur Aad van Nes van de Rotterdamse stadsreinigingsdienst (Roteb) gaat één dag in de week aan de slag als „breekijzer om het eigen granieten bestand weker te maken”, aldus Schrijer. Vraag en aanbod moeten beter op elkaar worden afgestemd, onder meer door meer leerwerkplaatsen aan te bieden. Van Nes gaat bedrijven in de zorg- en de metaalsector daarnaast aansporen om „vereenvoudigde arbeidsplaatsen met lage instapeisen” te realiseren.

Van de vier grote steden telt Rotterdam relatief de meeste werklozen: 9 procent van de beroepsbevolking zit thuis. In Amsterdam is dat 7 procent. Begin dit jaar al constateerde het Centrum voor Werk en Inkomen dat Rotterdam ver achter blijft bij het landelijke gemiddelde van de dalende werkloosheid. Het aantal uitkeringsgerechtigden in de tweede stad van Nederland is in twee jaar weliswaar afgenomen, van 36.000 naar 31.000, maar de afname stagneert.

In het collegeakkoord heeft het stadsbestuur zichzelf verplicht om in vier jaar 20.000 extra arbeidsplaatsen (betaald en onbetaald) te realiseren. Die doelstelling staat nu onder druk. „We moeten een laddertje naar beneden uitwerpen”, zegt Schrijer.

Volgens de wethouder is in de regio Rotterdam sprake van „een onnodige grote mismatch tussen vraag en aanbod”. Om die stelling te onderbouwen, hoeft hij maar te verwijzen naar vacatures in de supermarkten. „Om personeelskosten te drukken wordt gevraagd naar iemand die zowel vakken kan vullen als de kassa kan bedienen. Voor velen is dat te veel gevraagd. Vakken vullen lukt nog wel, maar om achter de kassa te gaan zitten ontbreekt het vaak aan de vereiste werk- en taalvaardigheden.”

Ook de sociale competenties laten volgens Schrijer te wensen over. Een ruime meerderheid van de bijna 20.000 werklozen in Rotterdam is vrouw, van wie de meesten van allochtone afkomst. Om de harde kern niet voorgoed te verliezen voor de arbeidsmarkt pleit Schrijer voor het koppelen van werk en opleiding. „Dagelijks op tijd komen en omgang met collega’s blijkt vele malen effectiever dan het aanbieden van een bijscholingscursus en dan pas reïntegreren.” Zelf geeft de gemeente het goede voorbeeld; op het stadhuis zijn in de beveiliging en de catering herintreders werkzaam via de leerwerkmethode.

Arbeidsmarktmeester Van Nes gaat van bedrijven eenzelfde soepele benadering vragen. Zijn eigen Roteb (5.500 werknemers) geldt als het voorbeeld, waar Schrijer graag naar mag verwijzen. De Rotterdamse stadsreinigingsdienst is meer dan een reguliere vuilnisophaaldienst. Behalve over schoonmaakploegen beschikt de Roteb ook over een sociale werkplaats, waar werklozen ‘nieuwe’ fietsen leren maken van ingezamelde wrakken. Werknemers kunnen bovendien Nederlandse taallessen volgen onder werktijd. Deze zomer begint het bedrijf een callcenter, met als doel uiteindelijk 150 gehandicapte jongeren vanuit huis aan het werk te helpen.

Een ander middel dat Rotterdam met succes zegt in te zetten is de strenge aanpak van werkweigeraars. Wie weigert een ‘multifunctionele baan’ bij de Roteb te accepteren, brengt zijn uitkering in gevaar. WerkDirect heeft in drie jaar tijd geleid tot een uitstroom van 1.500 mensen en een netto besparing van 11 miljoen euro. Schrijer kondigde eerder aan door te zullen gaan met het lik-op-stukbeleid. „Wie kan werken, moet ook werken in deze stad. Smoesjes accepteren we niet meer.”

Zijn als ‘rechts’ bestempelde beleid roept ook weerstand op. Zeker toen Van Nes onlangs voorstelde werklozen ’s avonds en ’s nachts werkervaring te laten opdoen. Oppositiepartij SP sprak van „dwangarbeid”. Volgens Schrijer maakt de SP „een karikatuur” van zijn beleid. Schrijer: „Werk is de beste remedie tegen armoede, en bevordert de integratie. We investeren, maar verwachten ook wat terug. Handen uit de mouwen dus. Zo is Rotterdam ook groot geworden.”