Het einde van België is heus niet in zicht

België biedt alle voordelen van een meervolkerenstaat én een nadeel: wrijvingen. Maar die scherpen tevens het democratisch besef en leveren puike diplomaten, meent Benno Barnard.

Nu het kabinet wederom gevallen is, wil iedereen het weten: gaat België definitief uit elkaar vallen? Natuurlijk niet. Ruzie hoort bij een veelvolkerenstaat. Nu de Belgische regering weer eens gevallen is, willen alle buitenlanders weten of het einde van België nabij is. Niet nabijer dan de Jongste Dag, zou ik zo zeggen. Als de verschillende soorten Belgen het al niet eens kunnen worden over de splitsing van een kiesdistrict, worden ze het de komende eeuw ook niet eens over de splitsing van het hele land.

Veel mensen menen dat het einde van België niettemin een goed idee zou zijn. Daarmee voeden ze het grootste monster van de moderne Europese geschiedenis. Dat monster heet etnisch nationalisme en het eet uit de hand van het Vlaams Belang.

Zowel de interne als de externe vijanden van België wijzen steevast op de kunstmatigheid van het land. Persoonlijk vind ik dat een argument vóór België. Alles wat in de geschiedenis de moeite waard is gebleken – vioolmuziek, gedichten, nobele wetten – druist in tegen de biologie. En overigens bestaan er geen natuurlijke staten: alle staatkundige eenheden zijn het resultaat van erfenissen en oorlogen.

Sinds WO II hebben we de heilloze gevolgen van het nationalisme nogmaals kunnen bestuderen in de Balkan, Noord-Ierland en Baskenland. Evengoed zijn nog altijd vele flaminganten, tien procent van de Vlaamse bevolking, die de structuur van België een fundamentele vergissing vinden. Daarbij vergeten ze altijd te vertellen dat Vlaanderen al in de Bourgondische tijd tweetalig was en pas binnen het Belgische staatsverband op democratische wijze kon evolueren naar de geëmancipeerde toestand van tegenwoordig, waarbij het onderwijs in geheel Vlaanderen in het Nederlands plaatsvindt. Bovendien is het tamelijk walgelijk de Walen af te schilderen als mensen die potverteren op Vlaamse kosten, want het Waalse proletariaat heeft eendrachtig met het Vlaamse voor sociale rechten gestreden, onder meer tegen de Vlaamse bourgeoisie, die zelf Franstalig was. Dit is geen populair verhaal in flamingantische kring.

Er zijn natuurlijk nog altijd Franstaligen van het ancien régime, die zich niet kunnen voorstellen dat het van ouderwets fatsoen en modern denken getuigt als je de taal leert van de omgeving waar je je vestigt – het platteland rond Brussel bijvoorbeeld. Je vindt nog steeds domme eentaligen die hun neus ophalen voor de negerstammen te midden waarvan ze vrijwillig wonen, met een dedain dat in Frankrijk zelf vrijwel uitgestorven is.

Dat is allemaal waar en het verklaart ten dele de huidige crisis. Maar weinig buitenstaanders beseffen dat de Franstaligen het ‘Vlaams’ als volkstaal in de negentiende eeuw vanuit een zekere romantiek altijd hebben beschermd (het lager onderwijs in België is nooit verfranst), omdat Vlaanderen, het ‘Vlaams’ en de Vlaamse geschiedenis België nu juist zo anders maakten dan Frankrijk.

De tweede vraag luidt: heeft België enig nut? Over deze vraag wordt gewoonlijk louter onzin verkondigd, zowel door buitenlanders als door flaminganten. Om een of andere reden beschouwt iedereen dit land altijd maar als een probleem; laat mij dan de lof ervan zingen.

België biedt alle voordelen van een meervolkerenstaat. Wij, de inwoners van dit land op de grens van de Germaanse en Romaanse wereld, zijn door zijn ligging, cultuur en geschiedenis ware Europeanen. België is zo groot als zijn talen, waartoe ook het Duits behoort – het strekt zich dus in zekere zin van de Waddenzee tot de Pyreneeën en van de Noordzee tot Polen uit. Wrijvingen zijn vervelend, maar scherpen onze zin voor democratie, wat van de Belgen de beste diplomaten ter wereld maakt. Tegen elkaar aanwrijven is soms ook prettig: België heeft ook wel iets van een vrijpartij, met licht sadomasochistische trekken misschien. In elk geval heeft een en ander gemaakt dat de Belgische literatuur en kunst zowel expressionistisch als surrealistisch zijn, en bovenal uitzonderlijk vitaal.

En dan zwijg ik nog van mijn ietwat romantische kijk op België als model van een mogelijk verenigd Europa; een slordig, tegenstrijdig en permanent geïrriteerd Europa dus, maar zo ziet de werkelijkheid van een veelvolkerenstaat er nu eenmaal uit. Een België in het groot, om zo te zeggen.

‘Admirez-vous les uns les autres!’ riep de Franstalige Vlaming Emile Verhaeren de Europese volkeren toe. Deze dichter was niet toevallig een Belg.

Benno Barnard is een Nederlandse schrijver. Hij woont sinds 1976 in België.