Gepamperde zomergasten in de leegte

Theater Zomergasten van Maksim Gorki. Gezien 15 juli Openluchttheater Amsterdamse Bos. Daar t/m 6 sept. Inl: 020-6433286 en www.bostheater.nl

In het openluchttheater van het Amsterdamse Bos heeft decorontwerper Stans Lutz een schitterend vakantiepark gebouwd. In het midden staat de bar, met glimmende espressomachine en tv, boven in een glazen hok zit de pianist. Eromheen de vakantiehuisjes. Modernistische, open huisjes, die doen denken aan het suprematisme van Malevitsj. Alles staat op wieltjes, wat tijdens de changementen zorgt voor een mooi ballet van rondrijdende huisjes.

Zomergasten (1904) van Maksim Gorki is geknipt voor het jaarlijkse bostheater: een zomerse sfeer, een groep landerige vakantiegangers. Regisseur Frances Sanders zorgt voor een luchtige, vermakelijke stemming, met veel ruimte voor slapstick en verbale grappen („Natuur is mooi, maar je moet er wel wat te drinken bij hebben.”). Net als andere jaren regisseert Sanders in de breedte: een groot ensemble dat moeiteloos het grote podium vult, met spelers die ieder hun eigen gimmick meekrijgen en hun eigen moment om te schitteren. Sanders’ spelregie is zo verzorgd, dat het nauwelijks opvalt dat bijna de helft van de spelers bestaat uit stagiaires van de Amsterdamse Toneelschool. Twee stagiaires blinken zelfs uit als komisch talent: Elise Schaap als het lichtzinnige sletje en Sjaan Duinhoven als ploetermoeder.

Het is moeilijk om bij Zomergasten niet aan Tsjechov te denken. Net als in diens toneelstukken komt een groep welgestelden de zomer doorbrengen op het land: een arts, een oudere rijkaard, een idealist, een proleet, wat huwbare meisjes en wanhopige dames. We krijgen een glimp van hun lege levens, gevat in een los raamwerk. De meesten willen uit hun eigen leven ontsnappen, sommigen willen de wereld verbeteren. Maar het blijft bij praten.

Er is ook een groot verschil, en niet alleen in kwaliteit. Tsjechov is de afstandelijke beschouwer. Bij de revolutionair Gorki proef je zijn geloof in de nieuwe tijd en zijn woede over het decadente egoïsme van deze gepamperde klasse in verval.

In de bewerking van Sanders klinkt dit geenszins als honderd jaar oud. Zij toont jonge welgestelden van nu, die kampen met de leegte van nu. De oudere personages, die wel eens iets idealistisch zeggen, worden door de jongere weggezet als hopeloos ouderwets.

Sanders weet raad met het engagement en de humor van Gorki. De tragiek laat zij grotendeels liggen en de personages zijn wat oppervlakkig. De emotionele lading komt vooral van de muziek van Alberto Klein Goldewijk, die een keur aan Russische liederen samenstelde, van melancholische volksliederen tot spirituele koorzang.