Deconfiture in Utrecht

Een debat over onderliggende verhoudingen binnen de coalitie in Provinciale Staten van Utrecht liep afgelopen maandag uit op een politieke wanvertoning. Vorige week zegden VVD en PvdA in beslotenheid het CDA de wacht aan. Ook werden alvast, en ook weer buiten de openbaarheid, coalitieonderhandelingen geopend met ChristenUnie en GroenLinks. Deze haast was onkies omdat formeel niet eens bekend was dat er sprake was van een bestuurlijke crisis. Openbaar bestuur kan niet zonder openbaarheid.

Deze week moest de uitdrijving van het CDA publiekelijk geregeld worden. Maar dat lukte niet helemaal. Duidelijk werd dat de sfeer in de coalitie binnen Provinciale Staten verziekt is. Maar ook staat vast dat het provinciebestuur, Gedeputeerde Staten, inclusief het CDA, voorlopig gewoon op volle kracht doordraait omdat dit formeel nog steeds het vertrouwen van de Staten geniet.

De directe aanleiding voor de problemen was het voornemen van VVD en PvdA om desnoods bestuursdwang toe te passen om de gemeente Utrecht meer huizen te laten bouwen dan de stad van plan is te doen in Rijnenburg. De gemeente wil in deze polder, die onderdeel is van het Groene Hart, ongeveer 7.000 woningen realiseren. De provincie wil dat aantal minstens verdubbelen. De nieuwe Wet Ruimtelijke Ordening, die sinds 1 juli van kracht is, geeft provincies de mogelijkheid dwang toe te passen. Maar het CDA zag daarin geen heil. Dat was waarschijnlijk wel verstandig. Dwang als een nieuw bestuurlijk instrument toepassen tussen twee bestuurslagen in een planningsprocedure die reeds langer loopt, werkt contraproductief. Inmiddels heeft de stad Utrecht de hakken in het zand gezet.

Maar de hele kwestie die de aanleiding was van de breuk in de coalitie kwam tijdens het debat slechts zijdelings aan de orde. Het werkelijke probleem is dat VVD en PvdA in Provinciale Staten niet langer met het CDA als coalitiepartner willen doorgaan. Maar het voorlopige resultaat is dat het bouwproject Rijnenburg wordt vertraagd. En CDA-gedeputeerden die maandag brede steun en zelfs complimenten kregen, worden straks heengezonden indien de breuk niet alsnog wordt gelijmd.

De ‘zomercrisette’ in de Utrechtse Staten roept de vraag op of het verstandig was het middenbestuur met meer macht te bekleden. Minister Cramer (VROM, PvdA) meldde 1 juli dat dankzij haar nieuwe wet „provincies weer echt gaan optreden als regisseurs van de ruimtelijke ontwikkeling”. In Utrecht wankelt vervolgens een provinciebestuur door onderling gekissebis. Het is niet gezegd dat ook de Staten in de overige provincies bevolkt worden door amateurtoneelgezelschappen. Maar de Utrechtse deconfiture is een teken aan de wand. De ‘bestuurlijke drukte’ en de bijbehorende regeldichtheid in Nederland worden niet verminderd door het optuigen van een bestuurslaag die alleen om historische redenen bestaansrecht heeft. Alle reden om scherp te volgen hoe provincies met hun nieuwe bevoegdheid omgaan.