De tijdgeest en het feestje dat niet doorging

‘Ik wil iets met Nederland’, verklaarde Mark Rutte in het dubbeldikke zomernummer van Vrij Nederland, dus ik schrok me dood.

Het bleek mee te vallen. De interviewpassage waaruit de kop was ontstaan ging als volgt:

‘Ik denk dat ik op televisie te lang iets te netjes ben overgekomen. Te weinig heb laten zien wat mij drijft. Wat ik nu veel meer doe dan een jaar geleden is mijn woede te laten blijken op tv. De vernislaag is weg. Mijn woede en passie wil ik meer laten zien. Ik heb niet voor niks mijn halve salaris ingeleverd om de politiek in te gaan. Ik wil iets met Nederland. Ik voel dat we de tijdgeest te pakken hebben. Ik ben zeer overtuigd van onze plek in het politieke landschap’.

Niks aan de hand dus. De Thorbecke van de 21ste eeuw wilde ons laten zien welke woede en welke passie al die tijd onder zijn vernis hebben gezeten, hij gaf een half salaris weg om iets met Nederland te kunnen doen, en hij had de tijdgeest te pakken.

Zes bladzijden vraaggesprek, inclusief een fullpage advertentie en een fullpage portret, en na afloop besef je: natuurlijk heeft Mark de tijdgeest te pakken. Mark is de tijdgeest.

In hetzelfde dubbeldikke nummer van het opinieweekblad hadden ze nog een tijdgeestgenoot van Mark geïnterviewd. Die werd als PvdA-wethouder van Nijmegen beroemd omdat hij zich in de gemeentelijke fietsenkelder van de Vierdaagsestad oneerbare handelingen zou hebben laten welgevallen van de kant van een (vrouwelijk) lid van de de VVD-fractie. Paul Depla. Ook zes bladzijden. Twee fullpage portretten. Geen fullpage advertentie.

Tot een echt diepte-onderzoek naar de nooit opgehelderde details van wat zich toentertijd (november 2007) in die kelder allemaal zou hebben afgespeeld wilde het vraaggesprek zich niet ontwikkelen. Paul zei steeds dat hij niets te verbergen had gehad, dat het allemaal roddel was geweest, en al zou hij zich oneerbare handelingen hebben laten welgevallen van de kant van een partijgenote van Mark Rutte – wat dan nog? ‘Zelfs als de verhalen waar zouden zijn’, vatte hij samen, ‘heb ik nog niets strafbaars gedaan.’ De verhalen waren dus waar. Maar nog altijd misgunde hij ons de bijzonderheden.

Hij had in die dagen wel veel steun gehad van de Belgische politicus Steve Stevaert! Daar kon je maar weer eens aan zien dat d’Internationale nog altijd heerst op aard’ zodra een kameraad hulp nodig heeft. Het was trouwens toch al zo’n rotjaar voor Paul geweest. Hij had in 2006 hard gewerkt voor de lijsttrekkerscampagne (waaruit zoals bekend de onvergetelijke Wouter Tapes zijn voortgekomen), hij zat in de ‘pool’ van mogelijke kabinetskandidaten, en was zelfs al gescreend door de AIVD. Er had weinig hoeven te gebeuren, of het was een Haagse fietsenstalling geworden.

Maar wat overkomt hem laat op de avond dat Balkenende IV rond is? De telefoon gaat, het is Wouter Bos, en Wouter spreekt de historische woorden: ‘Sorry, Paul. Het feestje gaat niet door.’

Wie zou op zo’n moment niet gebaald hebben?

In dat opzicht lijken Paul en Mark, vroege veertigers die ze zijn, natuurlijk sterk op elkaar. Ze hebben het in de politieke arena allebei voor hun kiezen gekregen, ze hebben allebei een jaar lang veel moeten afbalen. Maar ze weten allebei ook wat Paul zo treffend over zijn politiek leider zei: ‘Het is hartstikke goed dat Wouter nu door zo’n dal gaat, ook al is het persoonlijk natuurlijk zwaar klote. Maar als hij hier uitkomt, is hij voor de kiezers meer een mens van vlees en bloed geworden. Dan is zijn aaibaarheidsfactor toegenomen.’

En dan is er een dikke kans dat ook hij de tijdgeest te pakken krijgt.

Lees de columns van Blokker op nrcnext.nl/blokker