Bloeiende vangst van blubberende zakken octopus

Gisteren gingen de Europese visserijministers akkoord met een nieuw visserijverdrag met Mauretanië. Is het eerlijk om vis uit de zeeën van arme landen weg te vissen?

Het lijkt heel simpel. De Europese wateren zijn overbevist en dus verliezen vissers werk. Een Afrikaans land, arm maar rijk aan vis, heeft geld nodig. Dus verkoopt het zijn visserijrechten aan de Europese Unie, die zo haar eigen vloot in Afrika kwijt kan. Het gevolg: de Afrikaanse wateren raken overbevist.

De werkelijkheid is weerbarstiger. Zittend op een roestige gekantelde koelkast kijkt Mam (38) uit Gambia naar de houten vissersboten die de Mauretaanse haven Nouadhibou binnenlopen. Jaren geleden kwam ze naar Mauretanië om vis te fileren in een fabriek, maar die ging failliet. Nu is Mam eigen baas. Ze noemt zichzelf een gelukkig mens. Ze verkoopt ingevroren vis en wil ook nog wel eens wat op de barbecue gooien. Dalende visbestanden? Mam gelooft er niets van. „Hier is altijd vis. Kijk maar om je heen: de haven groeit met de dag.”

Gisteren gingen de Europese visserijministers akkoord met verlenging van het twee jaar oude visserijakkoord met Mauretanië. Het is het omvangrijkste visserijakkoord van zestien verdragen die de EU met landen in Afrika en Azië heeft gesloten. Mauretanië krijgt jaarlijks 86 miljoen euro, ofwel een derde van de overheidsbegroting, zonder knellende voorwaarden. In ruil daarvoor mogen Europese schepen vissen op soorten die Mauritanië zelf niet nodig heeft, zoals tonijn, kreeft, krab en sardien.

Omstreden is de inktvisvisserij: het bestand wordt met dertig procent overbevist. In plaats van het overschot te vangen, beconcurreren buitenlandse schepen direct de nationale visserij.

Verkwanselt Mauretanië, een van de visrijkste landen ter wereld, zijn bezit? Critici vinden van wel. „Het geld dat we van de Europese Unie krijgen staat in geen verhouding tot de schade die de Europese vloot aanricht”, zegt Yarba Fall van de milieugroep Mer Bleu. Onzin, zegt visserijadvocaat Ndiaga Gueye, die namens Senegal een visserijverdrag sloot met de EU. „Er is geen enkele reden waarom Afrika zijn visgronden niet zou verhuren. De natuurlijke rijkdommen liggen voor het oprapen en landen als Mauretanië en Senegal, die nagenoeg geen industrie hebben, kunnen het geld goed gebruiken. De overheid kan scholen en ziekenhuizen bouwen en daar profiteert iedereen van.”

Mauretaniërs zijn traditioneel een volk van woestijnnomaden. In de oceaan waren ze niet geïnteresseerd: de visserij werd overgelaten aan buitenlanders. Tot begin jaren negentig waren dat de Russen, die met gesubsidieerde trawlers op sardines visten. In 1987 sloot Mauritanië zijn eerste visserijverdrag met Europa, op initiatief van Spanje, dat niet langer welkom was in Marokko. Nederland kwam ook kijken en in 1996 werden Nederlandse schepen in het Europese verdrag opgenomen. Maar het zijn niet alleen Spanjaarden en Nederlanders die van de visgronden profiteren. Oekraïne, Griekenland en Litouwen zitten er ook. China gaf Mauretanië in 2005 twee gevechtsvliegtuigen cadeau, als dank voor visrechten.

De kleinschalige, lokale visserij groeide intussen als kool. Periodes van extreme droogte in de jaren zeventig en tachtig joegen de Mauretaniërs van het binnenland naar de kust, waar ze op zoek moesten naar nieuwe manieren om geld te verdienen. „In 1983 hadden we amper twintig boten”, zegt de voorzitter van de landelijke federatie van kleine vissers, Sid Ahmed Abeid. „Nu hebben we zo’n 4.000 vergunningen, waarvan 3.000 schepen ook daadwerkelijk de zee op gaan.” Het gros van de kleine vissers verdient zijn brood met octopus, die omhoog getrokken wordt in zwarte plastic potten. De methode is de trots van de kleinschalige sector, niet zozeer omdat het een levendige inktvispottenindustrie heeft doen verrijzen, maar omdat ze lokaal is uitgevonden. Door Abeid, die de inktvisvisserij van de grond heeft getild.

In de haven van Nouadhibou stromen de ezelkarren elke middag toe om beladen te worden met blubberende zakken verse octopus. Vroeger was hier bijna niks, alleen veel zand en veel water, wijst Abeid, terwijl hij zijn oude Mercedes langs een groep vissers in druipende oliepakken stuurt. Inmiddels is de vissershaven aan zijn derde uitbreiding toe. De inktvisvisserij is goed voor de helft van de $140 miljoen dollar aan exportinkomsten. Vorig jaar ging het slecht, maar dit jaar lijkt het octopusstand zich te herstellen.

De Nederlandse visserijbioloog Ad Corten, die in Mauretanië onderzoek doet, was een van de eersten die de overbevissing op octopus aan de kaak stelde. Hij vindt het een „grof schandaal” dat Europese vissers op soorten vissen die voor de lokale bevolking van levensbelang zijn, zoals de octopus. Maar hij denkt dat Mauretanië, waar een nieuwe democratische wind waait, mans genoeg is om de eigen vispopulaties zelf te beschermen. Dit is het dilemma van arme landen, zegt Corten: „Mauritanië krijgt een gigantische hoeveelheid geld die het naar willekeur mag gebruiken. Maar dat betekent wel dat het op termijn een deel van de eigen visserij moet opofferen zodat ze dingen kunnen doen voor de rest van de bevolking. Het is een afweging van twee kwaden, maar een afweging die ze zelf moeten maken.”