Wijk weer witter, klas blijft zwart

Van de Amsterdamse basisscholen is een kwart te wit of te zwart.

Nu witte gezinnen naar de stad terugkeren, is die apartheid wellicht te keren.

In de jonge Amsterdamse wijk IJburg staan op enkele honderden meters van elkaar twee basisscholen. Van elke tien buurtbewoners zijn er vier allochtoon, en dat zou je op beide scholen moeten terugzien. In werkelijkheid telt de ene school veel meer allochtone leerlingen dan gemiddeld en de andere school juist veel minder.

„Schrijnend: een nieuwe wijk waar segregatie van scholen zich ontwikkelt”, schrijft wethouder Lodewijk Asscher (Onderwijs) hierover in een brief aan de gemeenteraad. Uit een recent rapport van de Dienst Onderzoek en Statistiek blijkt bijna een kwart van de Amsterdamse basisscholen te wit (17) of te zwart (29).

Amsterdam ziet zichzelf als een multiculturele stad, waar mensen samen moeten opgroeien. Daarom wil de stad dat de ongeveer 60.000 kinderen naar de basisschool in hun woonbuurt gaan. De gemeente legde dit streven vorig jaar vast in het convenant Kleurrijke Scholen. Op elke basisschool moet de leerlingenpopulatie grofweg overeenkomen met de etnische samenstelling van de buurt.

Dit is symptomatisch voor de segregatie in het Amsterdamse basisonderwijs: witte gezinnen met hoogopgeleide ouders keren terug naar de hoofdstad en vestigen zich veelal in de opgeknapte stadsdelen van rond 1900. Vooral aan de rand van het centrum worden de buurten, die lang zijn gedomineerd door immigrantenkinderen uit Turkije en Marokko, steeds meer gemengd.

Maar, schrijft Asscher: „Zelfs in gemengde wijken gaan kinderen in toenemende mate apart naar school.” Het onderzoek leert dat niet ‘zelfs’ maar júíst in gemengde wijken de segregatie toeneemt. Juist hier staan veel te witte en te zwarte basisscholen, scholen met een leerlingenpopulatie die meer dan 20 procent afwijkt van het buurtgemiddelde. Dat komt door de schoolkeuze van de nieuwkomers. Zij sturen hun kinderen niet naar de zwarte buurtscholen, die hier de afgelopen twintig jaar zijn ontstaan, maar naar witte scholen. Die staan vaak niet eens in de buurt. Zo ‘verwitten’ de nieuwkomers wel de buurt, maar niet de scholen.

De Kinkerbuurt in Oud-West is zo’n buurt aan de rand van het centrum die de laatste jaren gemengd is geworden. In deze buurt staan dicht bij elkaar een te witte school, het Winterkoninkje, en een te zwarte school, de Vlinderboom.

Directeur Peggy de Boer van de Vlinderboom wil dat beeld corrigeren: „Het roer is hier omgegaan, zodat we de laatste tijd steeds meer autochtone kinderen hebben mogen verwelkomen en in korte tijd een gemengde school zijn geworden.”

Dat is niet eenvoudig: „Voor een wit kind krijg je minder geld, zodat je met een kleiner budget een bredere populatie moet bedienen.” De Vlinderboom biedt tegenwoordig sterk geïndividualiseerd onderwijs, zegt De Boer: „Ouders weten daardoor dat hun kind onderwijs op maat krijgt, ook als het kind goed kan leren.” Haar school kan hierdoor concurreren met scholen die al wit zijn: „Terwijl zwarte scholen hun best doen om witter te worden, gebeurt dat andersom nauwelijks.”

Dat is ook de indruk van de publicist Pieter Hilhorst, inwoner van een gemengde wijk in Amsterdam. Hilhorst schreef in 2005 met onder anderen oud-PvdA-voorzitter Felix Rottenberg een manifest om de apartheid op basisscholen te doorbreken.

De segregatie is volgens Hilhorst zeer schadelijk voor de stad: „Bij mij in de buurt vertelde een witte moeder mij dat haar kind niet met de donkere buurtkinderen op het plein durfde te spelen. Dat is toch tragisch?”

In Amsterdam zinnen beleidmakers en onderzoekers op manieren om de apartheid te doorbreken. Het tij lijkt gunstig. De witte aanwas heeft de decennialange trend dat scholieren steeds vaker allochtoon waren gekeerd; sinds 2004 neemt het aantal autochtone scholieren toe.

Vooral de wijken die verwitten bieden kansen voor meer gemengde scholen. En dan met name de buurten die zowel te witte als te zwarte scholen hebben, zoals IJburg en de Kinkerbuurt. De onderzoekers schrijven daarover: „Deze scholen zouden elkaar dan namelijk de helft van de leerlingpopulatie kunnen ‘geven’.”

In de praktijk gaat dat niet zo makkelijk, erkent Jolijn Broekhuizen, medeopsteller van het rapport. „Ik heb gekeken of je scholen zou kunnen laten fuseren, maar dat gaat eigenlijk niet doordat de ene school bijvoorbeeld montessorionderwijs biedt en de ander niet.” Een andere complicatie bij het mengen is de Nederlandse onderwijsvrijheid.

Dat laatste speelt bijvoorbeeld in Oud-West, waar ook de Kinkerbuurt onder valt. „Wij vinden het belangrijk dat ouders kunnen kiezen voor een bepaald type school”, zegt Ineke ten Hertog van schoolbestuur AWBR. Zo krijgen ouders wel de kans hun kind buiten hun buurt op school te doen. „Tussen de keuzevrijheid voor ouders en de wens om scholen te mengen zit spanning”, erkent ze.

Mede daarom laten de westelijke stadsdelen nu onderzoeker Bowen Paulle van de Universiteit van Amsterdam kijken naar het mengen van de scholen. In delen van de VS bepaalt de overheid de samenstelling van de scholen. Om de gewenste mix te handhaven moeten kinderen soms met de bus naar een verre school. Paulle probeert een proefproject voor dit systeem van de grond te krijgen.

De Amerikanen mengen niet op basis van ‘wit’ en ‘zwart’, maar op basis van ‘kansrijk’ en ‘kansarm’. Dat bevalt Paulle: „Er zijn tal van kansrijke zwarten en kansarme witten. Bovendien houd je zo’n sociaal-economische indeling bij de rechter overeind, een indeling op etniciteit waarschijnlijk niet.” De overheid legt dan bijvoorbeeld vast dat 60 procent van de kinderen kansrijk moet zijn.

Zo’n voorschrift is een inbreuk op de keuzevrijheid van de ouders, maar volgens Paulle is die vaak toch al een illusie: „Geconfronteerd met eenzijdige scholen zeggen ouders vaak: we hebben geen keuze.” Als de overheid zorgt dat alle scholen evenwichtig zijn samengesteld, dan kunnen ouders kiezen voor een bepaald schooltype – ongehinderd door andere overwegingen.