‘We moeten waken voor tortuur van vreemdelingen’

De kritiek op detentie van illegale vreemdelingen in Nederland neemt toe. Het regime is harder dan dat voor gewone gevangenen. „De IND zoekt de grenzen van het toelaatbare op.”

Illegale vreemdelingen hebben het in Nederlandse detentiecentra nog slechter dan criminelen. Dat concluderen de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdcriminaliteit (RSJ), een onafhankelijk adviesorgaan van het ministerie van Justitie, en mensenrechtenorganisatie Amnesty International in twee recentelijk verschenen rapporten.

Ongeveer 15 procent van de totale gevangeniscapaciteit wordt gebruikt voor vreemdelingenbewaring. Omdat illegale vreemdelingen – in tegenstelling tot criminelen – niet in aanmerking komen voor een resocialisatieprogramma, hebben ze geen toegang tot onderwijs, werk of verlof. Andere activiteiten zijn er nauwelijks.

Detentiecentra zijn daarom ongeschikt voor langdurige vreemdelingenbewaring, zegt Willem van Bennekom (66). Hij kent het klappen van de zweep. Tot zijn pensioen in 2006 was hij vreemdelingenrechter en vicepresident van de Amsterdamse rechtbank. Van Bennekom treedt nog op als rechter-plaatsvervanger.

Bent u geschrokken van de kritiek van Amnesty en de RSJ?

„Nee. Ik heb in het verleden af en toe detentiecentra bezocht. Toen schrok ik wel. Veel vreemdelingen zitten 21 uur per dag met meerdere mensen in een cel. Ze hebben geen privacy, geen bewegingsruimte. En geen werk, dus vaak geen geld om te bellen.”

Waarom zijn de detentieomstandigheden zo bar?

„Daar ligt een politieke visie aan ten grondslag. Het regime is bewust sober omdat we verwachten dat mensen daardoor sneller zullen meewerken aan hun uitzetting. De bewaring bevat elementen van pressie die, als je niet uitkijkt, op onmenselijke behandeling kunnen uitlopen. We moeten waken voor tortuur.”

Werkt dit beleid wel? Staatssecretaris Albayrak (Justitie, PvdA) meldde vorige week dat in 2007 minder dan de helft van de vreemdelingen vanuit detentie kon worden uitgezet.

„Je kunt de IND het uiterst moeizame overleg met landen als China, India, Libanon of Algerije niet kwalijk nemen. Maar wat de detentieomstandigheden betreft is Nederland op een verkeerd spoor terechtgekomen. De IND zoekt al jaren de grens van het toelaatbare op, tot hij wordt teruggeroepen.”

Wie roept de IND dan terug?

„Daar zit hem nu juist het probleem. Sinds de invoering van de Vreemdelingenwet in 2001 heeft de Raad van State het beleid van de IND en de staatssecretaris op allerlei onderdelen onttrokken aan de controle van rechterlijke macht. Zo mogen rechters zich bijvoorbeeld niet bemoeien met detentieomstandigheden. Dat vind ik een fundamentele fout in het systeem. Het is jammer dat deze rapporten daar niets over zeggen.”

De rapporten leveren wel kritiek op de duur van vreemdelingendetentie. Sommige vreemdelingen worden langer dan een jaar opgesloten.

„Die kritiek deel ik niet. De voorbereiding van een uitzetting duurt nu eenmaal lang. Ik weet uit ervaring dat een meldplicht of borgsom vaak niet realistisch is. Als ik Albayrak was, zou ik me daarom mordicus verzetten tegen de voorgestelde Europese detentielimiet van zes maanden. Als een vreemdeling weet dat hij na een half jaar weer op straat staat, is de verleiding groot om zijn eigen uitzetting te frustreren.”

Concludeert u net als Amnesty en de RSJ dat het vreemdelingenbeleid de laatste vijf jaar is verhard?

„Ja en nee. De detentieomstandigheden zijn verhard. En uitzetting heeft meer prioriteit gekregen. Maar de breuk met het verleden is niet zo groot als deze rapporten suggereren. Dit strenge beleid dateert al vanaf het begin van de jaren negentig. En er was altijd een breed politiek draagvlak voor.”

Het wordt ook maatschappelijk breed gedragen.

„Zeker. Kosten noch moeite worden gespaard en daar hoor je geen burger over klagen. Maar dat we er zoveel geld voor overhebben om iemand steeds weer met escorte op het vliegtuig naar Nigeria te zetten, maar niet voor het creëren van een menswaardig detentieregime, geeft te denken. Het is de vraag of de prioriteit wel juist ligt.”

De rapporten vragen om een omslag in het denken over vreemdelingenbewaring. Albayrak zal in de loop van de zomer reageren. Verwacht u een verandering op korte termijn?

„Dat is een enorme operatie. Detentiecentra moeten drastisch worden verbouwd. Er moeten eenpersoonscellen en recreatieprogramma’s komen. Het personeel moet worden omgeschoold. Maar ik zie bij Albayrak nog geen enkel teken in die richting, en ook niet bij de Tweede Kamer. Kamerleden weten niet wat ze met deze kritiek aan moeten, omdat die haaks staat op de grondslagen van het beleid dat ze al tientallen jaren voeren.”

Stemt dat pessimistisch?

„Nee, dat stemt sceptisch. Maar het is heel belangrijk dat het allemaal is opgeschreven.”