Waar blijven de blije niet-rokers?

Waar blijven ze, die blije niet-rokers die juichten dat ze door het rookverbod in de horeca eindelijk naar het café konden? In de cafés die wij bezoeken, zien wij dezelfde gezichten. Er is geen gezondheidsfreak bijgekomen.

Wel is er iets veranderd. De stamgasten zaten de eerste zonnige dagen na 1 juli buiten op het terras. Binnen waren de asbakken verdwenen en de uitbaters haalden opgelucht adem dat het met de drukte nog meeviel. Het rokend personeel stond in de deuropening, omdat ze binnen vereenzaamden.

Toen ging het regenen. De rokers gingen allemaal naar binnen. Om af te rekenen. Hadden ze mogen roken, dan waren ze langer gebleven. Je kunt dus nu al zien dat kleine cafés het moeilijk krijgen, zoals in Engeland en Ierland al menig pub zijn deuren heeft moeten sluiten sinds het rookverbod daar van kracht werd.

Niet-rokers zijn nu eenmaal geen kroegvolk. Niet-rokers horen hard te lopen en sinaasappeltjes te schillen. Er is geen markt voor niet-rookcafés, anders had je dat soort kroegen al tientallen jaren geleden overal gevonden.

Aan de toog zaten we vaak tussen honderd procent rokers. Hartstikke gezellig. Een zondige romantiek. Nu is de toog leeg. Er is één kans, dat het in de cafés weer normaal wordt. Steeds meer Duitsers negeren inmiddels het rookverbod. Laten we de Duitsers eens als voorbeeld nemen. Gedoog het roken en laat de Voedsel en Waren Autoriteit zich met nuttige zaken bezighouden.

Brieven en opiniestukken graag onder vermelding van naam en woonplaats sturen naar opinext@nrc.nl