Voortleven in het hoofd van een onmogelijke man

Vier jaar geleden publiceerde de Britse romanschrijver Jonathan Coe een prachtige biografie van de door hem bewonderde, vrijwel vergeten avant-gardeschrijver B.S. Johnson (1933-1973). Prachtig van vorm: Coe heeft zijn boek op een bijzondere manier gestructureerd rondom Johnsons zeven romans, fragmenten uit diens werk en brieven, en opmerkingen van anderen over Johnson. En prachtig van inhoud: Coe vangt de man niet alleen in woorden, maar schrijft ook een spannend verhaal: waarom pleegde Johnson zelfmoord op zijn veertigste?

Coe’s biografie is nu in het Nederlands vertaald en ter gelegenheid daarvan geeft Querido ook Johnsons vierde roman The Unfortunates uit, Ongeluksvogels. Het boek dateert uit 1969, een tijd dat ‘de roman’ weer eens in een crisis verkeerde en er gezocht werd naar nieuwe manieren van verhalen vertellen. Ongeluksvogels bestaat uit 27 losse katernen in een doos (28 met de inleiding door Coe meegerekend), die in willekeurige volgorde gelezen moeten worden, behalve de katernen ‘Eerste’ en ‘Laatste’.

Inhoudelijk is het een autobiografische roman over de dag waarop B.S. Johnson als bijklussende sportverslaggever in Nottingham aankomt en overspoeld wordt door herinneringen aan zijn overleden vriend Tony, die daar woonde.

Johnson had een hekel aan fictie (weten we van Coe); hij vond dat een roman de ongelogen waarheid moest weergeven. En dus is Ongeluksvogels waarschijnlijk een redelijk getrouwe weergave van zijn gedachten op die dag: veel monologue intérieur, lange, door komma’s gescheiden zinnen. Het is een zeer egocentrisch boek, eerder een ode aan Johnsons eigen gedachtenwereld dan aan zijn dode vriend.

Om dat soort arrogantie stond de schrijver overigens bekend: ten tijde van het verschijnen van The Unfortunates zei hij op tv dat het niveau van de lezers naar zijn gevoel het échte probleem met de moderne Engelse roman was. Erger is dat Johnson zich hier geen bijzondere verteller toont. Het is verleidelijk om snel te concluderen: ‘de biografie was beter’.

Maar de vorm van het boek wérkt wel. Het is mooi, om een overleden mens te zien als iemand die nog slechts bestaat in de gedachten van iemand anders, waaraan ook weer alleen het begin en het eind zeker is. En die vorm is ook het enige waarin Johnson moeite voor de lezer gedaan lijkt te hebben. Kijk, wil hij ons met enige wanhoop vertellen, zó zit de wereld in elkaar. Dat lukt hem knap, en dat maakt de doos als geheel tot – hoewel dan geen geslaagde roman – een kunstwerk.

Maar lees vooral ook de biografie, om van Johnson te gaan houden. Want daarin overtreft Coe zijn idool ruimschoots: we leren Johnsons overleden vriend Tony nauwelijks kennen – maar Coe laat ons tot in detail zien wat een onmogelijke man B.S. Johnson geweest moet zijn, en hoe ontroerend veel moeite hij had om te leven.

Dat was pas de ongelogen waarheid, en een grote prestatie.

Ellen de Bruin

Jonathan Coe: B.S. Johnson. Een schrijvers-leven (1933-1973). Querido, 616 blz. € 42,95 *****

B.S. Johnson: Ongeluks-vogels. Querido, 240 blz. € 44,95 ***