Verhuistoestanden in het onderwijs

De brief `Ik ben de juf, niet de schoonmaker` (nrc.next, 7 juli) over docenten die in hun vrije tijd klaslokalen boenen, klinkt herkenbaar. Vijftien jaar geleden was ik nog werkzaam in het basisonderwijs. Mijn school was een fusie aangegaan met twee andere scholen. Wij waren drie dagen van de zomervakantie kwijt aan het verhuizen. In diezelfde tijd werd er op het kantoor van mijn man - het ministerie van Economische Zaken - ook verhuisd. Mijn man hoefde niet in zijn eigen tijd de kamer schoon te maken; alles werd voor hem in- en uitgepakt. In al die jaren is er op scholen niets veranderd. Op de school van mijn kleindochters zag ik grote aanplakbiljetten hangen met de vraag naar schoonmaak(groot)ouders. De minister moet zich schamen dat aan deze toestanden nog steeds geen einde is gekomen.