Soedan wil dat V-raad Hof tegenhoudt

Soedan gaat de VN-Veiligheidsraad verzoeken om pogingen te blokkeren van de aanklager van het Internationale Strafhof om president Bashir te vervolgen wegens genocide in de regio Darfur.

Dit heeft Soedans ambassadeur bij de Verenigde Naties, Abdalmahmood Abdalhaleem Mohamed, gisteren aangekondigd. De VN trekken al hun niet-essentiële personeel uit Darfur terug uit vrees voor represailles.

De Soedanese regering had gisteren in de hoofdstad een feestje georganiseerd omdat er een nieuwe kieswet was aangenomen. Bashir maakte een dansje en riep: „Allah is groot”. Maar het is duidelijk dat de Soedanese leiders woedend zijn over de aanklacht. De ondervoorzitter van het parlement zei op de tv dat Soedan niemands veiligheid kan garanderen. „De VN willen dat we zorg dragen voor de veiligheid van hun personeel. Maar hoe kunnen we dat doen als ze ons staatshoofd willen arresteren?”

Vice-president Ali Osman Taha hield een persconferentie ter verdediging van Bashir. „Het conflict in Darfur is bovenal een tribaal conflict tussen verscheidene bevolkingsgroepen die vechten over de controle van natuurlijke hulpbronnen”, zei Taha. „President Bashir heeft er geen belang bij om zijn eigen mensen te doden.”

De Soedanese oppositiepartijen toonden zich weinig enthousiast over de aanklacht tegen Bashir. Hoewel Bashir voor hen een politieke tegenstander is, is hij ook het symbool van Soedans soevereiniteit en nationale trots. Talrijke internationale mensenrechtenorganisaties reageerden wel verheugd en ook enkele van de talrijke rebellengroepen in Darfur waren positief. Ze wijzen suggesties af van Soedanese politici dat het vredesproces in Darfur in gevaar komt.

Analisten wijzen op het gevaar van verdere destabilisatie van Soedan als gevolg van de aanklacht. De voormalige Amerikaanse gezant voor Soedan, Andrew Natsios, bepleit juist samenwerking met Khartoum. „Deze aanklacht heeft misschien de laatste hoop op een vreedzame oplossing in Soedan onmogelijk gemaakt”, reageerde hij gisteren.

De aanklacht kan gevolgen hebben voor het vredesproces in Zuid-Soedan. De voormalige zuidelijke rebellengroep, het SPLA, heeft sinds het vredesakkoord van 2005 een ongemakkelijke verhouding met Bashirs regeringspartij. Het SPLA leidt een autonome regering in het zuiden en neemt deel aan een coalitieregering met Bashir in het noorden. „De aanklacht van het Strafhof zal zeker gevolgen voor het vredesverdrag tussen Noord- en Zuid-Soedan”, zei Zuid-Soedans vicepresident Riëk Machar.