Regeren door milities

De Soedanese regering heeft in verschillende opstandige regio’s milities ingezet om de bevolking te terroriseren.

De verdachten zitten op het allerhoogste regeringsniveau.

Soedan kent een lange geschiedenis van door de staat gesteunde milities die de bevolking terroriseren. Het uitgestrekte land valt moeilijk te regeren vanuit de hoofdstad Khartoum en daarom hebben verscheidene leiders in opstandige regio’s milities ingezet, zoals in Darfur, de Nubabergen en Zuid-Soedan.

Degenen die deze politiek hebben toegepast zijn onder anderen voormalig burgerpremier Sadik el-Mahdi, ex-voorzitter van het parlement Hassan al-Turabi, de huidige vicepresident Ali Osman Taha en president Omar al-Bashir.

In Darfur gebruikte de Soedanese overheid sinds 2003 de Arabische militie de Janjaweed. Samen met regeringssoldaten worden dorpen van Soedanezen van Afrikaanse afkomst aangevallen en vernietigd. De aanval begint doorgaans met helikopters die de bewoners op de vlucht jagen. Daarna arriveren legerauto’s die de vluchtenden tegenhouden. Vervolgens komen de strijders van de Janjaweed op paarden en kamelen. De milities doden en verkrachten.

De tactiek van de verschroeide aarde in Darfur werd vermoedelijk ingevoerd door vicepresident Ali Osman Taha. Zijn naam duikt op in rapporten van de Verenigde Naties over Darfur en van een onderzoekscommissie van het Amerikaanse Congres. President Bashir salueerde in 2004 bij een militaire parade in Nyala respectvol naar de Janjaweedstrijders.

In een nooit gepubliceerd rapport van een internationale onderzoekscommissie van de VN worden 51 verdachten van oorlogsmisdaden in Darfur genoemd, van wie tien op regeringsniveau in Khartoum, 17 werkzaam bij het regionale bestuur, 14 bij de Janjaweed en zeven bij de rebellenbewegingen.

Bashir (64) kwam in 1989 bij een militaire staatsgreep aan de macht. Hij werd geboren in het dorpje Bannaga, 150 kilometer ten noorden van de hoofdstad. Een groot deel van de heersende Arabische kliek van Soedan komt uit dit gebied rond de Nijl. Bij zijn machtsovername werd hij gezien als een marionet van de islamitische ideoloog Hassan al-Turabi, maar in 2000 ontdeed hij zich van Turabi.

Ali Osman Taha was net als Bashir aanvankelijk een leerling van Turabi, maar in 2000 koos hij de kant van Bashir. Taha is genoemd in verband met de mislukte aanslag in 1995 op de Egyptische president Mubarak. Hij was de stuwende kracht achter het vredesproces met de zuidelijke guerrillabeweging SPLA, die in 2005 een historisch vredesverdrag met Khartoum sloot. Taha is een machtig man met grote invloed op de veiligheidsdiensten. Om zich in te dekken tegen eventuele vervolging wegens zijn rol in Darfur liet hij zich in 2005 tot hoofdonderhandelaar benoemen bij vredesbesprekingen over Darfur.

Tijdens de hoogtijdagen van Turabi in het midden van de jaren negentig voerde de Soedanese overheid met milities acties uit in de Nubabergen. De bevolking was slachtoffer van grootschalige moordpartijen, net als later in Darfur. De door Turabi opgezette militie PDF, de Volksdefensiestrijdkrachten, fungeerde daarbij als stoottroepen.

Dezelfde tactiek van de verschroeide aarde werd enkele jaren later toegepast in de regio Western Upper Nile. Daarbij werden bewoners uit hun dorpen verdreven om plaats te maken voor oliewinning. Bij de tweede fase van de oorlog in het zwarte Zuid-Soedan van 1983 tot 2005 was de regering van Sadik el-Mahdi begonnen met het inzetten van Arabische milities.

Bekijk een multimedia essay, videobeelden en andere achtegrondinformatie over Darfur:nrcnext.nl/links