Recht doen in Soedan

Precies tien jaar na de geboorte staat het Internationale Strafhof in Den Haag voor zijn meesterproef. De zaak tegen de Soedanese president Bashir, die aanklager Moreno-Ocampo heeft gepresenteerd, is dermate vergaand en principieel dat de uitkomst ervan van beslissende betekenis kan zijn voor de toekomst van het hof. Bashir, die beschikt over „absolute controle”, wordt beschuldigd van genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven. „Zijn intentie was genocide”, aldus de aanklager.

De feiten en getuigenverklaringen waarop de aanklager zich baseert, ondersteunen deze aanklacht. Conform de conventie over het voorkomen en bestraffen van genocide, in 1948 door de Verenigde Naties aangenomen, kan er al sprake zijn van genocide als er de intentie is om mensen collectief en als groep te doden of anderszins te elimineren.

Moreno-Ocampo lijkt zich niet bij voorbaat te willen schikken in de politieke praktijk die, zoals altijd, aanzienlijk weerbarstiger is dan de juridische theorie. Dat is begrijpelijk. Het korte bestaan van het hof wordt immers gekenmerkt door conflicten die veel meer met politieke belangen te maken hebben dan met juridische principes. De ongelukkige geschiedenis begon al tijdens de oprichtingsbijeenkomst van het International Criminal Court (ICC). De VS stemden toen, op 17 juli 1998, tegen het, door een grote meerderheid aanvaarde statuut om de aanklager bij het hof juist vrijheid van handelen te geven. Volgens de Amerikaanse regering moest de Veiligheidsraad van de VN het vervolgingsbeleid bepalen, hetgeen ertoe zou hebben geleid dat de vier kernmachten elke aanklacht met een veto hadden kunnen torpederen.

Maar ook de aanklager bij het ICC kan niet geheel autonoom opereren. Zo kan Moreno-Ocampo het zich niet veroorloven dat de rechters zijn aanklacht straks niet-ontvankelijk verklaren. Het hof heeft, sinds het op 1 juli 2002 echt begon, nog geen veroordeling uitgesproken. Begin deze maand gelastte het hof de vrijlating van de Congolese krijgsheer Lubanga wegens vormfouten.

Moreno-Ocampo had ervoor kunnen kiezen om Bashir niet publiekelijk maar geheim te dagen. Op die manier zou hij de humanitaire ramp in Soedan weliswaar niet extra op de agenda hebben gezet, maar had hij wel kunnen voorkomen dat hij zelf en het hof onmiddellijk zouden worden gepolitiseerd. Tot nu toe laait de strijd in en om Soedan eerder op dan dat die luwt. Non-gouvernementele organisaties zijn al begonnen zich uit Khartoem terug te trekken, uit vrees voor represailles.

Het ICC dreigt door de officiële en openlijke aanklacht tegen de president van Soedan klem te raken tussen Gesinnungsethik en Verantwortungsethik. De eerste vorm van ethiek gaat uit van intenties, de tweede vorm richt zich op resultaat. Het meest succesvol is degene die de gulden middenweg zoekt. Voor de toekomst van het Internationaal Strafhof is te hopen dat de aanklacht de deur daarheen niet dichtgooit.