Patrick’s missie geslaagd

Nu is dan toch de werkelijke hoofdpersoon van ‘de zaak Natalee Halloway’ opgestaan: Patrick van der Eem. Met de verschijning van zijn boek Overboord geschreven met hulp van een zekere E.E. Byars (rijmt dat op liars?), krijgt de affaire eindelijk de literaire de diepgang die zij verdient. Dat begint al met het ‘voorwoord’ van journalist Peter R. de Vries. Vanaf het eerste moment stoorde die zich aan de man die zich De Deur noemde, maar die in de loop van het project vooral zijn oude cocaïneverslaving nieuw leven inblies. Inmiddels spreken De Vries en Van der Eem elkaar nauwelijks nog. Dat lijkt mij een eufemisme.

Fenomenaal is alleen al het begin van Overboord, met zinnen als ‘Ik weet wat er omgaat in de louchere echelons van de mensheid’. Het verhaal begint als Van der Eem – na een jeugd van drugshandel en aanverwante zonden –een oppassende huisvader is geworden, directeur van een bedrijf in hydraulische slangen (geen idee wat dat zijn, maar het klinkt legaal). Als op een avond zijn vrouw en kinderen naar bed zijn, besluit hij naar het casino in Nijmegen te gaan. ‘Ik had wat geld over dat een gat in mijn zak brandde’. Je vraagt je al meteen af waar geld vandaan komt dat een gat in je zak brandt, maar goed. Van der Eem naar het casino, waar alles fluisterenderwijs in rep en roer is: Joran van der Sloot is binnen. Dan gaat Van der Eem in de aanval: hij laat Joran verliefd op hem worden – platonisch dan (waarschijnlijk). Van der Eem gaat de gangster spelen, hij ziet er naar eigen zeggen nog steeds uit als de ‘player’ die hij ooit was. Bovendien zien zijn vrienden er nog veel gevaarlijker uit. Joran valt als een baksteen voor Van der Eem, die binnen de kortste keren zijn huisdealer wordt (voor wiet), internetpoker met hem speelt en hem dagelijks begint op te zoeken.

Wat volgt is een seksloze liefdesgeschiedenis met een dubbele bodem. Van der Eem gaat, om het vertrouwen van Joran te winnen, zich weer voordoen als een gangster (dagen en nachten doelloos rondhangen, snuiven, sterke verhalen vertellen. Maar hij gaat zijn jonge vriend ook opvoeden: Joran mag niet meer de hele dag in zijn nest liggen, moet standvastigheid oefenen (‘je reputatie is alles in de drugshandel’) en de twee maken plannen voor het opzetten van een wietplantage. Die wilde Van der Eem trouwens ook werkelijk beginnen, met een startsubsidie van de politie of Peter R de Vries.

In dat laatste schuilt de kern van de reden waarom het project zo succesvol is en waarom dit boek zo geweldig is. De missie slaagde omdat Van der Eem niet alleen voor de goede zaak op een gangster wilde lijken, maar ook zelf heel graag weer een gangster wilde zijn. Hij was even verliefd op ‘Slechte Patrick’ als Joran dat was. Dat mooie literaire motief wordt nog verder gestut door het element van zelfoverwinning dat er voor Van der Eem in het verslaan van Van der Sloot zit. De tv-film was prima, maar na het lezen van Van der Eems boek is een oude cultuurwaarheid weer eens bevestigd: het boek is beter.