Nultolerantie

Renners hebben het tegenwoordig maar makkelijk. In het nultolerante wielrennen zijn ze er nagenoeg zeker van dat de anderen zich ook niet meer tot de tanden toe kunnen bewapenen. Als de tandenloze Beltran toch nog een schijnbeweging maakt, weten ze zich niet meer gehinderd door een comateuze omerta. „Eruit met dat zwijn.” Dat is de taal van vandaag.

Ploegartsen hebben het ook een stuk makkelijker. Ze hoeven niet meer, zoals bijvoorbeeld in de woelige epo-jaren, infuuszakken door het hotel te slepen omdat het bloed van hun coureurs weer eens te stroperig is. Of vier keer per nacht controleren of hun harten nog wel ritmisch kloppen – überhaupt nog kloppen. Dat slaapt een stuk rustiger. Voorbij ook het gereken en gegoochel met doseringen, het gepruts met de hematocriet-meetapparatuur.

En wat een rust voor het ploegmanagement, de sponsors, hun advocaten. Waar is de tijd dat glibberige noodprotocollen haastig in elkaar moesten worden getimmerd. De bal hebben ze fijntjes bij die vermaledijde renner neergelegd. Wie over de schreef gaat vliegt uit de ploeg, en uit de Tour.

De AFLD waakt over de Tour. En ik moet zeggen dat het Franse antidopingbureau netjes te werk gaat. De lijst namen van de tien coureurs met afwijkende bloedprofielen is niet op deze of gene kerkdeur gespijkerd. De betrokkenen kregen een keurige brief met daarin het advies de testgegevens aan hun ploegarts door te spelen; mogelijk was hun gezondheid in gevaar. Heel discreet en subtiel werd het bloed en de urine van de renners in kwestie door AFLD nader „onderzocht”. Alleen de gezondheid van Beltran bleek zo ernstig in gevaar dat de politie hem moest ontzetten. De gezondheid van Riccardo Ricco was en is nog altijd in gevaar met zijn iets te hoge, natuurlijke hematocrietcijfers. Maar die is nu eenmaal als patiënt geboren. Hij heeft er een attest voor, zeg maar een diploma.

Als ik nu renner was zou ik graag rijden bij een ploeg als Team Columbia, of Garmin. In die ploegen draait alles om teamspirit, om de „fun” zelfs, zoals ik vernomen heb op tv. Winnen mag, maar hoeft niet. Kijk toch eens wat dat heeft opgeleverd. Dat die ploegen, bovenop de controles van buitenaf, ook intern een streng priklab hebben ingericht zou ik niet als een gebrek aan vertrouwen ervaren. Eerder als onversneden respect.

Vandaag op de rustdag zou ik met een paar ploegmaats in een busje naar Lourdes toeren om daar in het heilige water te springen. Want nultolerantie betekent ook dat niemand meer die dingen kan doen in het herstel die helemaal niet erg zijn. Ik zou de Maagd op mijn knieën smeken de brief van het AFLD te onderscheppen: „Volgens onze gegevens bent u rijp voor de sloop. Van harte gefeliciteerd.”