Niet gillen

Vorige week las ik een lang stuk in HP/De Tijd (4 juli 2008) waarin HP-redacteur Beatrijs Ritsema het deeltijdwerken met de grond gelijk maakt. Het is een farce, het is niet meer van deze tijd en het schept meer problemen dan dat het wat oplevert. Dus iedereen weer fulltime op de werkvloer. Artsen zouden 24 uur per dag beschikbaar moeten zijn, de postbode moet iedere dag werken, het winkelpersoneel bij de kaasboer ook („die kunnen dan alvast naar je favoriete kaas grijpen als je binnenkomt”) en twee juffen in deeltijd voor de klas, is helemaal uit den boze. Ik dacht dat het stuk een wending zou krijgen waarin de onderzoeken zouden worden aangehaald die juist bewijzen dat parttimers zo gemotiveerd op hun werk verschijnen – maar nee, het was volle ernst.

Ik zal geen pleidooi voor deeltijdwerken houden. Dat is niet nodig – tenminste dat hoop ik.

Kijk om je heen en ervaar het parttime werken. Als je weet dat jouw collega er een dag niet is, dan los je het probleem op een andere manier op. Als jouw arts alleen ’s morgens spreekuur heeft, dan maak je een afspraak in de ochtend. Als een winkel op zondag gesloten is, dan ga je op een andere dag. En dan bedenk je steeds: morgen is er weer een dag. Maar nooit ga je gillen of klagen over deeltijdterreur. Iedereen, hoe goed ook in zijn vak, kan een dag inleveren. Niemand is onmisbaar.

Voor veel mensen is werken meer dan een zinvolle bezigheid. Zonder de baan geen geld, zonder de collega’s geen vrienden. Maar los van onderzoeken en opgelegde modes, zou je voor jezelf moeten nagaan hoe belangrijk werken voor jou is en hoe afhankelijk je bent van het geld dat de baan oplevert. Zet dat af tegen andere zaken die in jouw leven minstens zo belangrijk zijn. Laat je dus niet gek maken – werken is noodzakelijk maar daarnaast betrokken in het leven staan, levert misschien nog wel meer op dan de bedragen op het loonstrookje.

Wekelijks schrijft iemand op uitnodiging een brief aan de next-generatie.Margot Poll (49) is redacteur bij nrc.next.