Nablus Mall moet van Israël dicht

Het enige winkelcentrum van Nablus is door Israël gesloten wegens banden met Hamas, maar het is nog open. Palestijnen, met inbegrip van de Palestijnse Autoriteit, zijn woedend.

Het is een komen en gaan van winkelend publiek in Nablus Mall. Het enige winkelcentrum van Nablus detoneert met de rest van de geïsoleerde en verarmde Palestijnse stad. De vloer is met marmer bedekt, uit de speakers klinkt Arabische popmuziek. Het is de verzamelplaats voor de elite van de stad op de bezette Westelijke Jordaanoever. Hippe meisjes kopen er hun schoenen, de jongens drinken alcoholvrije cocktails.

Een week geleden verschenen veertig Israëlische jeeps voor de ingang. De militairen stapten uit, zegt winkelier Bidal Aslan, en prikten een plakkaat aan de muur. Vanaf 15 augustus moet het winkelcentrum dicht. Een dag later kwam het leger opnieuw. De maatregel gaat per direct in. De spullen zijn sinds die dag officieel geconfisqueerd door het leger.

Voor een gesloten winkelcentrum ziet Nablus Mall er opvallend open uit. Een paar van de circa vijftig winkels zijn vergrendeld en verzegeld door het Israëlische leger. De overige winkels zijn vrijwel zonder uitzondering geopend.

Volgens een legerwoordvoerder heeft het winkelcentrum banden met de islamitische partij Hamas. Minister van Defensie Barak heeft besloten dat organisaties die banden met Hamas hebben, gesloten moeten worden. De maatregel geldt voor 36 scholen, moskeeën en winkels die Hamas – volgens Israël een terroristische organisatie – zouden steunen. Vorige week sloot het leger onder andere een meisjesschool en een sportschool in Nablus. Computers, auto’s en geld zijn in beslag genomen.

Ook Nablus Mall zou een dekmantel van Hamas zijn. Het winkelcentrum is gefinancierd door een investeringsmaatschappij met aan het hoofd burgemeester Adli Yaish. Hij zit nu gevangen in Israël op verdenking van banden met de organisatie. Maar dat het winkelcentrum ook maar iets met Hamas te maken heeft, is een schandalige gedachte, briest winkelier Nasser. Hij verkoopt met zijn ouders traditionele kunst in het winkelcentrum. Hij loopt langs de winkels van zijn collega’s. „Kijk hier. Een schoenenwinkel. Damesmode. Een winkel voor mobiele telefoons. Vertel op, wat heeft dat met Hamas te maken? Wij doen niet aan politiek. Wij verkopen spullen om in leven te blijven.”

De investeringsmaatschappij kent volgens Nasser, zijn achternaam wil hij niet geven, 3.000 aandeelhouders. „Natuurlijk zitten daar mensen van Hamas tussen. Zij hebben twee jaar geleden de verkiezingen gewonnen. Maar er zitten ook christenen, joden en ongelovigen bij.”

Hamas is een concurrent van Al-Fatah, de seculiere partij van president Abbas, die het op de Westelijke Jordaanoever voor het zeggen heeft. Diens Palestijnse Autoriteit is echter woedend over het handelen van Israël in Nablus.

Terwijl president Abbas dit weekend op aanwijzing van de Franse president Sarkozy de Israëlische premier Olmert de hand schudde, bezocht de Palestijnse premier Salam Fayyad het winkelcentrum van Nablus. Hij riep de winkeliers op tot burgerlijke ongehoorzaamheid. „De orders van het Israëlische leger zijn niet rechtsgeldig”, zei hij. „We gaan ermee om alsof ze niet bestaan.” De spanning in Nablus werpt, kortom, een ander licht op de opmerking van Olmert dat vrede tussen Israël en de Palestijnen „dichterbij is dan ooit”.

Winkelier Bidal Aslan is het eens met Fayyad. Strijdbaar zit hij in zijn damesmodezaak. „Als ik de winkel zou sluiten, zou mijn enige bron van inkomsten verloren gaan. Ik blijf zitten.” Aslan heeft met zijn collega’s een Israëlische advocaat in de arm genomen, die de beslissing van Barak aanvecht. „Ik laat mij niet zeggen dat ik Hamas sponsor.” Hij wijst naar een portret van wijlen president Nasser van Egypte achter de toonbank. Nasser was een seculiere Arabische nationalist. „Als je van Nasser houdt, houd je niet van Hamas. Dat weet iedereen. Ik houd mijn winkel open, zoals het een goede Palestijn betaamt.”

Even later klinkt Aslan een stuk minder gemotiveerd. Hij slaapt al een week niet, zegt hij. „Iedere nacht kan het leger komen en mijn winkel kort en klein slaan. Ik ben bang dat dat gebeurt. Premier Fayyad kan wel zeggen dat mijn winkel open moet blijven, maar wat kan hij voor mij doen? Nu staan zijn mannen voor de ingang, maar het Palestijnse leger mag ’s nachts de straat niet op.”