Mooi plan en dan een tel te traag

De Luxemburgse renner Frank Schleck deed namens CSC een greep naar de macht.

Het plan werd perfect uitgevoerd, al bleek Cadel Evans net een seconde te snel.

Boven op Hautacam, waar manager Bjarne Riis in 1996 als renner zijn finest hour beleefde, stond de uitblinkende CSC-ploeg na de spectaculaire Pyreneeënetappe in de Ronde van Frankrijk uiteindelijk toch nog zonder prijzen. Kopman Frank Schleck pakte één seconde te weinig voorsprong op Cadel Evans, waardoor de Australiër de gele leiderstrui overnam van Kim Kirchen. De oudste Schleck moest in de slotkilometer lossen bij het Saunier Duval-duo Juan Jose Cobo en Leonardo Piepoli, van wie de laatste de rit won.

Evans vocht tegen de tranen toen hij na afloop zijn eerste gele trui kreeg uitgereikt. „Ik kon het niet geloven”, verklaarde de 31-jarige kopman van het Belgische Silence-Lotto, die een dag eerder nog behoorlijke schade opliep aan de hele linkerkant van zijn lichaam bij een valpartij. „Toen was ik zo teleurgesteld. Het was de grootste schok van mijn leven. En dan vanuit de diepte naar zo’n hoogtepunt, binnen 26 uur. Dit is een emotionele rollercoaster om het zacht uit te drukken. Schitterend, die Australische kangoeroes op Hautacam.”

De favorieten voor de eindzege namen elkaar voor het eerst serieus de maat tussen Pau en Hautacam. „Je kunt daar de Tour nog niet winnen maar wel verliezen”, sprak CSC-manager Riis vooraf cruijffiaans. En de Deen controleerde met zijn ploeg de wedstrijd vanaf het begin. Fabian Cancellara, wereldkampioen tijdrijden, sloop mee in een vroege ontsnapping met ook Rabo’s groenetruidrager Oscar Freire. Halverwege de 17,7 kilometer lange Tourmalet zette de Duitser Jens Voigt, die met zijn 76 kilo een enorm vermogen moet leveren, zich op kop van het voorste peloton. Op de top bleek dat slechts dertien renners zijn wiel hadden kunnen houden, onder wie zijn ploeggenoten Frank en Andy Schleck en Carlos Sastre.

Tot de gelosten behoorden toen al Damiano Cunego, Stijn Devolder en Alejandro Valverde. De Spaanse winnaar van Luik-Bastenaken-Luik, die drie jaar geleden Lance Armstrong versloeg in de eerste bergrit van de Tour, had op de top 50 tellen achterstand op de CSC-trein van machinist Voigt. In de afdaling en het vlakke stuk naar de slotbeklimming zetten zijn ploeggenoten van Caisse d’Epargne alles op alles om hun kopman terug te brengen. Toen speelde Riis zijn volgende troef uit. Cancellara liet zich terugvallen in de uitgedunde groep favorieten en elimineerde met een moordend tempo in zijn eentje de groep-Valverde, die uiteindelijk ruim drieënhalve minuut zou verliezen op zijn concurrenten en kansloos lijkt voor de eindzege.

In het eerste deel van de 14,4 kilometer lange klim naar Hautacam was de beurt weer aan Voigt om het tempo hoog te houden. Toen de Duitser ontplofte, namen Frank Schleck en Sastre de aanval over. Daarmee losten ze Andy Schleck, maar zijn oudere broer kwam er uiteindelijk wel door in de kop van de wedstrijd, samen met Piepoli en Cobo, de twee klimgeiten van Saunier Duval. En geletruidrager Kim Kirchen, die de laatste 50 kilometer geen enkele ploeggenoot meer in zijn buurt had, moest eraf.

Tot zover liep het meesterplan van Riis gesmeerd. Lang voordat de Deen vorig jaar zijn epo-bekentenis deed, beschouwde de Tourwinnaar van 1996 de rit naar Hautacam van datzelfde jaar als de mooiste dag van zijn carrière. „Ik ga er ooit een boek over schrijven”, zei hij. Gisteren leek hij met CSC op de Pyreneeëncol tot vlak voor de finish op weg naar nieuwe glorie. Hoewel Frank Schleck, de laatste trap van de raket, uiteindelijk net tekort kwam voor ritwinst of geel, mocht de ploeg tevreden zijn met het eindresultaat van hun ‘moordpartij’.

Naast Schleck staat ook Sastre in de top van het klassement: zesde, op nog geen anderhalve minuut van Evans. Toch beschouwt de eerste Australische geletruidrager sinds Robbie McEwen in 2004 niet het CSC-duo maar Rabo-kopman Denis Mentsjov als zijn belangrijkste concurrent. „Schleck staat nu dichterbij, maar de geschiedenis heeft uitgewezen dat Mentsjov over drie weken de sterkste is.” Maar echt een beeld van de concurrentie had Evans, die ’s ochtends voor de rit een opbeurende e-mail van de burgemeester van zijn woonplaats Melbourne ontving, in alle emotie nog niet. „Staat Sastre derde?”

De onverstoorbare Mentsjov lijkt het gelijk te bewijzen van Louis Delahaye. De Rabotrainer verwacht dat de Tour een lange afvalrace wordt en koos voor een lange, gelijkmatige aanloop en een brede trainingsbasis. Enig nadeel voor de Rus is dat zijn ploeg in de bergen niet sterk genoeg lijkt. Op Laurens ten Dam na, gisteren mooi twintigste. Evans, die voorafgaand aan de Tour voorspelde dat de geletruidrager op Hautacam ook eindwinnaar zal zijn, heeft bij Silence-Lotto een vergelijkbaar probleem. „We hebben niet de sterkste ploeg in de race. Maar morgen is vroeg genoeg om daarover na te denken.” Bij CSC hoeven ze daar niet over na te denken. Ook zonder prijzen won de ploeg gisteren een belangrijke slag.