Milieupolitiek

Als ik president Medvedev was, zou ik er inmiddels flink de pest in hebben dat de G8 steeds maar wordt aangekondigd als „de zeven rijkste industrielanden. En Rusland.” Stel je voor dat de baas iedere ochtend de vergadering zo begint. „Nou, we zijn hier weer bijeen met de zeven beste managers van de afdeling. En Frits.”

Zou Frits ook niet leuk vinden.

Misschien dat die G8-onderonsjes daarom nooit wat opleveren. Tijdens de bijeenkomst in Japan, vorige week,werd er bijna een akkoord bereikt over de halvering van de CO2-uitstoot in 2050. Zelfs Amerika was om, op voorwaarde dat de G5 van opkomende economieën ook zou meedoen.

Maar nieuwkomers China, India, Brazilië, Mexico en Zuid-Afrika hadden andere prioriteiten: ‘Wij eerst net zo rijk als joellie!’ is hun duurzame motto – en westerse verontwaardiging hierover is niet op zijn plaats. Wij bekijken het klimaatprobleem immers óók uitsluitend in geld. Spaarlampjes en biodiesel prima, maar de economie moet wel met twee procent per jaar blijven groeien. Ziedaar de paradox van de milieupolitiek: we willen het klimaatprobleem wel oplossen, mits we de levensstijl die het probleem heeft veroorzaakt maar kunnen behouden.

Nee, dan houdt Iran er een vooruitstrevender milieubeleid op na. Dat land is de trotse eigenaar van de op twee na grootste olieplas ter wereld en tóch investeert het alvast fors in kernenergie. Als je de komende 96 jaar nog maar 600 miljoen vaten olie per dag kunt pompen, heb je natuurlijk liever gisteren dan vandaag je eigen Borssele paraat. (Oftewel, voor wie er nog aan twijfelde: Iran is gewoon een kernbom aan het maken, niet in de laatste plaats omdat zijn twee grootste vijanden toevallig ook de twee grootste kernmachten ter wereld zijn. Ter geruststelling: gebruiken zullen ze die bom dus niet, want dan zouden ze binnen een uur door de Verenigde Staten en Israël van de kaart worden gephotoshopt.)

Niet dat dát klimaattechnisch trouwens veel zoden aan de dijk zou zetten. Iran is goed voor slechts 1,6 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Wat wel zou helpen? Een beetje meer moreel verantwoordelijkheidsgevoel misschien. Te beginnen bij de zeven rijkste industrielanden.

En Rusland.

Rob Wijnberg