Luxeproblemen zijn een luxe hoor

Een redacteur van nrc.next (35) ziet zelden wikkende en wegende leeftijdgenoten.

Zij vraagt zich af hoeveel last ‘we’ nu werkelijk hebben van al die keuzes.

Je zal maar dertig zijn. Niet alleen moet je accepteren dat je leeftijd voortaan met een drie – ou-oud! – begint, het zou ook zo kunnen zijn dat anderen nu volwassen gedrag van je verwachten. Op naar de grijze ouderdom, weg met de wilde studentenjaren in je twenties.

Maar dat is nog niet alles. De dertiger van nu heeft grotere problemen. Serieuze problemen. Want als je niet oppast – en Het Dertigersdilemma van Nienke Wijnants mag geloven – loop je dikke kans met een dertigersdilemma rond te lopen.

Als dertiger – iets halverwege de dertig weliswaar, maar dus met de capaciteit om terug te kijken – en omringd door andere leeftijdgenoten, voel ik haast intuïtief aan wat Wijnants bedoelt. Onze dilemma’s? Nou, om maar wat te noemen: neem ik nu eindelijk eens een jaartje sabbatical, wil ik die andere baan, koop ik dat huis, willen we wel of geen kinderen, of gaan we toch maar uit elkaar? Gesprekken hierover vullen verjaardagsfeestjes, zondagse kroegbezoeken en stapavonden.

So far so good. Of toch niet? Het Dertigersdilemma schetst een nogal somber beeld van de volwassen geworden patatgeneratie. Of, zo je wilt: de generatie X, zoals beschreven in de gelijknamige roman van Douglas Coupland, met een paar jaar werkervaring, eerst opgevoed en nu op het werk aangestuurd door de babyboomers (geboren tussen 1945 en 1955). Maar op de voet gevolgd door de socialere internetgeneratie Einstein (zeg, geboren na 1980). Dertigers van nu: een generatie vol knagende twijfel en utopische verwachtingen.

Om te beginnen wat klopt in het boek: wij zijn inderdaad de eerste generatie die heeft kunnen kiezen uit een eindeloze lijst studies, talloos vele liefdes en een stroom aan banen om vrolijk langs te jobhoppen. Kiezen is uitsluiten, maar wij willen alles.

En we krijgen ook veel. In de jaren dat we opgroeiden zat het economisch tij mee, sociale dwang om bepaalde keuzes te maken was (en is) miniem. De voorzichtige, soms wat strenge opvoeding door onze ouders heeft de overgang naar het snelle, rijke, vrije leven als dertiger alleen maar extra prettig gemaakt.

Wat ook nog klopt: als alles kan, moet je kiezen en komen de problemen om de hoek. Inderdaad, keuzestress is geen onbekend fenomeen voor de dertigers van nu.

Maar hoeveel last hebben we daar nou werkelijk van?

Ik zie zelden een leeftijdgenoot in de supermarkt langer dan tien seconden treuzelen tussen de twintig verschillende potjes jam. We zijn gewoon meegegroeid met de toename aan keuzes.

En als we twijfelen welke loodgieter, kapper of wasmiddel we willen, vragen we het vaak. Aan onze ouders bijvoorbeeld. Niet omdat we afhankelijk van ze zijn, maar omdat onze ouders min of meer dezelfde welvaart en opleiding hebben genoten als wij. En als dat niet zo is, raadplegen we vrienden. Die hebben er vast goed over nagedacht.

Eerlijk gezegd zie ik maar weinig dertigers om mij heen die uren wikken en wegen. Geen van mijn vrienden doet dagenlang grondig internetonderzoek naar een vakantiebestemming. We kiezen wat we leuk vinden en we doen dat relatief snel. Doordat we de halve wereld al hebben gezien, wordt de keus ook steeds kleiner.

Nee, dat informatiediggen op internet lijkt meer het gevolg van de opkomst van de informatiemaatschappij, dan dat het ‘ons’ dertigersprobleem is.

Dus daar kun je over twisten met de schrijfster. Maar er is meer. Want wat moeten we denken van haar oplossing: weten wie je bent en zelfvertrouwen hebben. Die oproep tot „authenticiteit en autonomie” ruikt wel erg naar geitenwollensokken in combinatie met glossywijsheid. Bij een zin als „tijd om je eigen innerlijke kompas te ontdekken en te volgen”, moet ik het boek echt even wegleggen.

Maar wat vooral overblijft als het boek uit is: een raar, knagend gevoel. Wij, dertigers van nu, zijn een probleemgeneratie. Met serieuze worstelingen, die niet worden onderkend door anderen. En, zegt de schrijfster, ook al lijken die worstelingen op luxeproblemen, het zijn wel degelijk serieuze problemen waar de dertigers van nu echt mee worstelen.

Oh ja? De onderkenning dat iets een luxeprobleem is, wil niet zeggen dat het geen luxeprobleem is. Of dat je niet verwend bent. Of dat je niet zeurt.

Dát is het. De dertigers in Het Dertigersdilemma zeuren.

Nou ja, een beetje dan. En oké, misschien vinden ik en mijn dertigersvrienden dat omdat we grensgevallen zijn: de oudsten onder de jongeren. Maar misschien is het ook gewoon waar.

Niemand van ons roept met een geveinsde glimlach: ‘Ik zie geen problemen, alleen maar uitdagingen’. Nee, we nemen persoonlijke crises uiterst serieus en we weten dat de wereld immens complex is. Maar we relativeren ook. En als we ons een weg door het leven worstelen, doen we dat met plezier. De dilemma’s van de dertigers van nu zijn bovendien ook de dilemma’s van sommige vijftigers. En dan vinden wij: misschien willen die gewoon niet volwassen worden.

Het Dertigersdilemma is dus vooral een boek voor wie door keuzestress en levensvragen de bomen in het bos helemaal niet meer ziet. Het is handig als je een overzicht wilt van de problemen van deze tijd en als je wilt lezen dat je niet de enige bent die worstelt.

Maar bovenal is het een boek voor de bazen van nu. Voor de babyboomer die tot zijn verbazing een dertiger aan zijn bureau krijgt met de vraag: ‘Mag ik een jaartje sabbatical?’