Klassieke ‘run on the bank’ kost spaarders miljard

Duizenden spaarders eisten gisteren restanten van hun spaargeld op bij IndyMac, de op één na grootste omgevallen bank uit de geschiedenis. Samen raken zij 1 miljard dollar kwijt.

Amerikanen hebben een treffend begrip voor het fenomeen: run on the bank. Het betekent zoveel als een wedloop om het spaargeld te redden, het belegeren van het eigen bankpersoneel, het doen van paniekopnames.

Voor een hoogontwikkelde economie als de Amerikaanse, waar zoveel afhangt van een betrouwbare financiële sector, zijn dergelijke stormlopen op de eigen bank hoogst uitzonderlijk. Dit weekend werd de Californische IndyMac Bank door de overheid opgeheven.

Het was de op één na grootste gedwongen banksluiting uit de Amerikaanse geschiedenis. De overheid nam IndyMac, zowel spaar- als hypotheekbank, vrijdag over. Zondag schoten het ministerie van Financiën en de Federal Reserve, het stelsel van centrale banken, de twee grootste hypotheekfinanciers Fannie Mae en Freddie Mac te hulp in een poging groeiende paniek op de financiële markten te bezweren.

Gisteren heropenden de deuren van de resterende 33 vestigingen van IndyMac, met het hoofdkantoor – tevens het belangrijkste filiaal – in de Californische stad Pasadena. Hoe een ‘run on the bank’ er in deze financieel onzekere tijden uitziet?

Vanaf vier uur ’s nachts, vijf uur voor de heropening, zitten de eerste klanten op de stoep. Sommigen hebben enveloppen in de hand, bankafschriften. Anderen klemmen mapjes onder de arm. Daarin persoonlijke documenten, tot aan geboortebewijzen van familieleden aan toe. Niets aan het toeval overlaten.

En Tracy Lee zegt dat ze het hele weekend niet geslapen heeft. Haar hart maakt – „beep beep, beep beep” – overuren, ze vreest voor de 200.000 dollar die ze als alleenstaande moeder zo nodig heeft.

De rij groeit dan snel. Zeven uur: 25 klanten. Acht uur: 75. Iets voor openingstijd: 150. Een tiental camera’s filmt de dame die op haar meegebrachte stoel met haar strooien hoedje en haar stereotiepe Zuid-Californische uiterlijk – niet alles aan haar is puur natuur – de aandacht trekt.

Naast de media en zij die hun geld komen opeisen is er nog een derde partij aanwezig: de FDIC. Deze Federal Deposit Insurance Corporation is het overheidsorgaan dat met geld van de bankensector garantstaat voor de ingelegde spaargelden. En daarmee ook voor de stabiliteit op de financiële markten moet zorgen. John Bovenzi, financieel bestuurder van FDIC en sinds de geforceerde overname van dit weekeinde de topman van IndyMacs overblijfselen, loopt vanaf zeven uur ’s ochtends rond. Alleen als de camera’s meekijken, praat hij met rekeninghouders.

Wat hij verwacht? „We zullen wel wat meer bezoekers krijgen dan normaal. Mensen zijn nu eenmaal niet bekend met omvallende banken.” Maar er is géén reden tot paniek, blijft hij benadrukken. „95 procent van de rekeningen is volledig verzekerd. Niks om je zorgen over te maken. De Amerikaanse overheid staat pal achter deze bank.”

Dat wil echter niet zeggen dat alle klanten al hun geld zullen terugzien. Ieders eerste 100.000 dollar (63.000 euro) is verzekerd, dat zit wel goed. Maar daarboven staat FDIC slechts garant voor 50 procent van het ingelegde spaargeld.

Zou Bovenzi zelf net zo bezorgd zijn over een paar ton op de bank? „Oh, yeah.” Zeker wel. Maar er zijn manieren om dat bedrag te drukken. Door meer begunstigden in te stellen, echtgenotes in te zetten, ouders, kinderen. Vandaar die geboorteaktes. Ondanks Bovenzi’s bedaardheid zullen in ieder geval tienduizend IndyMac-rekeninghouders 1 miljard dollar aan spaar-, hypotheekgelden en levensverzekeringen nooit meer terugzien.

De FDIC heeft een lijst met banken die IndyMac achterna dreigen te gaan. De lijst is negentig banken lang. „Dit heeft niet de schaal van de Depressiejaren, maar na IndyMac zullen er nog wel een paar omvallen”, zegt Bovenzi. Zijn budget om rekeninghouders schadeloos te stellen is beperkt: hij heeft 52 miljard dollar in kas. Dat lijkt wellicht veel geld, maar alleen IndyMacs reddingsactie kost al 4 à 8 miljard dollar. Het zou dus mooi zijn als klanten van andere banken op de FDIC-lijst hun paniek kunnen beteugelen en niet allemaal tegelijk hun spaargeld gaan ophalen.

Dit jaar zijn vier andere banken, alle aanzienlijk kleiner dan IndyMac, gesloten na wanhoopsopnames. Normaal is FDIC’s werk dan overzichtelijk: op vrijdag neemt de organisatie na sluitingstijd de bank over, op maandag is vaak al een koper gevonden. Dat draaiboek gaat niet langer op. Het aantal banken dat nog een overname aandurft is op een dieptepunt beland. De laatste vijftien jaar deden banken jaarlijks gemiddeld 300 overnames. Nu, op de helft van het jaar, staat de teller op 67. Bovendien zijn het per saldo 70 procent kleinere overnames.

IndyMacs rekeninghouders hebben concretere problemen: wat doen ze eigenlijk met het geld dat ze vandaag meekrijgen? Een enkeling maakt grappen over de aloude matras. Een ander kan dat weer niet waarderen. De meesten – van advocaat tot bankmedewerker – weten simpelweg niet wie nog te geloven. Een andere bank hier in de buurt, Downey Savings, staat ook op FDIC’s probleemlijst, en dat ook grote financiële instellingen niet veilig zijn voor de kredietcrisis is reeds bewezen door het verdwijnen van zakenbank Bear Stearns (vier maanden geleden) en de noodoplossingen die toegepast moeten worden op hypotheekgiganten Fannie Mae en Freddie Mac (dit weekeinde).

„Niemand is nog te vertrouwen.” Dat zegt Charles Tengeri, de 70-jarige man die zich al om vier uur voor de glazen deur meldde. Tengeri, van oorsprong Keniaan, werkte veertig jaar op lagere en middelbare scholen in het nabijgelegen Los Angeles, had twee banen tegelijk en wilde gisteren op tijd zijn „voordat het geld op was”.

Hij wás op tijd en kan dus om half tien de cheque zien die net in zijn naam is uitgeschreven: 171.121 dollar. Zijn verlies – „mijn spaargeld, dat ik nalaat voor mijn kleinkinderen” – bedraagt daarmee 114.000 dollar. „Dat gooit mijn pensioenplannen nogal in de war”, zegt hij. Zijn huis behouden zal krap aan worden. Achter Tengeri’s rug, aan de andere kant van de deur, hangt een poster. Een kleurrijke bloem die voorspoed moet uitstralen, een reclameleus. „You can count on us.” Op ons kunt u rekenen.

Meer over de problemen bij Amerikaanse banken en hypotheekfinanciers op nrc.nl/kredietcrisis