Joseba Beloki

In Lannemezan, waar morgen de elfde Touretappe naar Foix van start gaat, stond Joseba Beloki in 2002 geconcentreerd bij de Once-bus, waar Erik Breukink voor de NOS-tv zijn oude ploegleider Manolo Saiz interviewde. In de Pyreneeënrit die volgde, zou de Spaanse klimmer de basis leggen voor zijn tweede plaats in het eindklassement, op 7.17 minuut achter de ongenaakbare Lance Armstrong.

De 1,74 meter lange en 61 kilo lichte Bask (Lazkao, 12 augustus 1973) brak in 1997 door met een tweede plaats bij het Spaans kampioenschap tijdrijden. En hij kon nog klimmen ook, wist Saiz, die hem in 1999 weghaalde bij de Baskische ‘nationale ploeg’ Euskaltel. Een jaar later werd hij derde in de Tour. Er volgde nog een derde en zelfs een tweede plaats. Maar de Baskische wielerfans hielden meer van aanvallers als Iban Mayo. Ze vonden Beloki te veel een aanklamper, een volger.

In 2003 wist hij wat hem in de Tour te doen stond: aanvallen. Op Alpe d’Huez pakte hij zowaar tijdwinst op de kwetsbare Armstrong. Een dag later, 14 juli, schoot hij brutaal op kop de afdaling in van de Côte de la Rochette, derde categorie. De zon smolt het asfalt, Beloki’s achterwiel gleed weg en hij ging tegen de grond: gebroken dijbeen, pols en elleboog. Vlak achter hem ontsnapte Armstrong spectaculair door een weiland. Beloki vocht zich terug, maar haalde niet meer zijn hoogste niveau.

In mei 2006 wordt ‘J.B.’ genoemd in het justitieel onderzoek naar de Spaanse dopingarts Eufemanio Fuentes. Beloki krijgt geen ploeg meer en stopt. „The world of hypocrites”, staat nu op zijn gedateerde website. (www.members.lycos.nl/josebabeloki).

Maarten Scholten