‘In ernstige zaken mag je fouten niet aanvaarden’

Minister Hirsch Ballin wil de mogelijkheden verruimen om afgesloten strafzaken te heropenen. Volgens hem gaat het om een „ingrijpende” aanpassing.

Toen bleek dat Cees B. al vier jaar vastzat voor een moord die hij niet gepleegd had, ging er een schok door Nederland, maar werd er nog gesproken over een unieke misstap.

Toen bleek dat politie en justitie bij het onderzoek naar deze zogenoemde Schiedammer parkmoord grote fouten hadden gemaakt en de rechter die niet had gezien, werd een commissie ingesteld die onderzoek moest doen naar andere twijfelachtige veroordelingen.

Nadat ook de Puttense moordzaak en de veroordeling van verpleegster Lucia de B. mis bleken te zijn gegaan, ontstond het gevoel dat er te vaak iets grondig mis gaat in het Nederlandse strafrecht.

Vandaag maakt minister Hirsch Ballin bekend dat hij de mogelijkheden wil verruimen om afgesloten strafzaken te heropenen. Dat kan nu alleen als de veroordeelde zelf nieuw bewijs aandraagt. Maar straks mag de procureur-generaal bij de Hoge Raad bij twijfels of op verzoek van de verdachte zelf om nieuw onderzoek vragen.

Die twijfels hoeven niet alleen over nieuw bewijs te gaan. Ze mogen ook te maken hebben met nieuwe inzichten bij deskundigen.

Het gaat volgens de minister om een „ingrijpende” aanpassing. „Nog niet zo lang geleden hadden we te horen gekregen: wat haal je nu allemaal overhoop?”

Zijn de zaken waar het misging incidenten, of een gevolg van het rechtssysteem?

„Niemand twijfelt eraan dat het incidenten zijn. Ze veroorzaakten een schok, ook wegens de ernst van de gevolgen. Maar iedereen in de strafrechtspraak weet dat het uitzonderingen zijn op een patroon dat rechters alleen veroordelen als ze dubbel en dwars overtuigd zijn. Ook al betekent dat, en daar heeft iedere rechter voorbeelden van, dat er gevallen zijn waarvan je voelt dat er een veroordeling had moeten plaatsvinden, maar dat je met het bewijs dat je hebt alleen tot vrijspraak kan komen. Deze maatregelen zijn niet nodig omdat we anders geen rechtsstaat zouden hebben, want die hebben we zonder twijfel.”

Als het maar incidenten zijn, waarom dan een hele nieuwe herzieningsprocedure?

„Je kunt bij ernstige zaken niet accepteren dat mensen blijven zeggen: ‘Hier is het niet goed gegaan.’ Ook al is het een incident, de gevolgen zijn te ernstig om niet in te grijpen, voor de veroordeelde en de slachtoffers, maar ook voor het vertrouwen in de rechtsstaat.”

Een zaak kan straks herzien worden als sprake is van nieuwe deskundigheid. Maar voor elke mening is wel een deskundige te vinden.

„We hebben de ervaring dat de keuze van de deskundige bepalend kan zijn voor het antwoord dat je krijgt op je vragen, dat is een mogelijke zwakte. De ingewikkeldheid en aard van deskundigenoordelen hebben niet meer de ogenschijnlijke eenvoud van dertig jaar geleden. Maar het is geen onoplosbaar probleem: we hebben daarvoor straks het deskundigenregister. Daarin staan niet alleen door de wol geverfde en in hun vak gekwalificeerde, maar ook voldoende met het strafproces bekende deskundigen. Deze vernieuwing is nauw verbonden met de fundamentele verandering van de rol van deskundigen. In de jaren zeventig was de deskundige vooral iemand die zich uitsprak over de psychische stoornis van de verdachte. In de huidige complexiteit van de criminaliteit is de rol van de deskundige zoveel groter dat het reden is er opnieuw over te denken. Daarom rekken we de herziening op, zodat ook een andere deskundigenbeoordeling van de aanwezige feiten kan leiden tot een herzieningsprocedure.”

In het uitzonderingsgeval van een herziening mag de Hoge Raad straks de feiten van een zaak beoordelen. Als dat bij elke zaak zou mogen, kunt u nóg meer fouten herstellen.

„De Hoge Raad heeft bij een herziening inderdaad een afwijkende rol. Maar uit onderzoek dat we net hebben laten doen, blijkt vooral dat we ons zorgen moeten maken over het feit dat de Hoge Raad te weinig toekomt aan zijn rol als bewaker van de rechtseenheid en de goede uitleg van het recht. Ongeremde toegang tot de Hoge Raad door deze ook een feitenrechter te maken, staat diametraal tegenover de richting die we met de raad in willen slaan.”

U wilt het ook mogelijk maken een vrijgesproken verdachte opnieuw te berechten. Dat staat haaks op een van de belangrijkste principes van het strafrecht.

„Het is niet in strijd met de uitleg die het Europees Hof voor de Rechten van de Mens aan dit principe geeft. Je zou op een probleem stuiten als je elke vrijspraak kon laten volgen door een herkansing voor het OM. Maar dat is duidelijk niet aan de orde. We willen een strikt begrensde mogelijkheid bij de allerergste vormen van misdaad, of bij de allerergste gebreken in het rechtsproces, zoals meineed, aangetoonde valse verklaringen of omgekochte rechters. Zo voorkomen we dat situaties voortduren waarin je ondanks inmiddels aangetroffen hard bewijsmateriaal toch met lege handen staat.”

Eerdere artikelen over herziening van strafzaken op nrc.nl/binnenland