Geweld in Darfur ‘absoluut etnisch’

Hoofdaanklager Ocampo van het Internationale Strafhof denkt te kunnen bewijzen dat de Soedanese president Bashir het geweld in Darfur richt op burgers, op basis van hun etniciteit.

Nog geen twee weken geleden leed hoofdaanklager Luis Moreno-Ocampo een zware nederlaag bij het Internationale Strafhof. De rechters gelastten de vrijlating van zijn eerste verdachte, de Congolese krijgsheer Thomas Lubanga, wegens een vormfout van de aanklager. Gisteren was dat vergeten. Ocampo kon melden dat hij een staatshoofd heeft aangeklaagd, voor genocide.

Het is de eerste keer in het zesjarige bestaan van het Internationale Strafhof (ICC) dat Ocampo de rechters om een arrestatiebevel voor een staatshoofd heeft gevraagd. De Soedanese president Omar al-Bashir moet na de Servische president Slobodan Milosevic (Joegoslavië-tribunaal) en de Liberiaanse president Charles Taylor (Speciale Hof voor Sierra Leone) het derde staatshoofd worden dat voor een internationaal tribunaal terechtstaat.

Het is ook de eerste keer dat de Argentijnse aanklager met een beschuldiging van genocide komt. Het bewijs dat hij gisteren heeft ingediend moet de rechters ervan overtuigen dat er „redelijke gronden zijn om te geloven” dat Bashir zich schuldig maakt aan ‘de misdaad aller misdaden’ in de West-Soedanese regio Darfur. Niet alleen is het de zwaarste misdaad in het internationale strafrecht, het is ook de misdaad met de zwaarste bewijslast. In het Statuut van Rome, het oprichtingsdocument van het Strafhof, wordt genocide omschreven als de intentie om een bevolkingsgroep geheel of gedeeltelijk uit te roeien, op basis van nationaliteit, etniciteit, ras of religie.

Hoe bewijs je die intentie? Hoe stel je vast dat de dood van honderdduizenden Darfurezen meer is dan het gevolg van geëscaleerd geweld tussen twee partijen die elkaar militair bestrijden? Ocampo zei over dat bewijs te beschikken.

In maart 2003 besloot Bashir om delen van de Fur, de Masalit en de Zaghawa uit te roeien, omdat het hem niet lukte de rebellenbewegingen die vooral uit deze bevolkingsgroepen waren samengesteld te verslaan, stelde Ocampo op een persconferentie in Den Haag. Bashir stuurde het leger en de Arabische Janjaweed-milities naar de dorpen en stadjes van deze groepen om de mannen te vermoorden, de vrouwen te verkrachten en de huizen te plunderen. Ze hadden het niet voorzien op de rebellen, – ze ontweken hen zelfs –, maar op de burgers, en stopten niet voordat de inwoners waren gedood of op de vlucht geslagen. De meeste slachtingen vonden plaats in 2003, 2004 en het begin van 2005.

De aanklager maakte gisteren geen bewijs openbaar waaruit bleek dat Bashir welbewust besloot over te gaan van een gewapend conflict op genocide. Wel presenteerde hij een kaart waarop een duidelijk verband was aangegeven tussen de schematische leefgebieden van de bevolkingsgroepen en de aanvallen. „Er is een absolute correlatie tussen de aanvallen en het grondgebied. De selectie is absoluut etnisch. De Arabische dorpen [in Darfur] zijn gespaard.”

De onderzoekscommissie die oud-secretaris-generaal van de VN Kofi Annan had ingesteld voor Darfur, concludeerde in januari 2005 dat er geen sprake was van genocide zolang de overheid plaatsen beschikbaar stelt voor opvang van de ontheemden, en zij daar hulp ontvangen. Ocampo zei gisteren te kunnen aantonen dat de 2,7 miljoen ontheemden ook in de kampen niet veilig zijn. Janjaweed-strijders worden vlak buiten de kampen gestationeerd om vrouwen te verkrachten als ze brandhout verzamelen. „Verkrachting wordt ingezet om de geest van de mensen te breken. In dit geval is het een vernietigingswapen, geen perversiteit”, aldus de aanklager. Volgens hem is er sindsdien „een infanticide-explosie” van „Janjaweedbaby’s”.

Verder heeft de Soedanese overheid geprobeerd om humanitaire hulp te belemmeren, door buitenlandse hulpverleners uit te zetten, visa te weigeren, konvooien te blokkeren en onnodig veel bureaucratie op te werpen. Zodoende is er nauwelijks voldoende voedsel in de kampen, en schieten medische voorzieningen tekort.

Ocampo presenteerde gisteren een aantal uitspraken uit getuigenverklaringen, waaruit moet blijken dat het geweld etnisch bepaald is. De zaak tegen Bashir is verder opgebouwd uit verklaringen van regeringsleden, experts en documenten van de regering, de VN en andere bronnen. Die informatie, die om veiligheidsredenen uitsluitend buiten Darfur is verzameld, moet aantonen dat de genocide heeft plaatsgevonden in opdracht van de president. Volgens Ocampo gaat de schuld van Bashir uitdrukkelijk niet om commandantenverantwoordelijkheid, zoals in geval van Taylor. Die wordt berecht omdat hij als president niets heeft gedaan om oorlogsmisdaden te voorkomen of te stoppen. Maar Bashir heeft zelf opdracht tot uitroeiing van de Fur, de Masalit en de Zaghawa gegeven, verklaarde Ocampo, en aangezien hij de absolute macht in Soedan heeft, zijn die orders uitgevoerd.

Uit deze verklaringen en documenten is gisteren niets openbaar gemaakt.