Een dorpsfeest met pepperspray en lange lat

In een „grimmige en beangstigende”situatie trad de politie hard op. Te hard, vindt de officier van justitie. Het vertrouwen in de politie is aangetast, en dat telt zwaar.

Een gezellig dorpsfeest loopt uit de hand. Bij het jaarlijkse Oranjefeest in Pijnacker, in de nacht van 6 op 7 mei 2006, breekt een vechtpartij uit. Agenten grijpen in om de rust te herstellen. Maar ze gaan hun boekje ver te buiten, vinden aanwezigen. Onschuldige bezoekers zouden zijn geslagen met wapenstokken, bespoten met pepperspray en gebeten door politiehonden.

Het Openbaar Ministerie (OM) besloot vier agenten strafrechtelijk te vervolgen. Drie van hen stonden gisteren en vandaag voor de rechter in Den Haag, de vierde ging eerder al akkoord met een geldboete. Er waren klachten en aangiften tegen meer agenten dan deze drie. Maar alleen tegen hen kon voldoende bewijs worden verzameld, zei de officier van justitie.

Dat gold onder anderen voor een 35-jarige agent uit Zoetermeer. Hij zou met zijn wapenstok drie mensen hebben mishandeld en zijn hond zou zes keer hebben gebeten. Voor hem wilde de officier 140 uur taakstraf, waarvan de helft voorwaardelijk. Een 53-jarige agent uit Wassenaar zou volgens de officier schuldig zijn aan mishandeling en machtsmisbruik. Tegen hem werd een boete van vijfhonderd euro geëist. Die straf eiste de officier ook voor een 39-jarige ME’er uit Barendrecht, die een toen 14-jarige jongen van zijn fiets sloeg.

Natuurlijk mogen agenten geweld gebruiken als de situatie daar om vraagt, aldus de officier. Maar was het geweld dat de politie die bewuste avond gebruikte proportioneel? Volgens haar mag van agenten worden verwacht dat zij „uiterst terughoudend” zijn met de inzet van geweld. Dat was die avond in Pijnacker niet het geval, meent de officier.

De drie agenten zeiden gisteren ieder voor zich naar eer en geweten te hebben gehandeld. Volgens de 35-jarige agent uit Zoetermeer was die avond in Pijnacker sprake van een „grimmige en beangstigende” situatie. „Normaal gesproken gaan mensen weg als je de honden tevoorschijn haalt, maar dat was hier niet het geval. Men wilde gewoon het gevecht aangaan.” Hij verklaarde „zoiets nog nooit” te hebben meegemaakt.

Nadat zijn hond een feestganger had gebeten, ontstond een gevecht. Op een gegeven moment was de 35-jarige agent „een stukje kwijt”. Hij zag voetstappen op zijn shirt en bleek kneuzingen aan ribben en ruggenwervel te hebben opgelopen. Niettemin achtte de agent zichzelf in staat om op te treden bij een ander incident, later die avond. Daar zou hij een man hebben mishandeld met zijn wapenstok. Collega’s van de agent verklaarden zijn optreden „disproportioneel” te vinden.

De officier van justitie bleek van mening dat het gedrag van de agent „leidt tot aantasting van het vertrouwen in de politie. [...] Dat wordt hem zwaar aangerekend.” Het optreden van de politie die avond heeft volgens de officier geleid tot „bijzonder veel verontwaardiging in Pijnacker en ver daarbuiten”. En daarom was rechtsvervolging op zijn plaats. In haar strafeis zei ze rekening te houden met de vele media-aandacht, interne sancties en de onzekerheid voor de agenten in de afgelopen tijd. Twee van de drie zitten al geruime tijd ziek thuis.

De advocaat van de agenten, Alexander de Swart, bepleitte vanmorgen zijn cliënten te ontslaan van rechtsvervolging. „De officier haalt vijf getuigen aan die beweren dat mijn cliënten disproportioneel hebben gehandeld. Ik haal er vijf aan die het tegenovergestelde beweren.”

Wanneer de uitspraak volgt was rond de middag nog niet bekend.