De brouwers van InBev opereren als bankiers

Na overname door ‘kille saneerder’ InBev gisteren vreest de Amerikaanse nationale bierbrouwer Anheuser-Busch ontslagen. De biermarkt in de VS blijft immers krimpen.

Eén op de vier biertjes die op deze aardbol worden gedronken, komt nu van één brouwersconcern: Anheuser-Busch InBev. Het Belgisch-Braziliaanse InBev werd gisteren de wereldmarktleider in de branche door de acquisitie van zijn Amerikaanse rivaal Anheuser-Busch.

Kostprijs van de deal: 52 miljard dollar (32,8 miljard euro). Op de website budwatch.com wordt met angst naar dit bedrag gekeken. „InBev belooft geen brouwerijen te sluiten of personeel in de VS af te danken”, zegt Jack Cipriani, directeur van de bier- en frisdrankenvakbond Teamsters. „Dat juichen we toe. Maar gezien de financiering van deze deal, vragen we ons af InBev die belofte kan houden.”

De vakbondsleider wijst op het enorme bedrag van 45 miljard dollar aan kredieten dat door tien banken – waaronder Fortis en ING – is opgehoest om de deal te bekostigen. Ook volgens analisten een enorme schuldenlast. Bovendien leent InBev nog eens 7 miljard dollar om de periode te overbruggen tot de verkoop van „niet-kernactiviteiten” – aldus InBev in een persmededeling.

Anheuser-Busch zou weleens een periode van harde saneringen tegemoet kunnen gaan. De producent van onder meer Budweiser heeft per vat geproduceerd bier 23 procent meer werknemers dan InBev. Werknemers van dit icoon van het Amerikaanse bedrijfsleven hebben recht op een ‘biertoelage’ en kunnen bij de bedrijfskapper langs. De directie verplaatst zich met privéjets en vergadert geregeld op een luxejacht in Tampa bij Florida. Dergelijke weelde is InBev totaal vreemd.

Er zijn weinig geografisch overlappende activiteiten tussen Anheuser-Busch en InBev – de ene boekt zijn winst vooral in de VS, de andere in West-Europa en Latijns-Amerika. Dus synergiewinsten zullen moeilijker te behalen zijn dan bij andere grote bierdeals, verwachten experts. Dat betekent forse bezuinigingen op de bedrijfsvoering.

Daar is InBev goed in. De brouwersgroep die in 2004 ontstond uit het Belgische Interbrew en het Braziliaanse Ambev, is berucht om zijn uiterst efficiënte en ‘koude’ cijfercultuur. „Het is een verkoopmachine die met een ijzeren financiële discipline wordt geleid”, zegt een voormalig kaderlid.

Interbrew ontstond in 1987 uit de fusie van het Vlaamse Artois en de Waalse brouwer Piedboeuf. Vier jaar geleden ging het concern samen met het Braziliaanse Ambev. De eigenaars van Ambev, het miljardairstrio Lemann, Sicupira en Telles, zijn van oorsprong geen bierbrouwers maar bankiers. Zij introduceerden de zogeheten zero based budgetting: elk jaar moeten alle InBev-divisies hun uitgaven van nul af aan verantwoorden, ongeacht de bezuinigingen die ze het jaar daarvoor doorvoerden.

Dit cijferfetisjisme vat Carlos Brito (48) – de Braziliaan die sinds 2005 bestuursvoorzitter is van InBev – als volgt samen: „Ik streef drie dingen na. Onze volumes sneller laten groeien dan de markt, de omzet sneller laten groeien dan de volumes en de kosten minder snel laten groeien dan de inflatie.”

Zo maakte Brito direct na zijn aantreden een eind aan de jaarlijkse sponsoring van het filmfestival van Cannes van ruim 14 miljoen euro. In 2005 verhuisde een deel van de administratieve diensten naar Tsjechië en Hongarije, waardoor in België tachtig banen sneuvelden. En business class vliegen voor een afstand van minder dan 400 kilometer is verboden, zegt een gewezen topmanager van InBev. „Dat geldt ook voor Brito.”

In 2007 hief de InBev-top ook het laatste interne koninkrijkje op, met het besluit het vastgoed van 800 horecazaken te verkopen. Tot groot ongenoegen van de eigen verkoopafdeling, omdat de waardestijging van het vastgoed bijdroeg aan de jaarlijkse bonus van de verkopers.

Die uiterst strenge kostendiscipline legde InBev geen windeieren. De verhouding tussen kasstroom en omzet steeg in de afgelopen drie jaar van 25 naar 35 procent – en dit ondanks de sterk gestegen prijzen voor grondstoffen als maïs, gerst en mout. Ook lag de rentabiliteit hoger dan bij de concurrentie. De bedrijfsmarge van InBev in 2007 was met 27 procent een flink stuk beter dan de 14,8 procent van Heineken datzelfde jaar.

Toen Brito aantrad als bestuursvoorzitter, was de koers van het aandeel InBev 36,5 euro. Gisteren sloot de koers op 43 euro, en dit ondanks de malaise op de financiële markten. „Voor de komst van de Brazilianen was het toenmalige Interbrew het resultaat van een hutspot van allerlei acquisities”, zegt een ingewijde die de deal met Ambev begeleidde. „De Brazilianen leverden een fantastische job door dit alles te consolideren en te integreren.”

Dit succes heeft echter ook zijn schaduwzijde, stellen insiders. Bij InBev is er geen „liefde voor het brouwersmetier” meer, die is opgeofferd aan de koele efficiëntie van rekenaars. De brouwers bij InBev zijn centralistisch denkende, dirigistische ‘bankiers’ geworden.

Een kijkje bij de Nederlandse brouwer Hertog Jan – die al sinds 1995 deel uitmaakt van de InBev-familie – nuanceert dit beeld enigszins. Uit niets blijkt dat het bedrijfje aan de oostkant van de Maas bij Arcen onderdeel is van een van de grootste bierconcerns ter wereld. Nergens prijkt de naam InBev, zelfs niet op de etiketten van de bierflesjes. De brouwerij, in 1916 begonnen als ‘Stoombierbrouwerij De Vriendenkring’, is kleinschalig gebleven en de Limburgse gemoedelijkheid voert er nog altijd de boventoon.

„Bier is traditie en erfgoed, bier is beleving en gevoel”, zegt Ronald Panis, woordvoerder van InBev Nederland in het eenvoudige kantoortje van de Hertog Jan Brouwerij. „Dat blijft hetzelfde, ook als je onderdeel bent van een wereldwijd concern.”

Interbrew en later InBev hebben Hertog Jan ongemoeid gelaten omdat het volgens Panis een „succesvolle business” is. „Het is bier met een uitstekende marge. De kip met de gouden eieren ga je niet slachten”, zegt hij.

De Dommelsche bierbrouwerij in het Brabantse Dommelen – al sinds 1968 onderdeel van de groep – is uitgegroeid tot het grote distributiepunt van InBev in Nederland. Hier worden Dommelsch en Hertog Jan gebrouwen, maar wordt ook het tankbier van Jupiler overgeslagen en worden de thuistapvaatjes van PerfectDraft voor heel Europa gevuld.

Zo is het niet alle Nederlandse brouwerijen uit de stal van InBev vergaan. In 2003 besloot de groep de Oranjeboom-brouwerij in Breda te sluiten, „wegens overcapaciteit”. Van de brouwerij rest nu slechts een kaal bouwterrein.

Die onafgebroken zoektocht naar efficiëntie is geen overbodige luxe voor InBev. Op de West-Europese thuismarkt daalt de bierverkoop. Breezers, cocktails en wijn zijn populairder geworden bij de jeugd. Het segment jongeren met een ‘biercultuur’ neemt ook af door de groeiende groep allochtonen.

Ook in de VS hadden de InBev-merken, zoals Rolling Rock en Labatt, het moeilijk: de omzet daalde met 13,5 procent. Het was de Centraal- en Zuid-Amerikaanse markt – en vooral Brazilië, waar de biergroep 68 procent van de markt controleert – die InBev toch nog een omzetgroei in het eerste kwartaal van 4,1 procent bezorgde.

Aan elke efficiencyverbetering zitten limieten. InBev kon het volumeverlies niet blijven compenseren door kostenbesparingen. Een nieuwe fusie was dan ook de uitweg, zo stellen specialisten. De overname van Anheuser-Busch – magere beursprestaties en nog heel wat efficiëntiewinst te behalen – past perfect in dat plaatje.

„De deal met Anheuser-Busch staat al jaren op de radar”, zegt een gewezen commissaris van InBev. „Er werd hierover al gesproken bij de eerste contacten met de Brazilianen.” En dat is niet toevallig, omdat de Brazilianen al gesprekken hadden met Anheuser-Busch ten tijde van de fusie met Interbrew. Omdat dat op niets uitdraaide, sloeg het trio Lemann, Sicupira en Telles de handen ineen met de Belgen. Met uiteindelijk nu toch de overname van Anheuser-Busch tot gevolg. „Het grootste deel van hun fortuin hebben deze Brazilianen in InBev geïnvesteerd. Zij zijn niet dom. Als de overname van Anheuser-Busch hun grote ambitie is, dan is dit niet om geld te verliezen.”