Bij hellingen dreigt het karretje vanzelf te rijden

Arnon Grunberg werkt undercover als cateraar bij het Zwitserse spoor en doet verslag. Deel 2.

Om half acht ’s ochtends meld ik mij op spoor 12 op het station van Luzern, waar de trein naar Interlaken gereed staat. In de restauratiewagen van deze trein zal ik de komen twee dagen wonen. Binnen staat, geheel volgens het schema dat ik heb gekregen, Herr Cyril Karyawasam.

Op mijn vest draag ik een broche waarop staat: „Trainee.” Desondanks ben ik in de stationshal al vier keer aangeklampt met vragen als: „Waar gaan de boten?” Maar ook: „Heeft de trein naar Lugano vertraging?” Omdat ik een uniform draag, beantwoord ik alle vragen ook als ik de antwoorden niet weet.

„Rijd je een stuk mee, collega?”, informeert Cyril als ik in de restauratiewagen sta. Daar moet ik ook aan wennen. Elke geüniformeerde van Elvetico begroet me met de woorden: „Hallo, collega.”

„Nee”, zeg ik. „Ik kom helpen.” Op de meeste treinen in Zwitserland werkt slechts één persoon in de restauratiewagen. Deze persoon moet ook met het karretje door de trein. Zodat een gedeelte van de reis de restauratiewagen onbemand is. Men vertrouwt erop dat de gasten in de tussentijd de voorraden niet stelen.

Vanaf het station Sarnen gaat het steil omhoog tot Brünig-Hasliberg, dan weer steil omlaag naar Meiringen. Gedurende het beklimmen en afdalen van de berg is de rem van het karretje niet afdoende en bestaat steeds het gevaar dat het uit zichzelf gaat rijden.

Al het eten dat wij serveren, bijvoorbeeld paella, braadworst, kaasfondue, tomatensoep en tortellini, zit in plastic zakjes. De zakjes moet samen met een bord worden verhit. Het eten ziet er uit als astronautenvoeding, maar volgens de president-directeur van Elvetino kan een chef-kok het verschil niet proeven met vers bereid voedsel.

„Pas jij even op”, zegt Cyril. „Ik ga met het karretje rond.” Cyril komt uit Sri Lanka, woont al negentien jaar in Zwitserland en werkt al vijftien jaar op deze route.

Hij komt niet meer terug.

Misschien slaapt hij of bedrijft hij de liefde op een toilet.

Een Indische familie wil paella eten. Ik gooi het zakje ‘paella’ in de oven.

Eindelijk komt Cyril terug. Hij haalt het zakje uit de oven, knipt het open en roert met de schaar vakkundig door de rijst.

„Zeg dat ze snel moeten eten”, zegt Cyril. „We zijn bijna in Interlaken.”

„Ik wil niet onbeleefd zijn maar u moet snel eten”, zeg ik tegen de Indische familie. „We komen zo in Interlaken aan en daar moet u eruit.”