Badminton: volkssport nr. 1 in China

Vaak wordt me gevraagd: wat is nu populairder in China, tafeltennis of badminton? Chauvinistisch als ik ben zeg ik dan natuurlijk: tafeltennis. Pingpong was tenslotte altijd volkssport nummer één. Het land telt veertig miljoen geregistreerde tafeltennissers en dankzij de pingpongdiplomatie werd de sport bijna synoniem met China. Misschien is het daarom niet alleen volkssport, maar ook exportproduct nummer één geworden. Wereldwijd komen duizenden Chinese pingpongers uit voor buitenlandse clubs- en nationale teams.

Maar sinds ik in China woon, ben ik er nog niet zo zeker van dat pingpong de badmintonsport nog steeds overtreft in populariteit.

China badmintont massaal. Voor maoqiu (letterlijk haarbal) heb je tenslotte slechts twee rackets en een shuttle nodig en geen tafel of net. In Peking kan dat altijd en overal want de straten zijn breed en nog veel belangrijker: het waait bijna nooit.

Het zal dan ook niemand verbazen dat de verrichtingen van de olympische badmintonsterren op de voet worden gevolgd. Sinds badminton in 1996 een olympische sport werd, is die aandacht alleen maar toegenomen. Noem namen als Zhang Ning, Lin Dan of Zhang Yun en iedereen weet wie je bedoelt. Wie herinnert zich niet de olympische finale tussen de Chinese Zhang Ning en ‘onze’ Mia Audina tijdens de Olympische Spelen in Athene? Het was niet alleen een gevecht tussen twee geweldige talenten, maar ook het duel tussen de twee meest toonaangevende badmintonnaties Indonesië en China. Onze voormalige kolonie is nu, zeker bij de vrouwen, definitief door China voorbijgestreefd. Het gastland is dan ook dé favoriet voor bijna alle badmintontitels tijdens de Olympische Spelen.

Deze en komende week elke dag een foto over sport in China met een verhaal van een correspondent die eerder als tafeltennisser veel in China is geweest. Bettine Vriesekoop werd tussen 1977 en 2002 twee keer Europees Kampioen en veertien keer Nederlands kampioen tafeltennis.