Vrede en/of gerechtigheid

Het Internationale Strafhof brengt vandaag waarschijnlijk aanklachten uit tegen leiders van Soedan vanwege Darfur.

Daardoor kan de situatie ter plaatse juist verslechteren.

De rol van het Internationale Strafhof (ICC) is omstreden in Afrika. De twijfel onder juristen en diplomaten groeit of het Strafhof met zijn aanklachten de vrede niet belemmert bij de lopende conflicten in Soedan, Oeganda, de Centraal Afrikaanse Republiek en Congo. Alle twaalf door het ICC uitgevaardigde arrestatiebevelen betreffen Afrikanen. Vredesstichters ervaren het Strafhof, dat is opgericht om de plegers van de zwaarste oorlogsmisdaden te vervolgen, steeds meer als een obstakel.

De allereerste aanklachten van het hof waren drie jaar geleden voor vijf verdachten van het Oegandese Verzetsleger van de Heer (LRA). „De arrestatiebevelen voor de LRA-leiders hebben een vredesakkoord bemoeilijkt en misschien zelfs onmogelijk gemaakt”, stelt een analist die betrokken is bij het vredesoverleg.

De genocide in 1994 in Rwanda markeerde een omslag voor Afrika. Vanaf de onafhankelijkheid hadden extremisten er straffeloos massaslachtingen onder hun tegenstanders kunnen uitvoeren. Toen ze in 1994 een ‘eindoplossing’ voorbereidden waarbij al hun opponenten in één keer moesten worden geëlimineerd, calculeerden ze dit ongestraft te kunnen doen. Het lukte ze bijna een miljoen mensen te vermoorden. De wreedheden waren echter zo groot dat het continent wakker schrok en de roep voor een einde aan straffeloosheid toenam. De oprichting van de tribunalen voor Rwanda en Sierra Leone tekenen die verandering.

De arrestatiebevelen van het ICC tegen de LRA-leiding vergrootten aanvankelijk de druk op de rebellen om naar de onderhandelingstafel te gaan, want het LRA verwachtte dat het ICC als tegenprestatie voor vrede de aanklachten zou intrekken. Maar inmenging van het Strafhof in lopende conflicten kan de geschillen ook verlengen. Het ICC beschikt niet over een eigen politie en is afhankelijk van de lidstaten om de gedagvaarde verdachten te arresteren. Het Oegandese leger slaagt daar al 22 jaar lang niet in. „De arrestatiebevelen van het ICC voor de LRA-leiders hebben niets uitgemaakt”, concludeert een onderhandelaar die betrokken is bij het vredesoverleg. „Welke crimineel tekent een vredesverdrag waarbij hij voor een rechtbank moet verschijnen als hij de bush uitkomt? Dat doet niemand, ook LRA-leider Kony niet. Het vredesakkoord dat na twee jaar onderhandelen op tafel ligt, heeft te veel het karakter van een verklaring van overgave. Alleen militaire druk kan hem tot tekenen bewegen.”

Arrestatie van verdachten betekent in de Afrikaanse context vaak dat er oorlog moet worden gevoerd. „Terroristische groepen als het LRA, maar ook extremistische regeringen als die van Soedan, zullen nu eenmaal niet hun leiders uitleveren in ruil voor vrede”, zegt de Oeganda-kenner.

De vandaag verwachte aanklachten tegen hoge Soedanese leiders voor oorlogsmisdaden in Darfur kunnen het geweld verder doen oplaaien. Hulpverleners vrezen voor hun veiligheid en werk wanneer de Soedanese overheid wraak neemt. De Afrikaanse Unie en de Arabische Liga waarschuwen voor de negatieve effecten op hun vredesinspanningen. De overheid antwoordt veelal met een offensief wanneer ze zich door het buitenland onder druk gezet voelt.

Het dilemma is gigantisch: gerechtigheid ten koste van vrede? Of vrede maar geen gerechtigheid voor de slachtoffers? De oprichters van het Strafhof argumenteerden dat vrede niet duurzaam kan zijn zonder berechting van de daders. Maar de Oeganda-analist sneert: „Als je verklaringen van mensenrechtenorganisaties bestudeert lijkt het wel alsof de arrestatiebevelen van het ICC vooral het westerse rechtsgevoel moeten bevredigen. In Afrika gaat dat ten koste van de mogelijkheid om een onderhandse, dirty deal te sluiten. Daarmee wordt de kans op vrede belemmerd. En zonder vrede geen rechtsstaat.”

In Mozambique werd begin jaren negentig een dirty deal gemaakt. Mozambique is na de burgeroorlog met de rebellengroep Renamo nu een van de meest stabiele Afrikaanse staten met een snel groeiende economie. Renamo evenaarde de misdaden van het LRA. Maar zijn leiders werden destijds niet gedreigd met een enkele reis naar Den Haag. Integendeel, ze werden in de watten gelegd, kregen op kosten van de VN een riante villa en ontvingen ruimhartig veel zakgeld.

Ook de oorlog in Zuid-Soedan (1983-2005) kende grove mensenrechtenschendingen, maar toch besloten de partijen elkaar amnestie te geven. „We moeten geen prioriteit geven aan gerechtigheid maar aan verzoening”, zeiden de Zuid-Soedanezen. Net als de Oegandezen dit deden toen ze met het LRA aan tafel schoven voor vredesoverleg. Misschien komt het zelfs nog weleens tot vredesoverleg met de nazaten van de Rwandese genocideplegers die nu Oost-Congo terroriseren.