Straks kippenvel in lievelingsstad Peking

Tafeltennisster Li Jiao (35) keert als Nederlandse olympiër terug naar haar geboorteland China. „Dat ik nog naar de Olympische Spelen mag, is een beloning voor de vele jaren die ik in de sport heb gestoken.”

Mensenrechten, steeds weer die mensenrechten. Bij Li Jiao verdringt een grimas de olijkheid als dat onderwerp ter sprake komt. Ze vindt het vermoeiend dat vrijwel iedereen met haar over mensenrechten begint. Niet dat de van oorsprong Chinese tafeltennisster het onderwerp verdoezelt, maar ze denkt dat haar mening er niet toe doet. Li Jiao wil geen misstand onder het tapijt vegen, maar vraagt geduld voor verbeteringen. Indringend: „Alsjeblieft, geef China de tijd.”

Als genaturaliseerde Nederlandse kent Li Jiao intussen de mores van haar nieuwe vaderland en heeft ze vooral de open communicatie leren waarderen. Maar de sportvrouw blijft het vreemd vinden dat veel Nederlanders oordelen zonder de situatie in China te kennen. „Ik zeg altijd: ga kijken, want jullie geloven mij toch niet, omdat ik een geboren Chinese ben en door een ander bril naar China kijk. Ik kan nooit bevredigende antwoorden geven. Buiten dat: de waarheid moet je altijd zelf zien.”

Li Jiao erkent het vraagstuk van mensrechten in China, maar denkt dat er in Nederland extreem tegen de kwestie wordt aangekeken. „Laat ik het zo zeggen: China is een ontwikkelingsland met problemen. Die moeten opgelost worden. Daarvoor is tijd nodig. Maar ik betwijfel of het Westen daarvoor het geduld kan opbrengen. Wat ik uit de westerse media over China hoor en lees, gaat me soms te ver en grieft me. China blijft mijn moederland. Ik heb cabaretier Erik van Muiswinkel zelf niet tot een boycot van de Olympische Spelen horen oproepen, maar ik heb begrepen dat hij nooit in China is geweest. Dat vind ik vreemd. Als mensen in China mij vragen hoe het in Nederland is, ga ik toch ook geen zaken verzinnen.”

Haar loyaliteit met China blijft groot, al is Li Jiao negen jaar geleden vertrokken en heeft ze intussen een andere nationaliteit aangenomen. Allemaal uit vrije wil, nadat ze via via het verzoek had gekregen bij een club in Nederland te komen tafeltennissen. Ze was destijds hooglijk verbaasd, want Li Jiao had al vijf jaar niet meer gespeeld en was met haar echtgenoot voorbereid op een gezinsleven. Ze wist niet eens waar Nederland lag en dacht dat Engels de voertaal was. Ze had gehoord van molens en klompen, maar dat was het.

Maar tóch had Li Jiao een speciale band met Nederland. Dankzij Marco van Basten, die ze als voetballer adoreerde. Haar meisjeskamer hing vol met posters van de oud-speler, van wie ze in de ban was geraakt door videobeelden van het EK in 1988. Ze werd een fan van de spits met het fluwelen balgevoel. Nu hij trainer is, volgt Li Jiao Van Basten nog steeds. „Jaaah, ik heb het afgelopen EK gezien. Ik vond Van Basten opmerkelijk spontaan; voordien reageerde hij zo koel. Leuk was dat. Nee, ik heb hem nooit persoonlijk ontmoet. Dat hoeft ook niet. Alleen naar hem kijken, vind ik genoeg. Zeg, ik ben geen vijftien meer.”

Nieuwsgierigheid dreef Li Jiao in 1999 naar Nederland. Ze wilde het westerse leven wel eens meemaken en was benieuwd of een herintreding als tafeltennisster mogelijk was. In China was ze vijftien jaar gedrild volgens het communistische sportsysteem, maar bereikte tot haar verdriet niet de nationale ploeg. Li Jiao bleef steken in de provinciale selectie van Shandong (92 miljoen inwoners, red.), waarvoor ze vanaf haar elfde tien jaar in een internaat in Jinan verbleef. Op haar 21ste was Li Jiao op, leeg; de motivatie was volledig verdwenen en ze stopte acuut.

Olympische Spelen? Voor haar niet weggelegd, dacht Li Jiao. Ook niet op 13 juli 2001, de dag dat het Internationaal Olympisch Comité (IOC) Peking aanwees voor de Spelen van 2008. De speelster verbleef die dag bij haar ouders in Qingdao, de havenplaats waar de olympische zeilwedstrijden worden gehouden en Li Jiao opgroeide. Ze herinnert zich de feestvreugde, die ze zelf niet voelde. „Waarom weet ik niet, maar ik vond het niet speciaal. Olympische Spelen worden elke vier jaar gehouden en dat maakt het mij niet uit of het in Peking, Tokio of Amsterdam is. Ik was hooguit een beetje trots dat de Spelen naar China zouden komen, maar ik stond er niet bij stil dat ik eventueel zou kunnen meedoen.”

Haar olympische ambitie groeide gaandeweg in Nederland, waar bleek dat ze het tafeltennissen bepaald niet was verleerd. Wat heet, Li Jiao won twee keer de Top-12, werd Europees kampioen en haalde de kwartfinales van het WK. Ze is momenteel de beste van Europa. Opmerkelijk voor een speelster die vijf jaar geen batje had aangeraakt. Het viel haar ook zwaar, vooral fysiek. Maar nu is ze trots. „Dat ik op mijn leeftijd nog naar de Spelen mag dank ik aan mijn doorzettingsvermogen. Ik zie het als een beloning voor vele jaren die ik in de sport heb gestoken.”

Om als olympiër te kunnen terugkeren naar haar geboorteland moest Li Jiao haar nationaliteit opgeven. Een hele stap, die ze samen met haar man maakte, mede om hun leven in Nederland er gemakkelijker op te maken. Maar uitgerangeerd in China en als Europese ster de Spelen meemaken, is dat geen vreemde loopbaanontwikkeling? „Nee”, zegt Li Jiao resoluut. „In China zijn zó veel talenten, dat je hooguit drie kansen voor de nationale ploeg krijgt. Voor wie die niet pakt, is het afgelopen; zo meedogenloos is het systeem.”

Is het toeval dat Li Jiao haar olympische debuut maakt in Peking, haar lievelingsstad? De tafeltennisster weet het niet. Ze gelooft niet in de voorzienigheid, dus zal het wel toeval zijn. Maar leuk is het wel. „In Peking voel ik me speciaal. Dat heeft te maken met de geschiedenis. In Peking proef ik het oorspronkelijke China. Dat gevoel kan ik moeilijk omschrijven. Het zit in mijn hart. Ik voel hetzelfde als ik over de Chinese Muur loop. Kippenvel krijg ik dan. Op historische plekken is mijn band met China het sterkst.”

Het lijkt een droomscenario: een medaille winnen in de stad die je in je hart hebt gesloten. Daar wil de familie Li uit Qingdao natuurlijk getuige van zijn. „Geen sprake van”, zegt Li Jiao. „Ik wil niet dat mijn ouders en mijn oudere zus komen kijken. Als ik speel, mag er niemand in mijn buurt komen. Ik wil niet worden afgeleid. Dat is niet gek, omdat ik het altijd zo doe. Tijdens de Spelen wil ik geen familie zien, zelfs mijn man niet.”

Deel 9 in een serie olympische portretten. Lees vorige delen op nrc.nl/olympiërs