Steak tartare

In het BBC-programma A taste of your life ontvangt kok Nigel Slater Bekende Britten en vraagt ze dan naar hun eetgewoonten. Zeg me wat u eet en ik zal zeggen wie u bent. Dat idee. Je doet het zelf ook als je in de supermarkt staat: even kijken wat er in het winkelwagentje ligt en dan keihard oordelen. Een op het oog knappe man heeft onmiskenbaar iets bots als je eenmaal gezien hebt dat hij voorgekookte krieltjes (getver!) in zijn wagentje heeft liggen. De mevrouw met de bonte vrijetijdsbroek valt weer mee als ze biologische groenten uit haar wagentje haalt, en dan vergeef je haar de flessen Fanta. Niet de broek, maar je kunt niet alles hebben.

Dat dan op de televisie met BB’ers. Nigella Lawson zat er, mooi en dik en professioneel met veel ‘lovely earthy smells’ en ‘wonderfull texture’, dus ik luisterde maar zo’n beetje, tot ik haar ineens mijn ideale maaltijd hoorde beschrijven: steak tartare en crème brûlée en dat in Parijs. Oui! Het ging over succes hebben en dat vieren of zoiets. Volgens mij is het eten dat een gevoel van gelukzalige grootsteedsheid veroorzaakt, het is iets dat je neemt als lunch of als souper (oh oui, oui, oui, après het theater!) en wie dan nog niet denkt dat-ie het leukste leven leidt dat er is, die wíl gewoon chagrijnig zijn.

Er zijn meer recepten voor geluk en succes hoor, maar deze combinatie is een van de toppers. Voor de grote stad.

Dus een klein risico nam ik wel toen ik het afgelopen zaterdag in Amsterdam bestelde, vóór het concert. Aan de andere kant: als het concert geweldig zou zijn was de hele avond geweldig met dit goede begin, als het zou tegenvallen had ik dit toch vast gehad.

Het concert bestond uit Leonard Cohen.

De lucht boven het Westergasfabriekterrein was grijzig, maar brak iets open en overgoot ons met avondzon. Cohen droeg een pak en een klein hoedje en soms een scheef lachje. Hij zong, lager dan de menselijke stem ooit zal kunnen komen. Soms zei hij wat, met die stem.

„Zou hij nu steeds zo praten? Ook thuis?” vroeg mijn vriendin en we vervielen in Nigella-achtige adjectieven bij de gedachte dat hij ’s morgens („I love you in the morning”) met die stem zou aanbieden een ei voor je te koken.

Een vrouw in zo’n supermarktbroek, die elk moment de Fanta te voorschijn leek te kunnen halen, zei heel hard tegen een kennis: „Hij is al in de zeventig maar hij mag zó mee naar huis hoor.” Om daar Aardappel Anders te gaan eten zeker. Wij Nigella’s keken beleefd neutraal. „I am your man”, zong Leonard tegen ons.

„De steak tartare is wel rauw!” waarschuwde de serveerster in het restaurant. Steak tartare moet liefst uit zojuist fijngehakt vlees bestaan – liefhebbers kunnen in dit verband heel moeilijk doen over het verschil tussen een mes en een keukenmachine. En er moet ook een rauwe eierdooier door. Dus het is wat je vandaag de dag gevaarlijk eten zou noemen. Maar in de tijd dat we hele dagen So long Marianne zongen, maalden we daar nog niet om.

„Thank you”, zei Cohen, „dat jullie mijn liedjes al die jaren levend gehouden hebben.”

Raw, earthy, lovely texture, glimlachten de Nigella’s.