Niet-olympische sport in China

Mao zei ooit: er is niets tussen hemel en aarde dan beweging en activiteit. Sport was volgens de Grote Roerganger dé remedie om de passiviteit van de massa te lijf te gaan. De grote revolutie kon alleen maar slagen als het volk actief en fit was. In 1953 lanceerde Mao dan ook zijn slogan: ‘Ontwikkel een sportcultuur en geef het volk een gezond en sterk lichaam.’ Om zijn slogan luister bij te zetten stelde hij zichzelf centraal in zijn campagne: ten overstaan van horden fotografen zwom hij de Yangtze over en speelde hij tafeltennis in parken. Er moest aan sport worden gedaan om de gezondheid van het volk te promoten, de productiviteit te verhogen en het land te beschermen.

De westerse typering van China als ‘De zieke man van Azië’ was zo’n obsessie voor Mao dat hij letterlijk wilde laten zien dat China wel degelijk een gezonde en sterke natie was. Behalve de pingpongers had China in die tijd nauwelijks topsporters die internationaal meetelden. De sterren die er waren, mochten de Grote Leider qua populariteit niet naar de kroon steken; iedereen was tenslotte gelijk. Tijdens de Culturele Revolutie was er geen sportcontact met het Westen en begin jaren zeventig was sport vooral bedoeld om vriendschappen met het buitenland te sluiten.

Ik herinner me nog dat ik in 1980, toen ik voor het eerst in China trainde, ’s ochtends om zes uur muziek uit luidsprekers hoorde schallen en dat op fabrieksterreinen, schoolpleinen en straten iedereen in beweging kwam. Mao was wel dood, maar zijn invloed was nog merkbaar.

Hoe anders is dat nu. Sporters zijn de helden van het nieuwe China. Ze zijn rijker dan filmsterren, hebben fanclubs, worden bewonderd, aanbeden zelfs en dat mag.

Er is nog een enkele staatsfabriek die ’s ochtends zijn arbeiders optrommelt voor de dagelijkse ochtendgymnastiek, maar dat is het laatste restje massasportcultuur uit de tijd van Mao. De ouderen komen nu zelf met hun cassetterecorder naar de parken om op vrolijke muziek te dansen. Massasport gaat niet meer op commando; het volk beweegt zelf.

Deze en komende week elke dag een foto over sport in China met een verhaal van een correspondent die eerder als tafeltennisser veel in China is geweest. Bettine Vriesekoop werd tussen 1977 en 2002 twee keer Europees Kampioen en veertien keer Nederlands kampioen tafeltennis.