Na IMF verandert ook Wereldbank

Multilaterale instituten als het IMF en de Wereldbank staan onder druk. De groeiende rol van private partijen en landen als China dwingen hen tot veranderingen.

Het heeft iets wrangs. Juist op het moment dat de oplopende voedselprijzen en de dreigende klimaatverandering om actie vragen, worstelt een van de instituten die daar een rol in zouden moeten spelen met het eigen voortbestaan. De Wereldbank, belast met hulp aan de allerarmsten, moet zich aanpassen aan de veranderde wereld, maar hoe?

Die vraag stond dit weekend in het Amsterdamse Hilton Hotel centraal bij een door minister Bert Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) georganiseerd congres over de Wereldbank in 2014. Niet alleen de Wereldbank, ook andere multilaterale organisaties staan onder druk. Afgelopen voorjaar nog maakte het Internationaal Monetair Fonds (IMF) onder druk van China en India de draai van lender of last resort (laatste strohalm) naar kenniscentrum over mondiale macro-economische ontwikkelingen. Daarbij gaf het IMF intern ook een grotere stem aan China en India.

Ook de Wereldbank ziet zich geconfronteerd met een marginalisering van de rol waar de bank in 1944 voor was opgericht; het helpen van de armste landen. Over de oorzaken was iedereen het eens: China en India nemen de rol van investeerder in bijvoorbeeld arm Afrika over. Daarbij doen steeds meer private instellingen aan ontwikkelingshulp. „Bill Gates heeft met zijn stichting nu al meer geld te besteden dan de hele International Bank for Reconstruction and Development [IBRD, onderdeel van de Wereldbank, red.]”, zei Michael Klein, hoofdeconoom van de Wereldbank-denktank IFC.

Zaterdag had Wereldbank-president Robert Zoellick aandacht gevraagd voor het voedselprobleem. De huidige hoge prijzen voor voedsel en energie zullen nog tot ten minste 2012 zo blijven, zei hij. Er is op korte termijn 6 miljard dollar (3,8 miljard euro) nodig om de eerste nood te lenigen. De vraag was alleen: in hoeverre moet de Wereldbank daar een leidende rol in spelen?

Zoellick had negen maanden geleden al zes thema’s aangegeven die wat hem betreft leidend zouden moeten zijn voor zijn bank. Dat zijn armoedebestrijding, hulp aan kwetsbare staten, inventiever helpen van landen met gemiddelde inkomens, beheer van publieke goederen, samenwerking met de Arabische wereld, en de Wereldbank als kenniscentrum.

Met name uit de hoek van het bedrijfsleven en de arme landen klonk stevige kritiek op de bank. Investeerder Mo Ibrahim riep de bank op openlijk samenwerking te zoeken met het bedrijfsleven. „De bank kan infrastructuur aanleggen, bedrijven doen de rest wel”, zei hij. En de Zuid-Afrikaanse minister van Financiën Trevor Manuel – die samen met Koenders optrekt om de hervormingsplannen op de agenda van het bestuur van de bank te krijgen – riep het Westen op zetels in te leveren ten gunste van de arme landen. „Waarom moet de EU acht zetels in de bank hebben en is één niet genoeg”, aldus Manuel.

De aanwezige vertegenwoordigers van de Wereldbank (onder wie de Nederlandse bewindvoerder Herman Wijffels) reageerden nogal defensief op de ideeën. Wijffels voelde niets voor één Europese zetel in het Wereldbank-bestuur, omdat dat de verhouding tussen donoren en ontvangers scheef trekt.

Toch erkent ook Wijffels de noodzaak van veranderingen. „De zes thema’s die Zoellick heeft gekozen gaan we verder uitwerken. Vervolgens moet het bestuur de vraag beantwoorden hoe de bank precies moet veranderen. Welke mix van vaardigheden moet je hebben, in hoeverre moeten we decentraliseren. En tenslotte moet er wat veranderen aan de stemverhouding en de representatie”, zei hij na afloop van de bijeenkomst. Wijffels denkt dat in oktober, bij de jaarvergadering van de bank, al een deel van de voorstellen zal worden besproken.